‘Soedan maakt het de VN steeds moeilijker’ (NRC Handelsblad, 30 oktober 2006)

‘Soedan maakt het de VN steeds moeilijker’; Vraaggesprek met Jan Pronk, uitgezet VN-gezant voor Soedan

Zijn uitzetting uit Soedan heeft volgens Jan Pronk het besef vergroot dat VN-troepen voor Darfur niet de enige optie zijn. ‘Het gaat om het doel, niet om het instrument.’

Door Peter Vermaas

NEW YORK, 30 OKT. Jan Pronk erkent dat hij “om politieke redenen” tot het eind van zijn contract, dat op 31 december afloopt, aanblijft als speciaal gezant van de VN-secretaris-generaal voor Soedan. Hij mag van de Soedanese autoriteiten het land niet meer in en vanuit New York is zijn slagkracht sterk verminderd. Maar de Verenigde Naties konden niet toegeven aan het toenemend aantal intimidaties van de zijde van de Soedanese autoriteiten, zegt Pronk, daags na een ingelaste vergadering van de VN-Veiligheidsraad, in een New-Yorkse koffiebar.

Pronk: “Het wordt ons [de VN-missie, red.] iedere keer moeilijker gemaakt. Al negen maanden staat materiaal in de haven klaar dat niet wordt vrijgegeven. Lokale stafleden wordt op straat door veiligheidsdiensten verteld dat ze nog altijd voor de vijand werken en twee internationale stafleden zijn afgelopen maand ongewenst vreemdeling verklaard. Dat is allemaal pure intimidatie.”

In september nam de Veiligheidsraad een resolutie aan waarin Soedan wordt “uitgenodigd” een VN-troepenmacht in Darfur toe te laten om de vredesmissie van de Afrikaanse Unie (AU) te vervangen. Maar de Soedanese regering weigert met die resolutie in te stemmen. Zij vreest “herkolonisatie” van haar land en houdt vast aan de troepen van de AU.

Pronk vroeg in september in de Veiligheidsraad om begrip voor de Soedanese positie en pleitte voor een geleidelijker overgang van AU naar VN. Het in mei ondertekende vredesakkoord voor Darfur was volgens Pronk “in coma” en om dat te redden moesten de Soedanezen diplomatiek binnenboord blijven. “Dat werd in Soedan, ook bij het ministerie van Buitenlandse Zaken, zeer gewaardeerd”, zegt Pronk.

Toch ontving hij vorige week in Khartoum een brief waarin hem “een patroon van vijandigheid tegen de regering van Soedan en haar leger” werd aangerekend. Binnen 72 uur moest hij het land verlaten.

“Dat was voor mij echt een grote verrassing. Juist ik ben altijd degene geweest die begrip heeft gewekt voor het standpunt van de regering. En dat is mij hier in New York, bij de westerse landen die slechts blauwhelmen wilden, niet in dank afgenomen.”

Tot afgelopen week. En wellicht, zegt Pronk, heeft de ophef over zijn uitzetting daarbij “een katalyserende werking” gehad. “Vrijdag heeft de Veiligheidsraad mijn benadering van een meer geleidelijke transitie van AU- naar VN-troepen omarmd. Voor het eerst zeiden enkele van de permanente leden dat de resolutie op een creatieve manier ten uitvoer gebracht moest worden. Ook werd door anderen het eerder door mij aangedragen hoofdstuk 8 van het VN-verdrag genoemd: de mogelijkheid om met VN-middelen de troepen van de AU te steunen. Er werd gezegd: of een kat nou wit of zwart is, als het maar een kat is. Dat zijn relativerende opmerkingen over de eigen tekst van de resolutie. Het gaat om het doel, protectie van mensen, en niet om het instrument waarmee je dat doel bereikt.”

U bent Soedan uitgezet wegens negatieve opmerkingen over regering en leger in de media en op uw weblog. U wist toch dat het in Soedan riskant is over het leger te spreken?

“Over de regering heb ik alleen gezegd dat ze zich niet houdt aan het vredesakkoord voor Darfur. Maar ik heb altijd gezegd: iedere aanval door iedere partij op wie dan ook is een schending van het Darfur-vredesverdrag. Het leger voelde zich beledigd, maar dat was niet mijn bedoeling. Als ik verkeerde feiten had genoemd, dan had ik die gecorrigeerd. Maar dat is me nooit gezegd. Ik heb me publiekelijk meermalen zelfs positief over het leger uitgelaten. Het is gedisciplineerd en schendt zelf geen mensenrechten, zei ik. Maar het ging erom dat ik aan de kaak stelde dat het leger zich niet aan het vredesverdrag hield.”

U schreef dat het moreel in het leger was gedaald. Hebt u daar spijt van?

“Nee, natuurlijk heb ik daar geen spijt van. Het was een publiek geheim in Soedan. Maar ik besef dat zoiets een andere lading krijgt als ik het zeg. Toen het Soedanese ministerie van Buitenlandse Zaken zei dat ik provoceerde, heb ik gezegd dat ik het zeer betreurde dat ze dat zo zagen. Dat was volstrekt niet mijn intentie. Na die opmerking over het moreel schreef ik in mijn weblog dat het regeringsleger sterk aan het mobiliseren was. Daar ging het om. Ik moest de rebellen ervan overtuigen dat ze niet zo sterk zijn als ze denken.”

De woordvoerder van Annan noemde de uitspraken op uw weblog “persoonlijke inzichten” van Pronk. Ziet u dat ook zo?

“Nee. Ik heb niet eens het recht om persoonlijke opvattingen te ventileren. Alles wat ik zeg over mijn taak, zeg ik officieel als speciale vertegenwoordiger van de secretaris-generaal. Of het nu in een krant, op mijn eigen website of op een zeepkist bij een demonstratie over Darfur is. Dat zal iedere politicus altijd zeggen. Diplomaten hebben daar wellicht een andere opvatting over, maar ik ben politicus op een diplomatieke positie. Men wist wie ik was en men heeft mij met die kennis op deze positie gezet. Uiteraard heb ik diplomatieke vaardigheden, maar verwar openhartigheid of doortastendheid niet met gebrek aan diplomatie.”

Gaat u door met uw weblog?

“Ja, daar ga ik mee door. Ik heb daar nooit van iemand bij de VN, ook niet vrijdag in de Veiligheidsraad, enige kritiek op gehad. Ik schreef op wat ik ook op persconferenties zei. Het ging de Soedanezen niet om wáár ik het zei, maar om wat ik zei. Maar mijn kracht in de weblog was mijn kennis uit het veld, en daar ben ik nu niet meer. Dus over Soedan kan ik niet veel meer zeggen. Ik ga pendelen tussen Afrika, New York en Den Haag. Daar zal ik een beetje over kunnen schrijven.”

Had u na 31 december willen doorgaan als speciaal gezant?

“Nee. Ik heb in juli van dit jaar aan Kofi Annan laten weten dat ik om persoonlijke redenen geen contractverlening ambieerde. Ik heb tweeënhalf jaar mijn echtgenote niet gezien. Maar Annan zei: vertel niet meteen dat je stopt, want dan ben je een lame duck.”

Advertisements

About this entry