Een seculiere paus (Knack, 13 december 2006)

Op 31 december vertrekt secretaris-generaal Kofi Annan na tien jaar bij de Verenigde Naties en wordt hij opgevolgd door de Zuid-Koreaan Ban Ki-moon. Wat is zijn erfenis? ‘Annan was de stem van de wereld.’

door Peter Vermaas

Nog één keer liet scheidend secretaris-generaal Kofi Annan van de Verenigde Naties vorige week van zich horen. In een afscheidsinterview met BBC Worldservice oordeelde de Ghanees dat de oorlog in Irak ‘veel erger’ is dan een burgeroorlog – een uitspraak die hem door de Amerikanen niet in dank wordt afgenomen.

Het leven in Irak, zei Annan, is voor de gemiddelde Irakees na het verdrijven van dictator Saddam Hoessein eerder slechter geworden dan beter. Een strategische koerswijziging is onafwendbaar.

Het waren krachtige woorden voor de 68-jarige Kofi Annan. De fluisterdiplomaat, die in 1997 zijn aanstelling als secretaris-generaal aan de Amerikanen te danken had en door diezelfde Amerikanen de VN door een diepe crisis heeft moeten slepen, werkt dezer dagen aan zijn erfenis. Op 31 december draagt hij de leiding van de VN over aan de Zuid-Koreaan Ban Ki-moon.

In de luttele weken die resten, zijn er ten minste twee dossiers waarop Annan, als moreel leidsman van een wereld in verwarring, nog enige invloed wil hebben. Irak is het ene dossier, Sudan het andere. Beide onderwerpen bepaalden zijn tweede ambtstermijn, beide onderwerpen zetten niet alleen de VN als organisatie op zijn kop, maar raakten ook Annan persoonlijk.

Onder een heel ander politiek gesternte – Bill Clinton was nog president van de Verenigde Staten en Al-Qaeda had zich op Amerikaans grondgebied nog niet gemanifesteerd – onderhandelde Annan in 1998 immers persoonlijk met Saddam Hoessein. De dictator accepteerde inspecteurs van de VN die op zoek zouden gaan naar massavernietigingswapens.

Daarmee was een aanval van de VS voorlopig afgewend. Maar vijf jaar later – Annan was aan zijn tweede termijn begonnen en George W. Bush was de nieuwe Amerikaanse president – konden de wapeninspecteurs geen goed meer doen. De Amerikanen zeiden voldoende bewijs te hebben om Irak ‘preventief’ aan te vallen. En de VN waren daarbij niet nodig.

Zonder instemming van de Veiligheidsraad trokken de Amerikanen en de Britten richting Bagdad. Het multilateralisme werd allerwegen failliet verklaard en Kofi Annan, de om zijn eerste ambtstermijn alom geprezen en met een Nobelprijs onderscheiden secretaris-generaal, trok zich moedeloos terug in zijn New Yorkse appartement.

Hij moest zelfs aan de antidepressiva, onthult Annans biograaf James Traub in het vorige maand verschenen boek The Best Intentions . Voor Annan, die zich veertig jaar lang met de VN had vereenzelvigd, was het niet te verkroppen dat de organisatie zó op een zijspoor werd gezet. Die periode, zei hij afgelopen week bij de BBC, ‘was verschrikkelijk zwaar’.

Maar het werd alleen maar zwaarder.

Bij de wederopbouw van Irak vonden de Amerikanen de hulp van de VN weer gewenst. Annan, die altijd wist hoe belangrijk het is om bij de VN de Amerikanen als enig overgebleven supermacht én grootste financier binnenboord te houden, vroeg een van zijn beste mensen, zijn persoonlijke vriend Sergio Vieira de Mello, om de VN-missie te leiden.

Ondertussen werkte hij voor de Algemene Vergadering van september 2003 aan een baanbrekende toespraak waarin hij zou aangeven dat onder de noemer ‘humanitaire interventie’ preventieve aanvallen in uitzonderlijke gevallen mogelijk zouden moeten zijn.

KONINKLIJKE WAARDIGHEID

Maar in augustus ging het mis. Toen Annan zichzelf enigszins hervonden had, werd het hoofdkwartier van de VN in Bagdad opgeblazen. Twintig mensen, onder wie Vieira de Mello, kwamen om het leven. Een normaal mens zou er aan onderdoor zijn gegaan. Maar Annan bleef opmerkelijk koel, beschrijft James Traub treffend. Hij moest zijn medewerkers troosten. ‘Mijn positie vraagt bepaalde verantwoordelijkheden’, antwoordde hij op vragen van een ontgoochelde collega. ‘Ik moet mijn emoties onder controle houden.’

Het typeert hem. Voor alles behoudt Annan, de telg van een traditionele leidersfamilie uit het Ghanese Fante-volk, zijn bijkans koninklijke waardigheid. Dat is inherent aan zijn functie, vindt hij. Want hoewel de baas van de VN zich permanent ophoudt in kringen van wereldleiders, heeft hij de facto weinig in de melk te brokkelen.

Een secretaris-generaal regeert niet over een afgebakend grondgebied, staat niet aan het hoofd van een leger of een politiemacht en kan geen belasting heffen. Hij heeft zelfs geen stem in de Algemene Vergadering van zijn eigen VN. Het zijn de 192 lidstaten en de vijf permanente leden van de Veiligheidsraad die de dienst uitmaken. Daarom is morele autoriteit des te belangrijker.

‘En wat dat betreft, is Annan geslaagd’, oordeelt biograaf Traub in zijn kantoortje in hartje Manhattan. ‘Hij was de eerste secretaris-generaal sinds de Zweed Dag Hammarskjöld in de jaren zestig die de VN weer dat morele leiderschap gaf. Annan was de stem van de wereld.’

Kofi Annan, meent Traub, groeide uit tot een soort ‘seculiere paus’: een advocaat van het goede, een wereldster die boven alle partijen staat. ‘Kofi Annan’, zegt hij, ‘heeft een mysterieus soort autoriteit. Hij bezit natuurlijke glamour. Zijn uitspraken deden ertoe in een bredere gemeenschap dan alleen in de beperkte diplomatieke VN-wereld.

Hij is puur en eerlijk, een man zonder eigenbelang. Mensen zijn daar meteen van gecharmeerd.’ Hij was, zegt ook hoogleraar Edward Luck van Columbia University, ‘een van de meest gepassioneerde secretarissen-generaal die we ooit gezien hebben’.

Als íémand de VN had kunnen hervormen, dan was het Kofi Annan. Maar dat is niet gelukt. Opnieuw kwam dat door Irak. Juist toen Annan zijn ambitieuze en alomvattende blauwdruk In Larger Freedom presenteerde, volgde onthulling op onthulling over de rol die zijn eigen zoon Kojo had gespeeld bij het Oil-for-Foodprogramma van de VN in Irak.

Voor een aantal Amerikaanse Congresleden was de maat vol: Annan, die in hun ogen een sfeer van corruptie en vriendjespolitiek in stand hield, moest weg. Zover is het niet gekomen, maar Annan was aangeschoten wild: tijdens de cruciale jubileumtop in september 2005 had hij niet de autoriteit die nodig was om vernieuwingen te bewerkstelligen.

De Amerikanen, onder aanvoering van hun nieuwe ambassadeur John Bolton, en de ontwikkelingslanden blokkeerden hoegenaamd alles. Een meer hedendaagse samenstelling van de Veiligheidsraad is verder weg dan ooit.

Het is wrang dat diezelfde Bolton na een jaar zieken en zeuren vorige week bekend maakte gelijk met Kofi Annan op 31 december bij de VN te vertrekken. Nadat hij Annan een jaar lang de duimschroeven heeft aangedraaid, wilde het Amerikaanse Congres de aanstelling van de besnorde bullebak niet verlengen.

VEILIGHEID VAN HET INDIVIDU

‘Als we het over de verdiensten van Kofi Annan hebben’ concludeert James Traub, ‘praten we vooral over zijn woorden. We zeggen niet: hij heeft vrede gebracht in het Midden-Oosten, of een mooie oplossing gevonden voor dit of dat conflict – het gaat vooral over de ideeën waar hij voor stond.’

Zijn meest prominente idee is meteen ook een van de meest gecompliceerde. Sinds zijn aantreden heeft Annan gesproken over ‘ human security ‘, over de veiligheid van het individu. De VN, vindt Annan, zijn er niet in de eerste plaats voor soevereine staten maar voor de bescherming van mensen. Iemand in de derde wereld heeft evenveel rechten als iemand in de eerste wereld en ‘de internationale gemeenschap’ – wat dat ook precies moge zijn – heeft de plicht om in te grijpen als mensenrechten in het geding zijn.

Van heel dichtbij heeft Annan kunnen zien wanneer zoiets nodig is. Hij was chef Vredesoperaties toen onder het toeziend oog van de VN in 1994 de hel losbarstte in Rwanda en toen in Bosnië-Herzegovina, opnieuw ondanks de aanwezigheid van blauwhelmen, duizenden mensen de dood werden ingejaagd. Na die rampzalige gebeurtenissen heeft Annan ‘de hand in eigen boezem gestoken’, zegt de Nederlandse VN-deskundige Dick Leurdijk van het Instituut Clingendael, en in diepgravende onderzoeken niemand buiten schot gelaten.

Dat was de reden dat hij ondanks alles in 1997 gewoon secretaris-generaal kon worden. Traub is iets kritischer. ‘Annan heeft het gevoel dat de VN als systeem hebben gefaald, maar dat hem zelf geen blaam treft.’

Maar toen kwam Darfur. Vanaf de eerste berichten dat daar mogelijk een volkerenmoord plaatsvond, heeft Annan – ‘als Afrikaan’, zegt hij regelmatig met nadruk – het onderwerp samen met de Amerikanen op de agenda gezet. Hier moest worden ingegrepen. Maar ondanks resoluties in de Veiligheidsraad, ondanks brede instemming met een VN-troepenmacht gaat het moorden door.

‘Het is verschrikkelijk ontgoochelend, en tragisch, maar we beschikken niet over de middelen, of de bereidheid, om de situatie aan te pakken’, zei Annan in het BBC-interview. ‘Het is leuk te zien dat iemand veel ideeën heeft, maar de kloof tussen woorden en daden’, schmiert professor Ed Luck van Columbia, ‘is bij de VN altijd erg groot geweest.’ Niettemin, oordeelt Leurdijk, heeft Annan gedaan wat hij kon doen. ‘Maar je moet van een secretaris-generaal gewoon niet te veel verwachten.’

James Traub: ‘De ideeën van Kofi Annan hebben wellicht de manier bepaald waarop we tegenwoordig tegen bepaalde zaken aankijken. Maar in het dagelijks leven veranderde niet veel. De doctrine van humanitaire interventie staat misschien centraal in het westerse denken, maar nog niet in dat van de derde wereld. Toch is het louter zijn verdienste, en een grote, dat hij in een institutie die over staten gaat de focus heeft weten te verleggen naar de rechten van het individu.’

‘THE BEST INTENTIONS; KOFI ANNAN AND THE UN IN THE ERA OF AMERICAN WORLD POWER’ James Traub (Farrar, Straus and Giroux)

Advertisements

About this entry