Saaie Aziaat gezocht (De Groene Amsterdammer, 29 september 2006)

Bij de VN staat een vacature open voor de functie van secretaris-generaal. Op 31 december houdt Kofi Annan ermee op. Wie neemt het van hem over?

DOOR Peter Vermaas

NEW YORK – Aan de vaalblauwe muur van de grote toegangshal van het hoofdkwartier van de Verenigde Naties in Turtle Bay, New York is al een plekje voor hem vrijgemaakt. Naast een aantal tamelijk wanstaltige maar statig bedoelde portretten van illustere voorgangers als Boutros Boutros-Ghali, Javier Pérez de Cuéllar, Kurt Waldheim en Dag Hammarskjøld is ook alvast het ophangmechanisme voor de beeltenis van scheidend secretaris-generaal Kofi Annan van de VN vastgeschroefd. Een donker vlak geeft aan waar na 31 december een ongetwijfeld even bont portret van de Ghanese VN-chef komt te hangen. Een dag later begint zijn opvolger. Wie die opvolger wordt, is nog lang niet duidelijk. Volgens VN-diplomaten kan het tot zeker half november duren voordat er witte rook uit de New Yorkse schoorsteenpijpen kringelt. De afgelopen week, tijdens de ministeriële week van de jaarlijkse Algemene Vergadering van de VN, waarvan alle landen lid zijn, was het vertrek van Kofi Annan en zijn opvolging niettemin het gesprek van de dag. Omstandig werd de vertrekkende secretaris-generaal geprezen voor zijn bijdrage in de afgelopen tien jaar. Maar weinig staatshoofden, regeringsleiders en ministers van Buitenlandse Zaken lieten de kans aan zich voorbij gaan om tijdens het jaarlijks terugkerende vergadercircus Kofi Annan in de grote – en ernstig vervallen – zaal van de VN te bedanken voor de bewezen diensten.

Zelfs met de Amerikaanse president Bush, die in 2003 de Veiligheidsraad voor schut zette en zich bij de aanval op Irak niets van de multilaterale modus operandi aantrok, leek alles weer koek en ei. Tijdens een lunch na afloop van de openingstoespraken op dinsdag, waren Bush en Annan vol lof over elkaar. Annan bedankte het Amerikaanse volk voor de gastvrijheid en Bush werd persoonlijk bedankt voor de ‘vriendschap’ en ‘stimulans’ bij de vele keren dat de twee zowel rechtstreeks als via de telefoon over verschillende onderwerpen van gedachten wisselden.

Na de zoals gebruikelijk op fluistertoon uitgesproken woorden van Annan nam de Amerikaanse president op iets ander volumeniveau het woord. Hij toostte op de ‘toewijding’ waarmee de VN op natuurrampen hebben gereageerd en op Annans persoonlijke inzet voor vrede. Zich richtend tot de vertrekkende VN-chef: ‘We moeten toosten omdat u een harde werker bent. Degenen die de eer hebben gehad om telefoontjes van Kofi Annan te krijgen, weten dat hij niet altijd vanaf hetzelfde adres belt’, aldus een duidelijk improviserende Bush. ‘Ik heb hem als president vaak gesproken en geregeld discussieerden we terwijl hij in verre oorden verbleef, want hij is ten zeerste met de wereld begaan.’ Ten slotte hief de hakkelende Amerikaanse president het glas omdat Kofi Annan ‘van zijn vrouw houdt en zijn vrouw van hem’ en omdat de 67-jarige Ghanees ‘een fatsoenlijke, achtenswaardige man is’.

Proost.

Natuurlijk, het was allemaal voor de vorm. Maar het vriendschappelijke ceremonieel tussen de secretaris-generaal van de Verenigde Naties en de Amerikaanse president had wel een doel: laat het de wereld duidelijk zijn dat de bovenbaas van de VN alleen kan functioneren bij de gratie van de VS, het machtigste land op aarde en met afstand de grootste donateur van de VN.

Toen in 1996 Annans voorganger Boutros Boutros-Ghali zich kandideerde voor een tweede termijn, stelde de regering-Clinton alles in het werk om contractverlenging voor deze verstrooide Frans sprekende professor uit Egypte te voorkomen. Toenmalig minister Madeleine Albright van Buitenlandse Zaken liet direct na zijn kandidatuur weten desnoods haar veto in de Veiligheidsraad in stelling te brengen om ‘Boo Boo Ghali’, die in Amerika symbool was geworden van de lamgeslagen VN-structuur, te dwarsbomen. Zolang de Egyptenaar aan de East River zetelde, konden de VN fluiten naar de destijds lang niet betaalde contributie.

Kofi Annan, gepokt en gemazeld in het VN-apparaat, werd tien jaar geleden door de Amerikanen gelanceerd en door de andere vier permanente leden van de Veiligheidsraad geaccepteerd. Afgezien van de moeilijkheden rondom de preventieve Amerikaanse aanval op Irak, heeft Kofi Annan met het Witte Huis altijd aardig kunnen opschieten.

Maar hoon en spot in de Amerikaanse media en vanaf Capitol Hill hoort nu eenmaal bij de functie. De opvolger van Kofi Annan en iedere nieuwe secretaris-generaal zal moeten leren leven met kritiek van de enige overgebleven supermacht. ‘Als de Verenigde Naties niet zouden bestaan, dan had Fox News ze uitgevonden’, schreef Annan-biograaf James Traub van The New York Times onlangs niet voor niets.

Een dikke huid voor Amerikaanse kritiek is niet de enige functievereiste voor de openstaande vacature van secretaris-generaal. Hij moet, zegt VN-kenner professor Edward C. Luck van Columbia University, ook domweg competent en integer zijn, grote kennis hebben van het diplomatieke protocol en een neus hebben voor interculturele gevoeligheden.

De Amerikaanse VN-ambassadeur John Bolton heeft geopperd dat de nieuwe secretaris-generaal in de eerste plaats een capabel manager moet zijn, iemand die het vastgelopen VN-apparaat op bedrijfsmatige wijze kan opschonen. Het maakt wat hem betreft niet uit uit welk land hij komt of wat verder zijn achtergrond is, als hij maar gekwalificeerd is. ‘Maar dat is volgens mij niet genoeg’, zegt Luck, die bij de VN directeur was van een zogeheten ‘open-einde’ werkgroep die de Algemene Vergadering adviseerde over versterking van het VN-apparaat. ‘Ik ben een groot voorstander van VN-hervorming, maar een secretaris-generaal moet niet alleen een manager zijn. Hij moet bovenal ook mensen bij elkaar kunnen brengen.’

De vaak gehoorde suggestie dat alleen een wereldleider als Tony Blair of Bill Clinton de VN uit het slop zou kunnen halen, wijst Luck van de hand. ‘Het moet vooral geen mediaster zijn. Een secretaris-generaal met een te duidelijke eigen mening leidt tot aanvaringen met lidstaten en de permanente leden van de Veiligheidsraad.’ Eigenlijk is Kofi Annan, die volgens zijn biograaf de status van een ‘seculiere paus’ heeft gekregen, naar de smaak van Luck te zeer op een voetstuk terecht gekomen. Geen van de secretarissen-generaal was bij zijn aantreden een charismatisch spreker of populair figuur. Edward C. Luck: ‘Hammarskjøld werd pas bevlogen toen Chroesjtsjov van hem af wilde, Oe Thant hield domweg niet van de pers, Waldheim was te formeel om met oneliners te komen, Pérez de Cuéllar was verlegen en Boutros-Ghali sprak vooral goed Frans. Dat Kofi Annan een echte mediaster is geworden, is louter toeval. Hij is er in ieder geval niet voor ingehuurd.’ Kortom, besluit Luck: ‘Een secretaris-generaal moet niet spannend of opvallend zijn. Het zijn de lidstaten die de organisatie vormen, de secretaris-generaal moet de club slechts bij elkaar houden.’

Blair en Clinton maken overigens ook anderszins weinig kans. Ze komen niet uit de juiste regio. Volgens VN-wetmatigheden is in 2007 Azië aan de beurt. Na de Birmees Oe Thant (1961-1971) hebben de VN geen Aziatische secretaris-generaal meer gehad.

Van de zeven mensen die zich officieel kandidaat hebben gesteld voor de opvolging, komen er zes ook daadwerkelijk uit Azië. Vorige week kwam daar, merkwaardig genoeg, de Letse president Vaira Vike-Freiberga bij. Deze speciale afgevaardigde voor VN-hervormingen vindt dat ook een vrouw moet kunnen meedingen naar de baan van Annan. Meer kansrijke kandidaten zijn de huidige ondersecretaris-generaal Shashi Tharoor uit India, die onlangs onder vuur kwam te liggen omdat hij in zijn campagne voor het hoogste VN-ambt zou samenwerken met de Indiase staalgigant Laxmi Niwas Mittal van Mittal Steel. Ook de afgezette Thaise vice-premier Surakiart Sathirathai heeft zich gekandideerd. Hij zegt ondanks de staatsgreep in Bangkok nog immer beschikbaar te zijn en het generaalsbewind lijkt de kandidatuur van Sathirathai te steunen. Maar in New York wordt de Thaise gegadigde niet meer erg serieus genomen. Verder zijn de voormalige ondersecretaris-generaal en VS-ambassadeur Jayantha Dhanapala uit Sri Lanka, de voormalige Afghaanse minister van Financiën Ashraf Ghani en de Jordaanse VN-ambassadeur prins Zeid al Hussein kandidaat. Hoewel er enige discussie bestaat of het Midden-Oosten deel van Azië genoemd kan worden, strekt het bij de laatste twee kandidaten volgens ingewijden tot aanbeveling dat ze uit moslimlanden komen. De gematigde pro-Amerikaanse prins uit Jordanië geldt als een belangrijke kanshebber.

Maar de meeste kans maakt op dit moment de Zuid-Koreaanse minister van Buitenlandse Zaken Ban Ki-moon. Deze man ligt goed bij de Amerikanen, heeft een lange staat van dienst in het Koreaanse corps diplomatique en werkte in het verleden al eens voor het ambtelijk apparaat van de VN in New York. Zijn bijdrage aan de Algemene Vergadering werd vorige week met extra belangstelling gevolgd. Hij had extra zijn best gedaan: de toespraak was een wervend internationalistisch verhaal over VN-hervorming – precies wat tenminste de VS graag hoorden. Zijn eigen land noemde hij, tegen de gewoonte in, slechts drie keer. Bij de eerste twee geheime, onofficiële stemmingen in de Veiligheidsraad kwam Ban Ki-moon op 24 juli en 14 september als eerste uit de bus.

Wie VN-chef wil worden, moet ten minste negen van de vijftien leden van de Veiligheidsraad achter zich hebben en geen tegenstem krijgen van een van de vijf permanente leden (China, Frankrijk, Rusland, het Verenigd Koninkrijk en de VS). Uiteindelijk beslist de Algemene Vergadering over de voordracht van de Veiligheidsraad. Ban Ki-moon had bij de tweede stemming in de raad veertien van de vijftien stemmen en de ene tegenstem kwam naar verluidt niet van een van de permanente leden maar van Qatar. Op 28 september is er een nieuwe stemming.

‘Maar’, zegt een Europese diplomaat, ‘de stemming kan zomaar omslaan. Het zou me niet verbazen als opeens een onverwachte nieuwe kandidaat uit de hoge hoed wordt getoverd.’ Dat zou volgens ingewijden bijvoorbeeld Kemal Dervis kunnen zijn, de Turkse baas van het ontwikkelingsprogramma undp van de VN. Maar ook over Dervis’ geloofsbrieven is het laatste woord nog niet gesproken. Hij komt uit Istanbul, maar vooralsnog heeft hij niet onthuld aan welke zijde van de Bosporus hij geboren is.

Advertenties

About this entry