Adviesgroep van Annan wil verenigde VN (Vice Versa, december 2006)

Een adviesgroep van de vertrekkende VN-baas Kofi Annan wil de bezem halen door de ontwikkelingsactiviteiten van de Verenigde Naties. De adviseurs pleiten voor samenwerking in het veld.

Tekst: Peter Vermaas

Echt spannend klinkt het niet, de presentatie van een rapport over interne coherentie bij de Verenigde Naties. Maar het perszaaltje in het hoofdkwartier in New York zit barstensvol als twee covoorzitters van het High Level Panel on System-wide Coherence begin november een toelichting komen geven op hun rapport ‘Delivering as One’. Het zijn de premiers van Noorwegen en Pakistan. Dus is, zoals dat gaat bij de VN, driekwart van de geïnteresseerde journalisten afkomstig uit die twee landen. Daar was VN-coherentie, anders dan in de rest van de wereld, opeens groot nieuws. Het rapport is die ochtend aangeboden aan Kofi Annan. De vertrekkende secretaris-generaal wilde de resultaten nog net voor zijn opvolging, op 1 januari aanstaande, in ontvangst nemen. Na de mislukte hervormingstop bij de zestigste verjaardag van de VN in 2005 had hij op verzoek van de lidstaten een groep politieke hotshots bij elkaar gebracht om de onderlinge samenhang en de financiering van de ontwikkelings-, milieu-, en noodhulpactiviteiten tegen het licht te houden.

Behalve de Noorse en Pakistaanse premiers maakten onder anderen ook de Britse minister Gordon Brown, de voormalige presidenten van Chili en Tanzania, en de nieuwe chef van het World Food Programme, Josette Sheeran, deel uit van het panel. Op verzoek van plaatsvervangend secretaris-generaal Mark Malloch Brown werd de Nederlander Koen Davidse door het ministerie van Buitenlandse Zaken uitgeleend om het panel als een van de twee onderzoeksdirecteuren bijstand te verlenen.

In het veld moet de VN meer een eenheid worden, is het advies. ‘Het instellen van één VN op landniveau, met één hoofd, één programma, één begroting en één kantoor is de kern van ons rapport’, zegt de Noorse premier Stoltenberg bij de presentatie. ‘Met onze maatregelen wordt de VN efficiënter. Het levert twintig procent minder kosten op.’ Die besparing, haast hij zich te zeggen, is niet bedoeld om donorlanden te plezieren, maar om meer geld te kunnen uitgeven aan ontwikkeling, milieu en noodhulp. ‘Dat is zowel in het belang van de donorlanden als van de ontvangende landen.’

Ostentatief knikt de Pakistaanse premier Aziz dat hij het met zijn collega eens is. ‘Ook de commissie was zeer coherent’, grapt hij.

Al langer klaagden ontwikkelingslanden dat ze vaak te maken hadden met veel verschillende organisaties, en soms zelfs met conflicterende programma’s en projecten die allemaal onder de VN-vlag vielen. Eén met gezag en financiering versterkte zogenaamde ‘ResCo’, een ‘residential coordinator’, zou op landniveau de ontwikkelingsactiviteiten van onder andere kinderorganisatie Unicef, bevolkingsclub UNFPA, het wereldvoedselprogramma WFP en UNDP bij elkaar moeten brengen. De regering van Vietnam was blij verrast. Meteen op de dag van de presentatie van het rapport bood dat land zich aan als pilotland.

‘Op mondiaal niveau’, expliciteert Koen Davidse in de shabby koffiebar van het VN-hoofdkwartier in New York, ‘zijn er twintig organisaties die iets met water doen en elf die onderwijs voor meisjes stimuleren. En op regionaal niveau zijn er bijvoorbeeld vijf centra waarmee de voormalige Sovjetstaten en Oost-Europa door de VN worden bediend. In een derde van de landen waar de VN werkt, zijn minstens tien VN-organisaties actief. Soms zelfs twintig. De VN moeten niet op één dag in het veld met zoveel verschillende clubs komen aanzetten. Fragmentatie is niet van deze tijd.’

Nederland en een aantal andere landen pleiten er al langer voor dat bepaalde VN-organisaties worden opgedoekt. In het rapport ligt wat dat betreft vooral de nadruk op de samenvoeging van drie verschillende VN-genderclubs. De chef van de nieuw te vormen genderorganisatie wordt opgewaardeerd tot ondersecretaris-generaal. Om grotere veranderingen te bewerkstelligen, ‘moet op korte termijn het leiderschap in de VN worden versterkt’, meent Davidse.

Zo ook op het hoofdkwartier van UNDP. De baas van het ontwikkelingsprogramma van de VN moet in de nieuwe structuur als ‘VN-ontwikkelingscoördinator’ de lokale vertegenwoordigers en op het hoofdkwartier de VN-organisaties aansturen. Deze versterkte UNDP-baas wordt een ‘primus inter pares’ die alles wat de VN op het gebied van duurzame ontwikkeling doet, samenbrengt. Zowel op veldniveau als in Washington en New York zal nauwer moeten worden samengewerkt met de Wereldbank en het IMF. De Bretton Woods Instellingen zijn ten slotte ook lid van de ‘VN-familie’, maar worden in het rapport slechts zijdelings genoemd.

Organisaties, en zeker VN-organisaties, hebben niet erg de neiging radicaal te hervormen. Wie zegt dat het nu wel lukt? Davidse maakt zich daar op korte termijn weinig zorgen over. ‘Mijn indruk is dat de wil er is om dit voor elkaar te krijgen’, zegt hij. Bovendien heeft de secretaris-generaal het rapport omarmd en weet het panel inmiddels dat ook Annans opvolger Ban Ki-moon de conclusies deelt. Een deel van de maatregelen kan door de secretaris-generaal zelf worden doorgevoerd, een deel moet door de Algemene Vergadering van 192 lidstaten worden goedgekeurd. ‘Maar op de lange termijn’, zegt Davidse, ‘moet er meer gebeuren.’

Volgens Annan is er inmiddels consensus over de samenvoeging van de genderorganisaties. Nog voor het eind van het jaar zal hij dit in de Algemene Vergadering aan de orde stellen. Verder heeft hij landen opgeroepen het voorbeeld van Vietnam te volgen en zich aan te melden voor de pilotfase, en heeft hij opdracht gegeven om de managementpraktijken van de VN, zoals de communicatie tussen verschillende computersystemen en evaluatieafdelingen en de mobiliteit van VN-medewerkers, te verbeteren. Het is de bedoeling dat de belangrijkste beslissingen voor het begin van de volgende Algemene Vergadering, in september 2007, genomen zijn.

Meer informatie bij www.un.org/events/panel

Advertenties

About this entry