Lokale verkiezingen over goed en kwaad (Knack 31 oktober 2006)

Graag hadden de Republikeinen gezien dat de tussentijdse verkiezingen van volgende week over lokale onderwerpen zouden gaan. Maar met een slepende oorlog in Irak en een onpopulaire president is dat niet gelukt. Bericht vanaf het verkiezingsfront in Connecticut.

Door Peter Vermaas

‘Martelen! Martelen! Martelen moet je. Hoe kun je anders aan goede informatie komen?’ Het is een winderige maandagochtend op een bedrijventerrein in provinciestad Stamford (Connecticut) en de stemming zit er al aardig in. Schreeuwend duwt een jonge vader een met ballonnen en affiches behangen kinderwagen richting de entree van het Marriott Hotel, waar de drie belangrijkste kandidaten voor de Senaatsverkiezingen van 7 november op het punt staan met elkaar in debat te treden. De vader, Chris heet hij, steunt kandidaat Ned Lamont, die in augustus bij de voorverkiezingen van de Democratische partij onverwacht de zittende senator Joe Lieberman versloeg. Lieberman, running mate van Al Gore bij de presidentsverkiezingen in 2000, werd afgestraft voor zijn steun aan de Irakoorlog van president Bush en moest het, na drie opeenvolgende termijnen als senator namens de Democraten, zonder de officiële steun van zijn partij doen. Als onafhankelijke kandidaat doet hij nu alsnog mee aan de verkiezingen. En waar hij ook komt, door de Lamont-campagne wordt hij geportretteerd als een trouwe Bush-volgeling. ‘Lieberman’, verklaart de jonge vader zich nader, ‘steunde niet alleen de oorlog in Irak, maar stemde vorige maand ook met de Republikeinen mee toen de nieuwe martelwet besproken werd. Zo’n man is het niet waard namens de staat Connecticut in Washington te dienen.’

De aanhangers van Lamont zijn deze ochtend ruim in de meerderheid. Al uren voordat het debat begint staan ze met vijftig, zestig man voor de ingang van het hotel op hun kandidaat te wachten. De portier van het hotel vindt het maar niks en probeert een deel van de oprit voor de reguliere gasten vrij te houden. Cameramannen van de uit Washington en New York overgekomen landelijke televisiezenders maken dankbaar gebruik van de door de Lamont-campagne voorgekookte ‘zichtbaarheidsactie’. De campagnevoerders mogen dadelijk tijdens het debat niet eens naar binnen – ze zijn er louter voor het plaatje in de media. Als de camera’s snorren, schreeuwen ze om het hardst. ‘Anti-oorlog, anti-Joe!’ En ze dragen buttons waarop president Bush senator Lieberman innig omhelst. ‘De kus’, zegt Chris, ‘heeft Lieberman de das omgedaan. Met deze president wil je niet gezien worden.’

Verderop op de parkeerplaats van het hotel heeft zich een handjevol brandweermannen ( ‘Firefighters for Lieberman’ ) opgesteld om de tegenkandidaat te steunen. ‘Wij blijven bij Joe’, zeggen ze. ‘Let’s go Joe!’

ZWARTEPIETEN

Binnen in het hotel lijkt de verdeling tussen aanhangers van Lamont en van Lieberman niet veel anders. Voor ongeveer tweehonderd zakenmensen uit de omgeving van Stamford is in de grote balzaal een lunch bereid. En als Lamont, oprichter van een succesvol telecommunicatiebedrijf, de zaal betreedt, klinkt een luid applaus. Joe Lieberman moet het met minder enthousiasme doen, om over de Republikeinse kandidaat, Alan Schlesinger, nog maar te zwijgen. Zijn kandidatuur voor de Senaatsverkiezingen is bijkans voor spek en bonen. De Republikeinen moeten nu eenmaal ook een kandidaat hebben. Maar in feite gaat het in Connecticut tussen de Democraat Lamont en de ex-Democraat Lieberman.Terwijl de aanwezigen hun laatste hapjes kipfilet verorberen, opent de plaatselijke televisiepresentator Tom Appleby het debat. Hij legt uit dat iedere spreker totaal 17 minuten spreektijd heeft. Zes dames van The Local League of Women Voters houden met stopwatches de tijd bij. Op kartonnen bordjes noteren ze het aantal minuten dat iedere politicus heeft gesproken. Het publiek wordt intussen geacht zich stil te houden. ‘Het debat wordt live uitgezonden op radio en televisie. Houdt u uw emoties dus voor u.’

Underdog Schlesinger komt het eerst aan het woord. ‘Deze verkiezingen’, zegt hij, ‘gaan niet over Irak maar over onze staat Connecticut. Laten we dat niet uit het oog verliezen.’ Lange tijd lijken Lieberman en Lamont deze suggestie van hun Republikeinse uitdager ter harte te nemen. Ze praten honderduit over onderwijs, over zorg en over de hoeveelheid geld die vanuit Washington jaarlijks naar Connecticut vloeit. Dat is, zegt Lamont, in de achttien jaar dat Lieberman de staat op het hoogste niveau in de Amerikaanse hoofdstad vertegenwoordigde alleen maar minder geworden.

Lieberman probeert, nadat hij heeft uitgeweid over zijn roots in Stamford (‘Ik ben de Amerikaanse droom’), van de bizar verlopen voorverkiezing bij de Democraten zijn sterke punt te maken. ‘De mensen in dit land zitten volkomen vast in partijpolitiek’, zegt hij. ‘Ik heb de laatste achttien jaar in de Senaat juist geprobeerd door de grenzen tussen partijen heen te breken om voor Connecticut dingen gedaan te krijgen.’

Als frappant voorbeeld noemt hij zijn goede verstandhouding met senator John McCain uit Arizona. Deze Republikein wordt door veel Democraten, terecht of niet, vaak als liberaal bestempeld. Hij is hoe dan ook mateloos populair en al jaren potentieel presidentskandidaat. Maar, zegt Lieberman, hij is niet hoopvol over deze verkiezingscampagnes. ‘Ned Lamont valt steeds maar aan. Het wordt tijd daarmee te stoppen.’ Lamont: ‘Deze verkiezingsrace gaat over goed en kwaad. En wat de regering doet, is niet goed.’

Als de presentator een vraag stelt over de Amerikaanse aanpak van het kernwapengevaar in Noord-Korea, verschuift het debat toch richting de oorlog tegen terrorisme en uiteindelijk Irak. Het zwartepieten, dat al maanden aan de gang is, kan beginnen. Maar Lieberman kiest de gulden middenweg. ‘Waar hebben we het over? De Democraten geven Bush de schuld, de Republikeinen geven oud-president Clinton de schuld. Maar Kim Jong Il heeft die kernproef gedaan!’

BOVEN DE PARTIJEN

Zonder enige moeite praat Joe Lieberman zijn zeventien minuten vol. Hij gaat zelfs nog even door als de dames van de klok al verscheidene keren hebben gewaarschuwd dat zijn spreektijd er echt op zit. Ned Lamont slaagt er bij lange na niet in om zijn tijd te benutten. Sowieso is zijn arsenaal vrij beperkt. Hij wil dat de Amerikaanse troepen zich terugtrekken uit Irak en hij heeft ideeën over de privatisering van de sociale zekerheid. Maar daar blijft het bij.Ook als door de andere kandidaten inmiddels over hele andere onderwerpen wordt gesproken, blijft hij maar over deze twee thema’s doorpraten. Naarmate het debat vordert gaat de door de wol geverfde Lieberman derhalve steeds triomfantelijker kijken. Zijn besluit om zich als onafhankelijke kandidaat toch weer beschikbaar te stellen voor de Senaat, was misschien zo slecht nog niet.

Dat blijkt inmiddels ook uit de peilingen. Hoewel een meerderheid van de Amerikanen het Irakbeleid van president Bush afwijst en Connecticut te boek staat als een tamelijk liberale staat, wordt Lamont als te beperkt ervaren. Hij staat ver achter op Lieberman en de kans dat hij op 7 november de zittende senator van de troon stoot, begint steeds minder groot te worden. Dat is, vreemd genoeg, deels te danken aan de Republikeinse kiezers. Die hebben in vrij groten getale aangegeven de ex-Democraat Lieberman te steunen.

Toch heeft Lieberman, de man die naar eigen zeggen boven de partijen staat, aangegeven zichzelf in de Senaat wel weer als een Democraat te zien. Hij zal bij wezenlijke besluiten over bijvoorbeeld de kandidatuur voor de presidentsverkiezingen van 2008 meestemmen met de Democratische caucus. ‘Laat uw stem niet verloren gaan’, roept de arme Schlesinger, de échte Republikeinse kandidaat, dus steeds weer.

Maar die waarschuwing is aan George Zoghbi niet besteed. Voor en na het debat in Stamford wandelt hij pontificaal heen en weer met een bord met de tekst ‘Ik ben een Republikein en ik steun Joe’. Zoghbi is geregistreerd lid van de Republikeinse partij van president Bush, de Grand Old Party (G.O.P.). ‘Maar ik vind Joe Lieberman domweg een betere kandidaat’, zegt hij. De campagneslogans lijken te werken. ‘Joe is niet zo partijgebonden en beslist gewoon wat het beste voor Amerika en voor Connecticut is. Daar gaat het om.’ Zoghbi heeft, zegt hij, al veel Republikeinse kennissen en familieleden overgehaald om voor de ex-Democraat Lieberman te stemmen.

Met zulke vrienden hebben de Republikeinen geen vijanden meer nodig.

SMALLE MARGES

Echt belangrijk is de verwarrende Senaatsrace in Connecticut niet. Maar tekenend is ze wel. De grote thema’s die er bij de verkiezingen op 7 november toe doen – Irak bijvoorbeeld, maar ook de ongeorganiseerdheid van de Democraten – spelen ook in de kleine staat aan de Amerikaanse oostkust.Overal in het land wordt bij deze zogenaamde midterm elections (tussentijdse verkiezingen) gestemd voor vrijgekomen Congreszetels. Het Huis van Afgevaardigden wordt helemaal ververst, in de Senaat komen 33 zetels vrij. In verscheidene staten, waaronder het Californië van Arnold Schwarzenegger, is ook de positie van gouverneur vacant. Het zijn, kortom, lokale verkiezingen. Maar wel verkiezingen met een grote landelijke impact. ‘Door de actuele thema’s en de enorme polarisatie, zijn het de minst lokale verkiezingen in jaren’, zegt politiek analist Michael Barone van Fox News.

Ondanks zijn vrij geringe populariteit heeft president Bush de laatste jaren dankzij een Republikeinse meerderheid in zowel het Huis als de Senaat vrij gemakkelijk kunnen regeren. Gevoelige wetsvoorstellen uit het Witte Huis haalden, ondanks soms wat gemorrel en discussie, meestal wel de vereiste meerderheid. Maar op 7 november bestaat de kans dat de Republikeinen hun comfortabele dominantie kwijtraken aan de Democraten. Er hoeven maar een paar zetels van de ene partij naar de andere over te gaan, en Bush zit er een stuk minder warmpjes bij.

‘De marges zijn erg smal’, zegt Barone. Dat is, zegt hij, een gevolg van de stijl van de laatste twee presidenten van de Verenigde Staten. Clinton was de liberaal, die veel steun kreeg van gematigde protestanten, van katholieken en niet-kerkelijken en Bush is de religieuze conservatief, die op handen gedragen wordt door de steeds grotere beweging van evangelische kerken.

Barone: ‘Bill Clinton en George Bush hebben beiden karaktereigenschappen die mensen aan de andere kant van de religieuze en culturele scheidslijn absoluut haten. Ze roepen hele sterke negatieve gevoelens op bij deze mensen. De een kan het hoofd van het Clinton op televisie niet verdragen, de ander schakelt de televisie uit als hij Bush ziet.’

Mochten de Democraten 7 november op alle terreinen winnen, zegt Barone, dan hebben ze dat meer te danken aan de afkeer van Bush en de door hem gepropageerde levenswijze dan aan een sterke eigen identiteit.

IRAK & SEKSMAIL

Met de slepende oorlog in Irak – bepaald geen lokaal thema – zagen de Republikeinen hun campagne voor de verkiezingen van volgende week in het honderd lopen. Tuurlijk, bij de door Bush gewonnen presidentsverkiezingen in 2004 speelde de oorlog ook al een grote rol. Maar toen stond de teller nog niet op 2800 Amerikaanse doden en was er nog hoop op verbetering onder een democratisch gekozen Iraakse regering. Inmiddels zijn er nog maar weinig mensen die geloven in een goede afloop.Toen columnist Thomas Friedman van The New York Times deze maand de uitzichtloze situatie in Irak vergeleek met Vietnam – waar overigens zo’n 58.000 Amerikaanse soldaten omkwamen – beaamde zelfs president Bush dat die vergelijking niet geheel uit de lucht gegrepen is. Onder leiding van een oude vriend van de familie Bush, de 76-jarige oud-minister James Baker III, wordt nu nagedacht over een nieuwe koers in Irak. Mogelijk leidt dit tot een gefaseerde terugtrekking van de troepen of tot het vaststellen van een einddatum voor de Amerikaanse betrokkenheid bij het land in het Midden-Oosten. Op alle mogelijke manieren laten prominente Republikeinen de laatste dagen zien dat ze wel degelijk gevoelig zijn voor kritiek op de gevolgde koers.

Dat was echter niet helemaal zoals het Republikeinse campagneteam het in gedachten had. Partijstrateeg Karl Rove had direct aan het begin van de campagne, in de week van de herdenkingsbijeenkomsten voor de aanslagen van 11 september 2001, juist bedacht dat het goed zou zijn om George W. Bush neer te zetten als de vader des vaderlands, als de president van een land in oorlog. In een reeks toespraken sprak Bush over het nog altijd aanwezige terroristische gevaar en de noodzaak om in Irak en Afghanistan de oorlog tegen het terrorisme in het voordeel van de Amerikanen te beslechten. Een koerswijziging was uitgesloten. De Amerikanen moesten tot het eind toe volhouden: ‘ Stay the course’ .

Vicepresident Dick Cheney zei in een televisie-interview zelfs dat ‘de invasie in Irak goed was, en als we het opnieuw zouden moeten doen, dan zouden we precies hetzelfde doen’. Dat was niet zo’n handige zet met bijna twee derde van de bevolking die het volgens de meest recente peilingen niet eens is met het Irakbeleid van het Witte Huis.

Gevolg was dat geen Republikein meer in het gezelschap van president Bush campagne wilde voeren. Toch was de president dagelijks in spotjes op televisie te zien. Niet in die van zijn eigen partij, maar in die van kandidaten van de Democraten. Als afschrikwekkend voorbeeld.

Veel Republikeinse kandidaten lieten spotjes maken waarop ze óf met oogkleppen op louter lokale issues behandelden of waarin ze met de eerder genoemde populaire senator John McCain uit Arizona op de proppen kwamen. McCain wordt gezien als een van de belangrijkste kanshebbers om bij de presidentsverkiezingen van 2008 de Republikeinse kandidaat te worden. Hij is een Vietnamveteraan, die in gevangenschap gemarteld werd. Vorige maand tekende hij bezwaar aan tegen de door president Bush voorgestelde martelwetgeving. Maar na veel misbaar heeft hij uiteindelijk toch voor de vrijere Amerikaanse interpretatie van de internationaal geldende afspraken uit de Geneefse Conventie gestemd.

Tot overmaat van ramp werden de Republikeinen in de campagne ook nog geconfronteerd met de smeuïge affaire rondom het afgetreden lid van het Huis van Afgevaardigden Mark Foley. Het werd niet alleen duidelijk dat Foley homoseksueel was – wat in sommige conservatieve contreien in de Verenigde Staten nog veel stof doet opwaaien – maar ook dat hij al jarenlang seksueel getinte e-mailtjes aan in het Congres werkende scholieren-stagiairs stuurde en dat veel hooggeplaatste Republikeinen daar al lang van op de hoogte waren.

Ook de leider van de Republikeinen in het Huis, de voormalige worstelcoach Dennis Hastert, wist dat Foley buiten zijn boekje was gegaan, maar hij trad zelf niet af. Om de steun van de Republikeinen voor Hastert te bezegelen verscheen de geplaagde partijleider op televisie naast president Bush. Opnieuw geen geweldige reclame voor de campagne. ‘Vertrouwt u deze mannen uw kinderen toe?’ vraagt een dreigende stem in een televisiespotje van een Democratische kandidaat in het zuiden van het land. De morele waarden, waar juist de Republikeinen altijd zo’n punt van maken, zijn bij de Democraten in betere handen, oordeelden de Amerikanen in een opinieonderzoek.

ANDERHALVE DEMOCRAAT

Terug naar Connecticut. Geen seks, weinig spanning en bepaald geen sensatie. Maar wel een buitengewoon verwarrende en harde strijd tussen anderhalve Democraat om één Senaatszetel.Als het debat in het Marriott Hotel voorbij is, staan Ned Lamont en Joe Lieberman nog even gauw de pers te woord. Spindoctors van Lamont delen in de haast geproduceerde stenciltjes uit waarop de ‘leugens van Lieberman’ breed worden uitgemeten en spindoctors van Lieberman hebben vergelijkbare formuliertjes over de uitspraken van Lamont tijdens het debat. Rond drie uur ’s middags spoeden de twee kandidaten zich naar het parkeerterrein van het hotel. Er moet vandaag nog veel gefolderd en gespeecht worden. Lieberman vertrekt richting Stratford om in een winkelstraat ‘de kiezer te ontmoeten’.

Als zijn chauffeur de Interstate 95 opdraait, ziet hij hoog boven de snelweg een immens billboard met daarop een schokkende foto van een naakte Irakees die in Amerikaanse gevangenschap gemarteld wordt. Naast de foto de tekst: ‘Zij stemden om martelen mogelijk te maken.’ Liebermans naam prijkt bovenaan het lijstje.

Advertisements

About this entry