Voorheen donor darling (NRC Handelsblad 14 januari 2006)

Voorheen donor darling; Oppositie vraagt stopzetting buitenlandse hulp

Twintig jaar al is Yoweri Museveni president van Oeganda en in februari wil hij zichzelf opnieuw opvolgen. Maar zijn succes is voorbij. Terwijl het aantal armen in Oeganda de laatste jaren weer toeneemt, koopt Museveni privé vliegtuigen en richt hij legers op.

Peter Vermaas

Zweet gutst van hun voorhoofden, een enkeling kan nauwelijks meer op de benen staan. Het geduld van de duizenden kinderen uit de zevenendertig vluchtelingenkampen in Lira, Noord-Oeganda, wordt op de proef gesteld. Al vanaf vanmorgen vroeg wachten ze in de schroeiende Afrikaanse zon op president Yoweri Museveni. Ze moesten hem toejuichen, had de lokale vertegenwoordiger van de partij van de president gezegd, en luisteren naar zijn toespraak over politieke vernieuwing in Oeganda. Op 23 februari zijn de presidentsverkiezingen. Als hij wordt herkozen, begint Museveni, al twintig jaar president, aan zijn derde termijn.

De kinderen zouden ook de kans krijgen om hun zorgen over de voortdurende rebellenoorlog aan hem over te brengen. Honger, geweld en onveiligheid is wat ze bezighoudt. Niet de politieke discussies in hoofdstad Kampala, honderden kilometers zuidelijker. Na uren zingen, dansen en vooral wachten zet omstreeks etenstijd de presidentiële helikopter met veel kabaal de landing in. De spanning stijgt. En het gejuich neemt, volgens afspraak, toe.

Als de president zich met zijn in smetteloos wit gestoken echtgenote aan de dampende menigte heeft getoond, neemt de districtsvoorzitter het woord. Hij bedankt de regering voor de prachtige tractor die onlangs in Lira bezorgd is. En ook het nieuwe laagje asfalt op de weg naar Kampala is een geweldige vooruitgang. Maar er blijft veel te wensen over. Lira moet een universiteit krijgen, vindt hij, en de grote moskee uit de tijd van Idi Amin zou wel eens afgebouwd mogen worden. Tot slot moet de president weten dat de districtsvoorzitter hoognodig een nieuwe auto behoeft. Aldus de districtsvoorzitter. Om het land te dienen uiteraard.

Hilariteit alom. Stil wordt het pas als een klein meisje het woord neemt. Acht jaar oud is ze. In vlekkeloos Engels leest ze de president vanaf het podium een dramatische oproep voor. Kinderen horen niet in vluchtelingenkampen, zegt ze. Kinderen horen niet ontvoerd te worden door rebellenlegers. Kinderen horen niet te vechten als soldaten. ‘Al wat ik wil is genoeg te eten. En kunnen spelen met andere kinderen’, fluistert ze door de microfoon.

Je kunt een speld horen vallen als ze haar smeekbede beëindigt en op de president afloopt. De joviale Museveni geeft haar een ferme handdruk, een aai over de bol en een bruine envelop met een niet onaanzienlijk geldbedrag. ‘Het meisje hoeft tenminste vanavond geen honger te hebben’, grapt een van de meegereisde verslaggevers van een lokale krant.

Met een toespraak van de president wordt de bijeenkomst afgesloten. In zijn urenlange betoog vraagt hij de inwoners van Lira om steun. Want alleen hij, de voormalige rebellenleider Museveni, kan de nu al bijna twintig jaar slepende oorlog beëindigen.

Het duurt enige dagen voor de nieuwsberichten over de campagne van Museveni in het noorden van zijn land de kranten in hoofdstad Kampala bereiken. Op de voorpagina van regeringsdagblad The New Vision staat een foto van de president die zich met zijn auto door een vluchtelingenkamp met veel voormalige kindsoldaten laat rijden. Vrolijk lachend zwaait hij de vluchtelingen door het open dak van zijn terreinauto toe.

Een gotspe, vindt parlementslid Alice Alaso, die zelf afkomstig is uit het noorden. ‘Populair is Museveni in deze regio nooit geweest’, zegt ze in haar nette kantoortje in het door de Deense minister van Ontwikkelingssamenwerking opnieuw ingerichte parlementsgebouw. ‘Bij de laatste presidentsverkiezingen, in 2001, stemde in de oorlogsgebieden een overweldigende meerderheid voor de oppositie. En voor de komende verkiezingen, op 23 februari, is de verwachting niet anders. Hier in Kampala lijkt Oeganda een geweldig succesvol land, een land in ontwikkeling. Maar zodra je de hoofdstad verlaat zie je de andere kant van de medaille.’

Het noorden, dat is een ander land. Onder president Museveni is volgens alle statistieken het noorden alleen maar armer geworden. Terwijl hij het voor elkaar kreeg in vrijwel het hele land rust en stabiliteit te brengen, ging bij de grens met Soedan de oorlog met het Verzetsleger van de Heer van godsdienstwaanzinnige Joseph Kony door. Anderhalf miljoen mensen wonen in vluchtelingenkampen en ondanks militaire operaties van het Oegandese leger, onderhandelingen met Kony onder auspiciën van de donorgemeenschap en een zaak bij het Internationaal Strafhof in Den Haag, zit er weinig schot in de zaak. ‘De Oegandese regering heeft sinds de machtsovername in 1986 weinig belangstelling gehad voor het noorden’, meent Alaso. ,Die regio moest boete doen voor hun leiders uit het verleden.” De dictators Idi Amin en Milton Obote, die Oeganda in de jaren zeventig en tachtig naar de rand van de afgrond hielpen, kwamen beiden uit het noorden.

Het Westen stond erbij en keek ernaar. Ontwikkelingswerkers en internationale organisaties zijn, sinds Amin en Obote werden verdreven, niet meer weg te slaan uit Oeganda. President Museveni was voor de Wereldbank en het Internationaal Monetair Fonds (IMF) een ‘rolmodel’ voor Afrikaanse leiders en Oeganda een ‘voorbeeldland’. ‘En dat is het nog steeds’, bezweert IMF-vertegenwoordiger Peter Allum in een hippe koffiebar in Kampala. ‘Over democratie mag ik me niet uitspreken, maar de economische groei is geweldig. Wel jammer dat de regering nog zo weinig belasting ophaalt.’

De verdiensten van president Museveni zijn ook groot. Hij is erin geslaagd de vele tientallen rivaliserende legertjes die het land in 1986 in hun greep hadden, om te smeden tot één nationaal leger, hij hervormde de economie en pakte armoede en de vernietigende aids-epidemie daadkrachtig aan. Ook met zijn exotische ‘geen-partijendemocratie’, waar vorig jaar zomer na een referendum een eind aan kwam, wist hij bij donoren lange tijd de juiste snaar te raken. En de pers is vrijer dan in menig ander Afrikaans land. Met groot gemak wordt Museveni’s hang naar de macht in columns en commentaren bijvoorbeeld vergeleken met de opkomst van het Derde Rijk.

Voor de internationale gemeenschap waren het allemaal tekenen dat het in Oeganda na vele jaren van oorlog en geweld de goede kant op ging. Politici uit Europa en de Verenigde Staten die het succesmodel van Museveni van dichtbij wilden aanschouwen, liepen in de jaren negentig de deur plat. Ontwikkelingshulp stroomde bij de ‘donor darling’ met miljarden binnen. Niet via ouderwetse projectjes, maar via algemene begrotingssteun rechtstreeks in de staatskas. In het vorige boekjaar werd liefst 52 procent van de Oegandese nationale begroting gefinancierd door de grote donoren, waaronder Nederland. Allum: ‘Begrotingssteun valt of staat bij vertrouwen in de economische en politieke instituties van een land. En wat dat betreft ben ik nog altijd positief. Wij kijken alleen naar macro-economisch management.’

Maar het tij lijkt te keren. De onmacht van de president om iets aan het conflict in het noorden te doen, de toenemende corruptie en de onderdrukking van de politieke oppositie zijn voor donoren aanleiding kritischer naar Oeganda te kijken. De democratie zonder politieke partijen, die de facto resulteerde in een eenpartijstaat, mag dan verleden tijd zijn, zorgelijk is volgens de donoren nog wel het streven van president Museveni om nog een tijdje aan de macht te blijven.

Vijf jaar geleden beloofde de president in zijn verkiezingsmanifest op zoek te gaan naar een geschikte opvolger, maar in juli vorig jaar liet hij het parlement de grondwet aanpassen om een derde regeertermijn mogelijk te maken. Museveni’s voornaamste tegenstrever in 2001, zijn voormalige jungle-arts Kizza Besigye, vluchtte na de verkiezingen naar Zuid-Afrika, naar eigen zeggen uit lijfsbehoud. Volgens sommige waarnemers zou Besigye indertijd liefst 42 procent van de stemmen hebben gehaald, terwijl de officiële uitslag 27 procent voor de oppositieleider en 69 procent voor Museveni noteerde.

In de week dat Museveni officieel aankondigde gebruik te zullen maken van de door het parlement gecreëerde mogelijkheid van een derde regeertermijn, werd de onder grote belangstelling uit Zuid-Afrika teruggekeerde Besigye op verdenking van hoogverraad gearresteerd. Militaire commando’s in zwarte T-shirts en donkere zonnebrillen hielden de wacht toen hij moest voorkomen. Inmiddels is de uitdager van de president op borgtocht vrij en kan hij voor de aanstaande verkiezingen campagne voeren. Maar tegen de almachtige staatscampagne voor Museveni valt moeilijk op te boksen. Nooit eerder kende Oeganda een vreedzame machtswisseling. En dat zal in 2006 niet veranderen.

Zo massaal als wereldleiders Museveni sinds zijn aantreden in januari 1986 omarmden, zo massaal keren ze zich nu van hem af. De Amerikaanse oud-president Bill Clinton liet tijdens zijn recente Afrika-tournee Oeganda links liggen, de first ladies van de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk vlogen tijdens hún Afrika-reis met een grote boog om Museveni heen en zelfs Wereldbank-chef Paul Wolfowitz vergat tijdens zijn kennismakingsronde door Afrika de eens gevierde president de hand te schudden. ‘Get a grip Museveni. Your time’s up, go away!’, riep Live8-organisator Bob Geldof tijdens de presentatie van het rapport van Tony Blairs Afrika-commissie.

Toen Museveni de grondwet liet aanpassen, hebben Noorwegen en het Verenigd Koninkrijk meteen symbolische bedragen op de ontwikkelingshulp in mindering gebracht. Oeganda sloeg op alle vier door de samenwerkende donoren ingestelde benchmarks – democratisering, mensenrechten, financiële integriteit en nationale veiligheid – negatief uit en met minder hulp hoopten de landen Museveni tot inkeer te brengen. Maar de president maalde er niet om. ‘Het is hun geld, dus dat moeten ze zelf weten’, zei hij in een interview in deze krant. ‘Donoren zijn bemoeials.’

Nederland had vorig jaar zomer meer geduld. ‘Wegens toezeggingen van de Oegandese autoriteiten op het gebied van het vredesproces in het noorden, heeft Nederland op dat moment niet gekort’, meldt een woordvoerder van minister Van Ardenne (Ontwikkelingssamenwerking). Maar onder druk van de Tweede Kamer maakte de minister afgelopen november bekend alsnog 6 miljoen van de steun aan de Oegandese staatskas over te hevelen naar gerichte noodhulp in het noorden.

Veel te laat, vindt het Oegandese parlementslid Alaso. ‘Alsof zijn streven naar een derde regeertermijn de eerste scheve schaats is die de president gereden heeft’, zegt ze. ‘Hij steunde rebellenbewegingen in Congo, waardoor de oorlog (met naar schatting meer dan drie miljoen doden, red.) jarenlang gerekt werd, en beroofde en passant het land van zijn natuurlijke rijkdommen. Het is allemaal gedocumenteerd door de Verenigde Naties.’ Ze wijst op een anderhalve meter hoge stapel paperassen in de hoek van haar kamer.

Museveni richtte een kostbaar privé leger onder leiding van zijn zoon op, hij fourneerde zijn vrienden en familieleden grote voormalige staatsbedrijven, hij onderdrukte politieke tegenstanders. En het Westen kneep al die tijd een oogje toe omdat Oeganda nu eenmaal als succes te boek stond. Alaso kan er met de pet niet bij. ‘Jullie willen in Nederland toch óók weten waar jullie belastinggeld naartoe gaat Jullie zouden toch ook liever horen dat alle kinderen in Noord-Oeganda veilig naar school kunnen gaan en dat er in het hele land genoeg eten is Donoren geloven niet in de realiteit, ze geloven alleen in hun eigen ontwikkelingsmodellen.’

Als oppositieparlementslid, zegt Alaso, heeft ze weinig in de melk te brokkelen. ‘Wij kunnen af en toe iets roepen in de buitenlandse pers en de lokale kranten kunnen felle stukken schrijven. Maar alleen de donoren zouden Museveni werkelijk tot inkeer kunnen brengen. Hij heeft hun geld hard nodig.’ Museveni is volgens Alaso jarenlang met fluwelen handschoen aangepakt. De recente kortingen op ontwikkelingshulp zijn volgens haar speldenprikjes. ,Donoren durven zich niet keihard uit te spreken uit angst beticht te worden van neokolonialisme of paternalisme.’

Dit beaamt oud-minister Kategaya, de boezemvriend van Museveni die in 2003 uit het kabinet werd gegooid na kritiek. ‘Natuurlijk weet ik dat landen soeverein zijn en dat donoren zich niet met onze politiek zouden moeten bemoeien. Maar aan de andere kant: als ik bankier zou zijn en een lening verstrek, dan wil ik toch óók weten wat er met mijn geld gebeurt.’

Want niemand die écht weet hoe de begrotingssteun is besteed, meent Zie Gariyo van het Uganda Debt Network, een niet-gouvernementele organisatie die actie voert voor schuldverlichting en al jaren de uitgaven van de Oegandese regering in de gaten houdt. ‘Van de 52 procent van ons budget die door het buitenland wordt betaald, hebben we natuurlijk uitstekende verantwoordingen. Donoren krijgen mooie verslagen waarop aangegeven wordt hoeveel klaslokalen er van hun geld gebouwd zijn en hoeveel kilometer asfalt er is aangelegd. Maar het blijft een mysterie wat er met het schamele geld gebeurt dat onze eigen belastingdienst ophaalt.’ Dat is, vermoedt Gariyo, naar het leger gegaan of naar smeergeld voor bevriende ondernemers en politieke activiteiten van de partij van Museveni.

In zijn verzet tegen geld dat op de verkeerde plek komt, voelt Gariyo zich gesterkt door de laatste armoedecijfers van Oeganda. Liep het aantal mensen dat van een dollar per dag moet rondkomen tot 2002 sterk terug, de laatste jaren is het aantal armen weer toegenomen. ‘Zolang er economische groei is, is het Westen tevreden. Maar wie zegt dat macro-economische groei ook leidt tot minder armen Je kunt er enorm mee manipuleren. De indicatoren van het IMF en de Wereldbank, die door alle donoren gebruikt worden, zijn niet toepasbaar op de situatie op het platteland. Uiteindelijk is de gemiddelde Oegandees alleen maar armer geworden.’

Dat soort cynisme is niet besteed aan professor Jeffrey Sachs, de onvermoeibare Amerikaanse ontwikkelingseconoom en armoedeadviseur van VN-baas Kofi Annan. Met meer en betere ontwikkelingshulp is het wel degelijk mogelijk in Afrika de armoede een halt toe te roepen, roept hij, net als Tony Blair en Bob Geldof. Sachs was te gast bij de populaire radiotalkshow van de Oegandese journalist Andrew M. Mwenda. Een uur lang werd hij onder vuur genomen. Na elke stelling van Mwenda volgde een korte stilte. En dan een resolute verwerping van Sachs: `’ Ik ben het volstrekt niet met u eens’ of: ‘Hier verschillen wij duidelijk van mening’.

‘Hulp maakt van Afrikaanse leiders verwende nesten die niet naar hun mensen omkijken’, repliceerde Mwenda. ‘En weet u wat onze president deed toen hij van het Westen schuldenverlichting kreeg Hij kocht een privé vliegtuig dat ons iedere dag een fortuin kost !’

Terugblikkend kan Mwenda erom lachen. ‘Als journalist hoor je onafhankelijke vragen te stellen, ik weet het. Maar ik was het zo vaak met Sachs oneens dat het meer een debat werd’, zegt hij in zijn kantoortje naast de radiostudio. Vorig jaar werd Mwenda door Tony Blair naar Londen gehaald om mee te praten met de Afrika-commissie. ‘Begrotingssteun’, zegt hij, ‘is een subsidie aan incompetente leiders.’ Het Westen is volgens hem medeplichting aan het ‘misdadige Oegandese bewind’. ,Ongetwijfeld spelen er allemaal altruïstische of humanitaire motieven mee als Tony Blair zegt dat hij de hulp aan Afrika wil verdubbelen. Maar je moet kijken naar de resultaten. En die zijn niet positief. Toen Museveni in de jaren tachtig in de bush vocht, slaagde hij erin met een klein groepje vertrouwelingen een heel regime omver te werpen. Hij was mateloos populair: Oeganda had eindelijk een president die het voor de bevolking opnam. Maar nu zijn houdbaarheidsdatum verstreken is, weigert hij op te stappen. Diezelfde Museveni krijgt nu zijn zin door parlementariërs om te kopen en een kabinet van niet minder dan 68 ministers om zich heen te verzamelen.’

En dat komt door de hulp, meent Mwenda. In de eerste vier jaar na de machtsovername van Museveni was hulp op zijn plaats, vindt hij. Daarna hadden de donoren zich moeten terugtrekken. ‘Maar op zoek naar een succesverhaal zijn ze gebleven. Donoren liepen elkaar bijna voor de voeten om zoveel mogelijk hulp weg te zetten. In ieder ander land bouwt een gekozen leider na verkiezingen aan vertrouwen door met goed onderwijs, goede gezondheidszorg, nieuwe infrastructuur en schoon water te laten zien dat het belastinggeld goed besteed wordt. De ontwikkeling van een land geeft politieke legitimiteit aan een regering. Maar juist deze sleutelsectoren zijn overgenomen door de donoren. Niet Museveni levert, maar de donoren. De president weet in het Westen op de juiste knoppen te drukken, maar luistert niet naar de eigen bevolking. Dat hoeft ook niet, want hij weet dat ieder gat in de begroting door Uncle Sam wordt gedicht. Waarom zou je als rijke Oegandees dan nog belasting betalen Buitenlandse hulp ondermijnt het democratische proces in ons land. Museveni is verpest door de donoren.’

Advertisements

About this entry