Hulp voor Mugabe (Vice Versa, 3-2004)

Voor westerse ontwikkelingsorganisaties wordt het steeds moeilijker om zonder problemen in Zimbabwe te blijven werken. De voedselhulp is gepolitiseerd, medewerkers worden in de gaten gehouden en partnerorganisaties bedreigd. Enkele Duitse organisaties zijn na bedreigingen zelfs vertrokken. De Nederlandse organisaties blijven wel.

Tekst: Peter Vermaas 

Het is acht uur in de ochtend. Het kantoor van de Ierse hulporganisatie Concern in het slaperige stadje KweKwe ligt er verlaten bij. Bij het krieken van de dag zijn vrijwel alle medewerkers met de terreinauto’s vertrokken naar Zhombe, het dorpje diep in de Zimbabwaanse Midlands waar vandaag voedsel wordt uitgedeeld. Alleen assistent-distributiemanager Laxwell Zitye is er nog. Hij sluit zich later bij zijn collega’s aan. In zuidwestelijke richting rijden we samen het stadje uit. Benzine is er hier in de buurt nog maar nauwelijks en als het er wél is, dan is het voor de meeste mensen onbetaalbaar. Op de mooie geasfalteerde weg is dus hoegenaamd geen verkeer. Grote groepen apen schieten de berm in als de wagen van Concern voorbij stuift. 

Zitye werkte tot voor kort bij een organisatie die het Zimbabwaanse ‘wild life’ beschermt. ‘Ik gaf voorlichting op scholen over hoe kinderen met olifanten, roofdieren en antilopen moeten omgaan. Dat het belangrijk is ze te beschermen omdat toeristen die dieren graag willen zien. Maar ik begon me voor mezelf te schamen’, zegt hij. Hij vindt het dezer dagen nogal decadent om in Zimbabwe met natuurbescherming bezig te zijn. ‘De mensen hebben honger, dan ga ik ze niet vertellen dat ze geen herten mogen schieten. Toeristen komen toch niet meer. Als de mensen honger hebben, dan werk ik liever voor een organisatie die mensen helpt dan dieren.’

En Concern is zo’n organisatie. Met enkele andere niet-gouvernementele organisaties (ngo’s) distribueren de Ieren de voedselhulp van het World Food Programme. Zo’n drie miljoen van de twaalf miljoen Zimbabwanen zijn door wanbeleid van de overheid, door aanhoudende droogte en door de aanslag van aids op het arbeidspotentieel afhankelijk van noodhulp. De hoeveelheid door VN-lidstaten beschikbaar gestelde maïs en olie is lang niet toereikend: vlak voor kerst 2003 moesten de toch al schamele porties maïs nog eens gehalveerd worden. ‘Dat betekent dat mensen de ene dag een klein beetje pap eten en de volgende dag volstaan met een hap gras’, zegt Zitye als we bij het distributiepunt zijn gearriveerd.

Tot overmaat van ramp sijpelen sinds de oneerlijk verlopen presidentsverkiezingen van maart 2002 steeds vaker berichten door over de politisering van de voedselhulp. Alleen leden van de regerende Zanu-PF van president Mugabe zouden hiertoe toegang hebben. Wie steun uitspreekt voor oppositiepartij Movement for Democratic Change (MDC) en bij de distributiepunten geen partijkaart kan overleggen, wordt soms voedsel geweigerd. Dat is ‘genocide via voedselhulp’, vindt MDC-voorman Morgan Tsvangirai. ‘Onacceptabel’, vinden ook alle bij de distributie betrokken ngo’s. ‘Maar bij ons gebeurt dat niet.’ De medewerkers van Concern zijn er eveneens van overtuigd dat bij hen de distributie eerlijk verloopt en dat iedereen die voedselhulp verdient daar toegang toe heeft, althans in het gebied rondom KweKwe.

Laxwell Zitye wijst op de groepjes mensen die her en der op de droge zandgrond van Zhombe in stilte zitten te wachten. Ze hebben vele kilometers moeten lopen om hier vandaag hun portie voor de komende maand op te halen. ‘Ieder groepje is een dorp’, legt Zitye uit. ‘Het dorp heeft langs democratische weg iemand aangewezen die hier met ons samenwerkt en aan de hand van gegevens over de grootte van de familie het eten verdeelt. Dat is dus steeds iemand die door het hele dorp wordt vertrouwd, ongeacht politieke voorkeur. Met lidmaatschap van de regerende partij hebben wij niets te maken. Andere organisaties hebben ongetwijfeld problemen, maar voor zover bekend gaat het hier allemaal goed.’

Politiek wapen

‘Onzin. Onzin. Onzin.’ Vakbondsman Timothy Kondo is nogal stellig. In een goed voorzien restaurant in hoofdstad Harare zegt hij ervan overtuigd te zijn dat er in zijn land vrijwel geen eerlijke nooddistributie mogelijk is. ‘Die ontwikkelingsorganisaties zien alleen wat er gebeurt bij hun eigen distributiepunt. Daar zal het ongetwijfeld allemaal gladjes verlopen. De échte problemen doen zich voor in de dorpen. Dáár wordt zogenaamd democratisch besloten wie het voedsel gaat verdelen, dáár worden de lijsten opgesteld met mensen die voor voedselhulp in aanmerking zouden moeten komen. Ik krijg regelmatig meldingen van mensen die ten einde raad lid zijn geworden van de regerende partij om maar genoeg te eten te hebben. Het is een geraffineerde maar schandalige manier van Zanu om de steun voor de oppositie tot een minimum te beperken.’

Het beeld van Kondo werd eind vorig jaar bevestigd door een onderzoek van Human Rights Watch. In een gedegen rapport liet de mensenrechtenorganisatie zien dat de meeste voedselhulp nog altijd bij leden van de regeringspartij terechtkwam en gebruikt werd als ‘politiek wapen’. Dit gold niet alleen de door de Zimbabwaanse regering gesubsidieerde maïs, maar ook hulp van de internationale gemeenschap. De ngo’s die aan de distributie meewerkten, hadden geen antwoord op de politieke controle en werden opgeroepen alerter te zijn. Sommige ngo’s die overwogen zich in de distributie te mengen, zagen daar op het laatste moment zelfs vanaf. Ze weigerden samen te werken met de Zimbabwaanse autoriteiten en zo medeplichtig te worden aan hun corrupte praktijken.

Via partnerorganisatie Christian Care is ook het Nederlandse ICCO betrokken bij voedseldistributie. Zimbabwe-specialist Aad van der Meer van de medefinancieringsorganisatie bereist het land enkele keren per jaar en komt dan regelmatig in de rurale gebieden. Het is een duivels dilemma, zegt hij. ‘Er zijn mensen die vinden dat je niet aan voedselhulp moet meewerken omdat die gepolitiseerd is. Maar als je eenmaal mensen gras hebt zien eten, dan zul je dat standpunt niet meer verkondigen. Je moet alles doen om te voorkomen dat het bij jou ook fout gaat.’ Christian Care heeft in 2003 één miljoen Zimbwanen gevoed. Het eten werd via een netwerk van kerken gedistribueerd. ‘Zodra mensen van Zanu-PF zich onrechtmatig voedsel toe-eigenen, vertrekt Christian Care onverwijld. Dat is een paar keer ook echt gebeurd’, zegt Van der Meer. ‘Dat heeft zó goed gewerkt dat jeugdmilities en oorlogsveteranen het nu wel uit hun hoofd halen om acties van Christian Care te blokkeren. Dan krijgen die activisten de hongerige burgers, die inmiddels het beleid van Christian Care kennen, zonder meer tegen zich.’

Kwetsbaar

De meeste andere Nederlandse ontwikkelingsorganisaties zitten niet in de voedseldistributie. Maar dat betekent niet dat het voor die organisaties makkelijker is om in het desintegrerende land van president Robert Mugabe zaken te doen. Hivos, dat het regionale hoofdkantoor in rustiger tijden in Harare vestigde, ondersteunt onder meer programma’s van lokale partners die actief zijn in mensenrechten en media. ‘Dat maakt ons kwetsbaar’, zegt directeur Corina Straatsma in de lommerrijke tuin van het kantoor in een van de betere buitenwijken van de hoofdstad. Straatsma nodigt in die tuin regelmatig kopstukken van lokale ngo’s uit. Daar kunnen ze redelijk vrijuit spreken. ‘Maar het is schokkend als je de mensen met wie je regelmatig contact hebt, een paar dagen later met bebloed hoofd op de voorpagina van de krant ziet staan.’ Onlangs nog werd dr. Lovemore Madhuku, de oprichter van een ngo die met geld van Hivos voor een nieuwe grondwet strijdt, na een demonstratie halfdood op straat achtergelaten.

‘De onderdrukking is vooral gericht op onze partners’, zegt Straatsma. ‘Of ze nu bezig zijn met burgerschapsvorming, met vrouwenrechten of met HIV/aids – alles wordt politiek uitgelegd. Bij al hun activiteiten is er wel een plaatselijke oorlogsveteraan of inlichtingenofficier aanwezig. “Big brother is watching you”, permanent.’ Op het kantoor van Hivos blijft het beperkt tot kleine incidenten, al houdt Straatsma er altijd rekening mee dat telefoontjes of e-mails worden onderschept. De inlichtingendienst zit overal. Straatsma: ‘Laatst kwamen er op zondag wat medewerkers van de plaatselijke PTT langs om zogenaamd iets te repareren. Maar we hadden helemaal geen klachten. Onze portier heeft ze niet binnengelaten, maar van zulke akkefietjes zou je bijna paranoïde worden. En dat willen we niet. Bovendien is het behoorlijk saai om ons af te luisteren: dit is een regionaal kantoor, het grootste deel van onze gesprekken gaat niet over Zimbabwe.’

Duidelijke afspraken

Door het soort programma’s dat Hivos in Zimbabwe draait, heeft Straatsma niet rechtstreeks te maken met de autoriteiten. Dat is bij SNV wel anders. De hoofdpeilers van het SNV-programma in Zimbabwe zijn lokaal bestuur en economische ontwikkeling. Om het werk naar behoren te kunnen doen, heeft velddirecteur Jan Vloet ‘duidelijke afspraken’ met de lokale autoriteiten gemaakt. ‘Daardoor hebben wij nooit enig probleem ondervonden’, zegt Vloet tevreden. Sterker nog: hij vindt het beeld dat er in Zimbabwe nauwelijks te werken valt, sterk vertekend. ‘We werken samen met ongeveer 45 organisaties, overheid en niet-overheid, en ons wordt geen strobreed in de weg gelegd. Natuurlijk komt ook bij ons de inlichtingendienst wel eens langs. Maar we kunnen ze de overeenkomsten met de provinciale autoriteiten laten zien en daarmee is de kous af.’

Het criterium is of je zinvol werk kunt blijven verrichten, zegt Vloet. Maar daarover heeft hij geen klagen. ‘De situatie is verschrikkelijk en we weten allemaal dat er in dit land rare dingen gebeuren. Toch kunnen wij nog wel degelijk een bijdrage leveren. Bovendien is er een duidelijke vraag naar onze diensten, ook van ngo’s. Neem de landhervorming. Die is op een vreselijke manier verlopen, maar ook de oppositie heeft gezegd de hervormingen niet te zullen terugdraaien. Dat is dus een gegeven waarop je moet voortborduren. We anticiperen daarop door advies te geven aan organisaties die kleine boeren ondersteunen. Het hele institutionele kader is veranderd en de belangen van kleine boeren verdienen juist nu aandacht. Dat is een structurele aanpak, iets van de lange adem. Juist bij de landhervorming hebben de donoren het in de jaren tachtig en negentig echt laten afweten.’

Na dreigementen hebben enkele jaren terug twee Duitse ontwikkelingsorganisaties het land verlaten. Zij oordeelden dat ze hun werk niet meer onafhankelijk genoeg konden doen. Voor SNV noch Hivos is weggaan een optie. ‘Waarom zou ik weggaan? Ik heb oprecht het idee dat we een structurele bijdrage kunnen leveren, ook in deze moeilijke tijd. Ik zie er geen enkel bezwaar in dat we het werk met de autoriteiten afstemmen’, zegt Vloet. ‘Natuurlijk, Zimbabwe is de facto een eenpartijstaat. Maar dat is Uganda ook en daarmee doet Nederland evengoed zaken.’

Straatsma: ‘Onze partners vinden het belangrijk dat wij hier blijven, ook als een teken van solidariteit. Als we geen mensenrechtenorganisaties meer zouden mogen steunen of als onze eigen medewerkers zouden worden bedreigd, dan is er een grens bereikt. Maar zover is het nog niet gekomen. Het lastige is dat de situatie hier elk moment kan veranderen. Het totaal verziekte politieke klimaat zonder onafhankelijk dagblad maakt de werkomgeving bovendien deprimerend. Met uitzondering van cultuur staat er nooit eens iets positiefs in de krant over zaken waarmee wij en onze partners bezig zijn. Je zou eigenlijk moeten lachen om de manier waarop in de staatsmedia met de regelmaat van de klok westerse complotten opduiken, maar het is ook vermoeiend.’

Of je kunt blijven of niet, valt of staat volgens Aad van der Meer van ICCO bij het soort presentie dat je er als organisatie op nahoudt. ‘Het lijkt me volstrekt niet opportuun om onder de huidige omstandigheden prioriteit te geven aan “capacity building” en uitgebreid samen te werken met het lokale bestuur’, zegt hij. ‘Je kunt niet doen alsof er niets aan de hand is. Dan speel je het regime in de kaart of je poetst op zijn minst de scherpe kantjes weg. Je moet nu laten zien dat Mugabe en consorten een inhumaan, fout beleid voeren en je presentie daarop aanpassen. Naast HIV/aids-programma’s zou het overgrote deel van de financieringen via mensenrechtenorganisaties en kerken naar versterking van de “civil society” moeten gaan. Voed mensen met hoop op die fronten. Als je nu weggaat, dan is dat verraad aan de Zimbabwanen die wél doorgaan met de strijd. Het lijkt nu dweilen met de kraan open, maar je moet erbij blijven. Alleen al door er te zijn geef je mensen steun.

Advertenties

About this entry