‘Je n’ai pas pu…’ (Knack, 3 januari 2007)

Deze week is de Zuid-Koreaan Ban Ki-moon begonnen als secretaris-generaal van de Verenigde Naties. Om de steun van de Franse ambassadeur te behouden, zal hij hard moeten studeren.

Peter Vermaas

‘Je n’ai pas pu…’, was alles wat secretaris-generaal Ban Ki-moon van de Verenigde Naties half december uit wist te brengen toen hem tijdens zijn tweede persconferentie op het VN-hoofdkwartier in het Frans een vraag werd gesteld. Omdat er wat herrie in de zaal was, smoesde Ban, had hij de vraag niet goed kunnen verstaan. Of de verslaggever een en ander nog even wilde herhalen.

Geduldig stelde de Canadese journalist zijn vraag opnieuw, duidelijk articulerend en zó langzaam dat zelfs de verslaggever van de Britse Financial Times verbluft uitriep dat zelfs hij in dit tempo het Frans kon verstaan. Maar de Zuid-Koreaan die sinds 1 januari Kofi Annan opvolgt, kon er nog steeds geen chocola van maken en vroeg om een tolk. ‘Ik heb het wel begrepen,’ zei hij niettemin koppig, ‘maar ik wil er zeker van zijn dat ik geen fouten maak in het beantwoorden van uw vraag.’

Hilariteit alom. Voor de man die bij zijn benoeming vanaf het begin weliswaar de steun had van de Verenigde Staten, maar tot op het laatst zijn best moest doen om ook een positieve beoordeling van de Franse ambassadeur te krijgen was het geen best moment. En dat terwijl hij in zijn eerste twee toespraken voor de Algemene Vergadering van de VN een deel van zijn verhaal ostentatief in uitstekend Frans had voorgedragen. Maar die zinnen stonden op papier. En waren duidelijk niet door hemzelf geschreven.

Al sinds de oprichting van de VN in 1945 wordt iedere secretaris-generaal geacht zowel het Engels als het Frans machtig te zijn. Vooral voor de Franse ambassadeur in de Veiligheidsraad is dit een harde voorwaarde. In 1996 hielden de Fransen lange tijd vast aan een tweede termijn van de weinig succesvolle maar vlekkeloos Frans sprekende secretaris-generaal Boutros Boutros-Ghali. Pas toen Kofi Annan destijds een paar woorden Frans had gesproken, gingen de Fransen overstag. In vloeiend Frans beantwoordde Annan vorige maand tijdens zijn laatste persconferentie bij de VN vragen van de correspondent van Le Monde.

Ban Ki-moon werd gered door een medewerker die uitlegde dat de Canadese journalist van de aanstaande secretaris-generaal wilde weten waarom bij de VN vooral Engels en Frans wordt gesproken, terwijl Spaans, Arabisch, Russisch en Chinees evengoed officiële vergadertalen zijn. Ban zei diplomatiek dat dat een zaak van de lidstaten is en dat ‘om praktische redenen’ meestal Engels of Frans wordt gebruikt. Hij antwoordde, uiteraard, in het Engels.

De Franse VN-ambassadeur Jean-Marc de la Sablière weigerde later op de dag bij het verlaten van de Veiligheidsraad enig commentaar op het akkefietje. Volgens hem is Ban Ki-moon al eerder voor zijn examen Frans geslaagd. Minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht (VLD), die vanwege het Belgische lidmaatschap van de Veiligheidsraad al meteen in december in New York een ontmoeting had met de nieuwe secretaris-generaal, zei desgevraagd ‘mensen niet te beoordelen op hun taal’. Hij voerde zijn gesprek met Ban Ki-moon in het Engels.

Advertenties

About this entry