Interview Yoweri Museveni: ‘Ik vecht nog twintig jaar voor mijn land’ (NRC Handelsblad, 28 juli 2005)

‘Ik vecht nog twintig jaar voor mijn land’ ; President Museveni zou vertrekken, maar wil nu toch herkozen wordenDOOR PETER VERMAAS

De Oegandese president Museveni legt uit waarom hij herkozen wil worden en meer politieke partijen wil, hoewel hij vroeger het tegenovergestelde zei.

KAMPALA, 28 JULI. De campagne zit erop. Tien dagen lang bereisde president Yoweri Museveni het land om op de valreep de Oegandezen ervan te overtuigen voor de terugkeer van politieke partijen te stemmen. Zelfs in de vluchtelingenkampen in het noorden, waar een bloedige rebellenstrijd woedt, vroeg hij kiezers om bij het referendum van vandaag het vakje aan te vinken met de afbeelding van een boom: het voor analfabeten bedoelde symbool voor meer partijen. Wie het huidige ‘geenpartijensysteem’ en Museveni’s ‘Movement’ wil handhaven, moet een kruisje zetten bij de afbeelding van een huis.

Vooral op het platteland bleek de verwarring groot: terwijl Museveni campagne voert voor een meerpartijenstelsel en dus afschaffing van zijn ‘Movement’, vraagt hij kiezers om zijn eigen partij, een afgeslankte voortzetting van diezelfde Movement, straks te steunen.

Als een meerderheid tegen terugkeer van politieke partijen stemt, dan heeft Oeganda ‘een groot probleem’, erkent de president in het State House in Kampala. Politieke partijen zijn immers al geregistreerd en hebben hun eerste districtskantoren geopend. “En een plan-B heb ik niet”, bezweert Museveni.

U hebt sinds uw aantreden betoogd dat politieke partijen in Afrika tot tweespalt en geweld leiden. Waardoor bent u van gedachten veranderd?

“Door sektarisme in het verleden, waren we genoodzaakt de activiteiten van politieke partijen de afgelopen twintig jaar te beperken. Inmiddels hebben katholieken, protestanten en moslims elkaar beter leren begrijpen. Daarnaast hadden we de laatste jaren in de Movement te maken met kritische elementen die dankzij ons verkozen zijn, maar weigerden zich voor ons in te spannen. Het was onmogelijk die mensen eruit te gooien omdat iedere Oegandees deel uitmaakt van het politieke systeem. Mensen die niet bij ons willen horen, moeten nu hun eigen weg kunnen gaan.”

Meer dan de helft van uw begroting wordt door donoren opgebracht. Heeft de donorgemeenschap zware druk op u uitgeoefend?

“Hardnekkige voorstanders van een meerpartijenstelsel klaagden dat ze in Oeganda onderdrukt werden. Dat riep onnodige vragen op in het buitenland. Maar het is zeker niet de belangrijkste reden dat we ons systeem veranderen. Donoren zijn bemoeials en hun analyses vind ik meestal weinig serieus en erg oppervlakkig. Ze begrijpen niets van onze samenleving of onze geschiedenis. We hebben met ze te maken, maar het is wel ons land. Als ik een familie financieel ondersteun, dan neem ik toch ook niet meteen alle zaken in die familie over? Dat getuigt van slechte manieren.”

Sommige donorlanden, die u eerst met complimenten overlaadden, hebben vanwege uw streven naar een derde regeertermijn de hulp verminderd.

“Het is hun geld, dus dat moeten ze zelf weten. Het is niet mijn probleem. Oeganda zal het overleven en misschien nog wel meer tot bloei komen. We kunnen onze eigen boontjes doppen en moeten op eigen kracht het land ontwikkelen. De inmenging van donoren heeft onze ontwikkeling vaak genoeg vertraagd.

En wie is hier nou eigenlijk de donor? Mijn land is een grotere donor dan Groot-Brittannie of Nederland. Ik verkoop de Britten een kilo ruwe koffie voor een dollar. Zij branden en malen de bonen en verkopen diezelfde kilo voor tien dollar aan ons terug. Op elke kilogram koffie schenk ik de Britten dus negen dollar. En ik zorg voor enorme werkgelegenheid in Engeland. De Britten brengen via ontwikkelingshulp hooguit een klein beetje terug van wat ik ze gegeven heb. Ik ben de echte donor.”

U bent bijna twintig jaar president van Oeganda. Heeft u nog genoeg energie om uzelf opnieuw kandidaat te stellen?

“Ik heb overal energie voor, anders zou ik hier nu niet zitten. Degene die problemen in Oeganda veroorzaakt, kan erop rekenen dat ik nog zeker twintig jaar voor mijn land zal vechten. Maar de gedelegeerden van mijn partij zullen tijdens hun congres bepalen of ik volgend jaar opnieuw hun kandidaat voor het presidentschap ben.”

In 2001 beloofde u dat u na deze ambtstermijn zou stoppen als president en een opvolger zou zoeken. Heeft u ondanks de kritiek daadwerkelijk de ambitie om langer door te gaan?

“Het is aan de Oegandezen om een opvolger te vinden. Ik ben toch geen alleenheerser? Persoonlijk heb ik niet zozeer de ambitie om door te gaan, maar er zijn in dit land nog zoveel problemen die we het hoofd moeten bieden. Ik zie het als mijn opdracht om daar iets aan te doen. De motivatie die ik in het verleden had, heb ik nu nog steeds. A luta continua, de strijd gaat door.”

Advertenties

About this entry