Een partij op papier (De Groene Amsterdammer, 16 december 2000)

De Centrumdemocraten zijn bij de verkiezingen in 1998 weggevaagd. Voorman Hans Janmaat heeft het bijltje erbij neergelegd. Kortgeleden doneerde hij zijn persoonlijk archief én dat van de partij aan de wetenschap.DOOR Peter Vermaas

Bij het Internationaal Instituut voor Sociale Geschiedenis (IISG) moeten ze nog even wennen aan de gedachte. Tussen de kilometers paperassen over de arbeidersbeweging, tussen de vele dossiers uit de persoonlijke archieven van socialistenvoormannen en vakbondsleiders staan sinds enkele weken plompverloren twee archiefkasten uit heel andere hoek. Hans Janmaat, met onder breking van 1982 tot 1998 kamerlid voor de Centrumpartij en de Centrumdemocraten, liet onlangs zijn Haagse archieven naar de Universiteit van Amsterdam overbrengen. En vandaar belandden ze bij het IISG. Kennelijk niet meer nodig, al die oude correspondentie. Bij de laatste verkiezingen viel immers het doek. Hadden de Centrum democraten nog drie kamerzetels bij de verkiezingen in 1994, twee jaar geleden bleef daar niets van over. En bij de gemeenteraadsverkiezingen, ook in 1998, viel de partij van liefst 87 raadszetels terug naar één enkele zetel, die in Schiedam. Wie op dit moment het telefoonnummer van de Centrumdemocraten in Den Haag belt, krijgt meestal een antwoordapparaat. Want de partij bestaat vooral nog op papier. Met het overdragen van het partijarchief lijkt althans aan het tijdperk-Janmaat een definitief einde gekomen.

Op de avond van 8 mei 1998, wanneer de laatste hoop op een kamerzetel voor Janmaat definitief vervlogen is, vaart hij nog uit tegen een journalist van NRC Handelsblad. Het voorstel van Vlaams Blok-leider Filip Dewinter, die week in Vrij Nederland, om na een periode van bezinning met één sterke rechts-nationalistische partij terug te komen, werpt Janmaat verre van zich. «Wij hebben Dewinter niet nodig voor advies», sneert hij.

Dat was niet de eerste keer. Al vanaf de afsplitsing in 1984 van de CD van de Centrumpartij wordt met andere partijen, met name met diezelfde Centrumpartij en de latere cp’86, gesproken over samenwerking. Vaak ook is dezelfde Filip Dewinter initiatiefnemer van dit soort fusiebesprekingen. Hoewel de officiële lezing is dat bij de voornaamste onderhandelingen, die in 1992, de onderhandelaars van cp’86 dwarslagen, tonen de nu vrijgekomen notulen aan dat vooral de CD zelf met bar weinig enthou siasme de gesprekken inging.

«Overal in Europa boeken de rechts- nationalistische partijen momenteel vooruitgang. Alleen in Nederland slaagt men er slechts in geringe mate in om de bevolking warm te maken voor onze standpunten en te mobiliseren voor een rechts-nationalistische partij», schrijft Dewinter begin 1992 in de uitnodiging aan de CD en vier kleinere Nederlandse extreem-rechtse partijen. Het schoot de CD in het verkeerde keelgat. Opiniepeiler Maurice de Hond had immers juist becijferd dat spoedig liefst acht kamerzetels voor Janmaat cum suis te behalen zouden zijn. Dewinter schrijft: «De situatie in Nederland is momenteel zo verziekt dat niemand er nog in slaagt om een verzoening, laat staan een samenwerking tussen de verschillende partijen te bewerkstelligen.»

Niet Janmaat zelf, maar de onderhandelaars Krommenhoek en Zonneveld, beiden raadslid in Schiedam, worden op 21 maart 1992 naar het eerste «samenwerkings gesprek» in Utrecht gestuurd. «Zij zullen de vergadering namens de CD opluisteren en onze opstelling uiteenzetten», schrijft Janmaats partner, het latere kamerlid Wil Schuurman aan de Vlaams Blok-voorman. Die opstelling is duidelijk. Hoewel vergadervoorzitter Dewinter er blijkens de notulen op hamert «niet van in het begin pessimistisch te zijn», stelt de CD bij de rondvraag: «Een fusie is onmogelijk! Of het moet een fusie worden onder de naam Centrumdemocraten. De Centrumdemocraten willen dan ook bepalen wie de voorzitter wordt van deze fusie.»

Ook op volgende vergaderingen, in het Belgisch parlementsgebouw in Brussel en op het Vlaams Blok-kantoor in Antwerpen, stellen de vooruitgeschoven posten van de CD zich weinig inschikkelijk op. Dewinter houdt echter vol. Zelfs een keiharde aanval op zijn Vlaams Blok in CD-Info, het onregelmatig verschijnend periodiek van de CD, bedekt hij met de mantel der liefde. Ondanks «insinuaties, vermoedens en leugens» die de CD over het Vlaams Blok verspreid zou hebben, schrijft hij in juni 1992 in een brief aan de hoofdredacteur: «In plaats van voort durend kritiek op mekaar te leveren, zouden de Europese nationalistische partijen zich moeten verenigen rond die standpunten die gemeenschappelijk zijn. (…) Dat de Nederlandse pers het Vlaams Blok en de CD tegen mekaar probeert uit te spelen, kan ons alleen maar sterken in onze overtuiging dat samenwerking dringend noodzakelijk is.»

Dat vond Hans Janmaat niet. Over samenwerking met in zijn milieu doorgaans gerespecteerde leiders als Dewinter en Jean-Marie Le Pen heeft hij zich maar zelden positief uitgelaten. «We houden ons liever verre van dit soort buitenlandse contacten», zei hij eens in een interview met Elsevier. «Want als we nauwe banden met Le Pen onderhouden moeten we ons steeds weer nadrukkelijk distantiëren van zijn uitlatingen over de Tweede Wereldoorlog.» Uit de vele mappen tamelijk nauwgezet bijgehouden correspondentie blijkt echter dat de leider van het Front National al in 1988 een brief van zijn Nederlandse collega mocht ontvangen. «En tant que Président du Centrumdemocraten, parti de la Droite néerlandaise, je souhaite par cette lettre prendre un contact officiel avec le Front National», schreef Janmaat zijn meer succesvolle Franse collega. Met het Front National zijn op kleine schaal later trouwens ook wel degelijk contacten geweest. De meeste uitnodigingen van Franse zijde om in Parijs langs te komen worden in de jaren negentig echter vriendelijk afgeslagen.

Nauwe banden zijn er wel met het voor malige Oostblok. Vanuit een subsidiepotje voor «algemene vorming en scholing politiek kader in Midden- en Oost-Europa», gaat liefst 45.000 gulden via de Centrumdemocraten naar een Bulgaarse ultranationalistische partij. Voorzitter dr. Ivan Georgiev schrijft in 1992 aan Janmaats assistent Wim Koetsier dat geldbedrag goed te kunnen gebruiken om via brochures en kadertrainingen het «Turkse gevaar» te keren. «Today in Bulgaria there is a tendency of exclusively activating the instruments of panturkism and panislamism, especially in teaching the koran and building new mosques», schreef Georgiev. De Stichting Karel de Grote – intern afgekort tot Karthago – verzorgt de Nederlandse regeringssubsidie. In Sofia krijgt Georgiev een en ander in contanten van Koetsier overhandigd.

Maar het is niet zozeer de (bescheiden) correspondentie met zusterpartijen in het buitenland die de dossiers interessant maken. Vooral de honderden brieven die Janmaat en de CD uit eigen land krijgen, geven een intrigerend beeld van de functie die de partij in de ogen van veel Nederlanders heeft. Wie ten einde raad is, het vertrouwen in overheid of medemens verloren heeft, die stuurt óf een brief naar de ombudsman, óf naar de koningin óf naar Hans Janmaat. Zo zijn er de brieven van de «Pitt-bull Terrier Vriendenclub» te Arnhem die op zoek is naar «een politieke vriend in Den Haag». Dit levert de CD «minstens tienduizend stemmen» op, berekent de elders gemuilkorfde voorzitter. Of de verenigde pelsdierenfokkers, die denken hun bedrijven met steun van de CD draaiende te kunnen houden. Of leden van kleinere gehandi captenorganisaties die verwantschap voelen met de in 1986 bij de aanslag in Kedichem zelf in een rolstoel belande Wil Schuurman en zich tot de CD bekeerden. Om nog maar te zwijgen van groepjes verenigde zwartwerkers, de stichting Steunpunt voor vrouwen met siliconentransplantaten en de tientallen individuele verzoeken of steunbetuigingen, al dan niet vergezeld van ondubbelzinnig racistische opstellen, grappig bedoelde illustraties of in extreem-rechtse kring circulerende weinig verheffende rijmpjes. De «Brief van de Turkse gastarbeider aan zijn vrouw» («Allah mij niet heeft verlaten, jouw Ali is met GAK gaan praten») is «ter informatie» door menige sympathisant of partijlid toegestuurd. «In uw brief somt u een aantal punten op, die de CD vertrouwd in de oren klinken», is steevast het schriftelijke antwoord van het partijsecretariaat.

Potentiële kandidaten voor politieke functies vragen vriendelijk discreet met de aanmelding om te gaan. Voor een nieuw lid uit Leeuwarden is de onofficiële maatschappelijke CD-boycot reden zijn politieke ambities in die stad maar op de achtergrond te houden. «Ik studeer daar overheidsmanagement aan de Thorbecke Academie. Dit houdt in dat ik mijzelf niet kandidaat wil stellen voor de gemeenteraad i.v.m. mogelijke represaillemaatregelen vanuit de directie.» Een actief lid uit Nijmegen, tandarts in opleiding, wil zekerheid over de kandidaatstelling: «Tandheelkunde», schrijft hij, «is behoorlijk rechts maar dat zal niet verhinderen dat ik door sommigen met de nek aangekeken zal worden.»

In een curieuze brief uit 1993 kent de Gooise afdeling van de jongerenorganisatie van de VVD, de JOVD, minder schroom. De voorzitter nodigt Janmaat uit voor een politieke avond: «Allereerst willen wij ons voorstellen als (…) jongeren van de v.v.d. Toch zit hier nogal wat verschil tussen, zeker ten opzichte van buitenlanders. Daarom willen wij U graag uitnodigen voor een gesprek, waarin wij van gedachten kunnen wisselen in hoeverre de c.d. met de j.o.v.d. samengaan.» Janmaat blijkt gaarne bereid naar Bussum af te reizen. De betreffende afdeling wordt later door de VVD geliquideerd.

Vermakelijk is de post in omgekeerde richting: de brieven van Janmaat aan de rest van de wereld. De secretaris-generaal van de Verenigde Naties krijgt van Janmaat in 1989 het officiële verzoek tot het sturen van waarnemers bij de kamerverkiezingen – door mogelijke stembusfraude achtte Janmaat de kans aanwezig dat hij net als bij de verkiezingen van drie jaar eerder geen zetel zou binnenhalen. U2-zanger Bono Vox wordt bedankt voor de gratis (overigens negatieve) publiciteit die hij de Centrumdemocraten tijdens een optreden in Nijmegen gaf. En de toenmalige Britse premier Major krijgt enkele jaren later een vriendelijk verzoek een middagje met Janmaat te komen brain stormen over het uit de hand gelopen Nederlandse drugsbeleid.

Pijnlijker zijn de brieven die de CD-leider aan ernstig zieke collega-politici verzendt. «Dat U onwel bent geworden is eenvoudig te verklaren. Wie zou, met het door U gevoerde beleid, nog in uw schoenen willen staan?» krijgt oud-staatssecretaris Jan Schae fer in het ziekenhuisbed naar zijn hoofd geslingerd. Bij het in 1997 in het ziekenhuis opgenomen VVD-kamerlid Broos van Erp laat Janmaat zich gaan. Na vriendelijke beterschapswensen wil hij graag nog een hem onwelgevallig politiek standpunt aanstippen. «Op het eind van uw leven wilt u geen afstand daarvan nemen en kiest u voor de gebruikelijke hielenlikkerij. Dat is jammer. Verwacht had mogen worden dat U in deze wel zeer trieste situatie boven zichzelf zou uitstijgen. Deze les heeft U evenwel nog niet geleerd.»

De vele documenten in het archief bevestigen al met al het vertrouwde beeld van de ernstig verzuurde politicus Janmaat die in de loop der jaren niemand meer vertrouwen wilde. Niet geheel ten onrechte, overigens, sinds in 1994 maar liefst drie journalisten, onder wie Kees Kooiman van De Groene Amsterdammer, er met undercoveroperaties in slaagden de partij van binnenuit te ont leden. Janmaat wordt paranoïde en huis advocaat mr. L. van Heijningen, die in het partijblad onder het pseudoniem Mr. Eerlijk columns schrijft, maakt overuren. Iedereen die Janmaat ook maar enigszins dwarszit, wordt aangeklaagd. Vaak journalisten, maar bijvoorbeeld ook Janmaats voormalige HBS die hem weigert op een schoolreünie, of de gemeente Leerdam, die in 1989 een herdenking van de gebeurtenissen van drie jaar eerder in Kedichem verbiedt.

Met enige regelmaat worden partijleden geroyeerd en geschoffeerd. Wim Vreeswijk bijvoorbeeld, tot een maand geleden namens het Nederlands Blok raadslid in Utrecht, werd in 1993 de partij uitgezet wegens «ondermijnend en niet loyaal gedrag» (i.c. kritische uitlatingen over criminele partij leden) én wegens zijn lidmaatschap van het Vlaams Blok. Filip Dewinter, die met Vreeswijk op betere voet verkeert, laat Janmaat en Schuurman per brief weten hierover nogal verbaasd te zijn, daar Schuurman zelf én het Purmerendse CD-raadslid Richard van der Plas toch óók op zijn ledenlijst staan. Dat moet een misverstand zijn, antwoordt Schuurman geschrokken.

Een ander prominent geroyeerd lid is de voormalige partij-ideoloog drs. Alfred Vierling. Na zijn vertrek, al in de jaren tachtig, stuurt hij Janmaat van tijd tot tijd woedende epistels. Hij legt al vroeg de vinger op de zere plek. «De partijleider is niet in staat geweest uiterst bekwame krachten aan zich te binden», schrijft Vierling in 1988. «Hij is niet in staat om een democratische partij te leiden, want Uw statuten en zijn DB zijn equivalent aan het dictaat van Janmaat. Niemand die zichzelf respecteert kan in zo’n groep functioneren.»

In die mening staat Vierling niet alleen. Wie de correspondentie van de partij bestudeert, ziet vanaf 1994 meer leden vertrekken dan erbij komen. Maar nauwkeurige gegevens over de ontwikkelingen in het leden bestand ontbreken, ook in dit archief. Janmaat zelf hield het tegenover de buiten wereld vaak op drieduizend leden, schattingen van politicologen en journalisten reppen van duizend à tweeduizend zieltjes. Afgaand op een enkele verdwaalde ongedateerde, maar naar schatting uit 1993 stammende ledenlijst, blijkt ook dat getal nog wat aan de ruime kant. Op het hoogtepunt van de partij, op het moment dat opiniepeilers bij de kamerverkiezingen van 1994 minstens tien zetels voorspellen, spreekt deze lijst over niet meer dan 741 leden. De «wolf in schaaps kleren», zoals Janmaat vele malen in de pers is genoemd, stond nóg meer alleen dan vele kritische CD-volgers jarenlang dachten.

Kader: Hans Janmaat

De personificatie van twintig jaar centrumdemocratie heeft in de loop der jaren met kritiek leren leven. En waarschijnlijk leerde hij dat zelfs al eerder. Bijvoorbeeld in de tijd dat hij nog keurig lid is van de Katholieke Volkspartij (kVP) en als juist afgestudeerd politicoloog in een en dezelfde maand stukken publiceert in het gezaghebbende blad Acta politica én in het kVP-periodiek Politiek perspectief. Of iets later, in 1979, inmiddels lid van DS’70. Als lid van de mediacommissie krijgt hij daar de volle laag. «Welke gifkikker verzorgt nu jullie uitzendingen?» zou blijkens de notulen van de mediacommissie van DS’70 een ambtenaar hebben uitgeroepen die verantwoordelijk was voor de radiozendtijd van politieke partijen in 1979. De gifkikker was Hans Janmaat, die volgens jonge partijleden bij nazi-propagandist Goebbels in de leer was geweest. De jongeren beklaagden zich schriftelijk bij de commissie.

Hoewel Janmaat, aldus de notulen van 20 maart 1979, de indruk heeft dat uitzendingen over het vreemdelingenbeleid wérkelijk leden zouden opleveren, verzorgt hij zelf slechts radio-uitzendingen over het midden- en kleinbedrijf en het betaald voetbal. De uitzendingen leveren steeds zo’n twee leden op. Niet veel, er zijn wel eens uitzendingen die twintig leden opleveren. De voorzitter jubelt op de vergadering van de mediacommissie van 2 mei 1979 over zo’n succesvolle, niet door Janmaat verzorgde, uitzending. De notulist schrijft: «Een aantal positieve reacties van om en nabij de twintig zonder één negatieve, is zonder meer een succes dat er zijn mag.» Om te vervolgen: «Janmaat is het gebruikelijkerwijze hier niet mee eens.»

Vergeefs probeert Janmaat andere leden van de commissie voor zich te winnen. De politiek als dagelijks werk, concludeert hij, is misschien toch niets voor hem.

Met het onderwijs – hij is dan leraar maatschappijleer – wil hij ook stoppen: hij schrijft de ene sollicitatiebrief na de andere. Zo solliciteert hij naar de functie van beleids medewerker op het ministerie van Algemene Zaken en wil hij als wetenschapper aan de slag op verscheidene universiteiten. Hij probeert het bij de vakbond én hij reageert op vacatures voor directeuren van enkele grotere bedrijven. Op 9 januari 1980 valt de zoveelste afwijzing op de deurmat. «Ik heb met belangstelling kennis genomen van Uw brief en bijlagen, maar moet U helaas meedelen dat de functie meer bedoeld is voor een beginnend politicoloog dan voor iemand die, zoals U, al over aanzienlijke ervaring beschikt. Ik denk dat de functie financieel voor U niet aantrekkelijk is.» Getekend: prof. dr. ir. Joris Voorhoeve, indertijd directeur van het wetenschappelijk bureau van de VVD.

Twee maanden later wordt de Centrumpartij opgericht. Janmaat wordt het zevende lid. Vanaf dat moment krijgt hij de wind helemaal van voren. De oudervereniging van de school waar hij lesgeeft wil hem laten ontslaan, bang als ze is dat de kinderen geïndoctrineerd worden met het CP-gedachtegoed. In 1984, Janmaat is al lang en breed kamerlid, komt het uiteindelijk tot een schikking met de school. In datzelfde jaar roept het jongerenblad Zone 3 Janmaat uit tot «de meest afschuwelijke persoon» van het moment , overigens na Ronald Reagan. «U maakt ‹een irritante indruk›, de dingen waar u mee bezig bent zijn ‹onacceptabel›, u zou ‹verschillende onaccep tabele moffenprincipes› erop na houden, u ‹discrimineert› en u wordt zelfs een ‹rat› genoemd», tekent de olijke hoofdredacteur op uit de mond van zijn respondenten. De vraag is, vervolgt hij, wat Janmaat nu zelf vindt van al deze reacties. Janmaat, inmiddels vertrouwd met dergelijke kritiek, stuurt een uiterst beleefd briefje terug: «Een sterk te waarderen eigenschap van de jeugd is dat zij zonder omwegen zeggen wat het op het hart ligt», schrijft hij. «Dat daarbij de logische gedachtewereld een ondergeschikte rol speelt, is mij wel opgevallen.»

Met dank aan Meindert Fennema en Mieke IJzermans

© Peter Vermaas / De Groene Amsterdammer

Advertisements

About this entry