Een stiekeme interventie (De Groene Amsterdammer, 12 januari 2007)

Alleen dankzij de Verenigde Staten kon Ethiopië Somalië binnenvallen. Amerika zelf blijft met een enkele luchtaanval op afstand. Maar wat nu?

DOOR Peter Vermaas

NEW YORK – Het waren ronkende koppen, vorig jaar zomer. Het toch al bijkans volledig gedesintegreerde Somalië zou, als we de grote Amerikaanse kranten moesten geloven, een Afrikaans Afghanistan zijn geworden. Met de overname van de hoofdstad Mogadishu door de Unie van Islamitische Rechtbanken stonden de Taliban klaar om het Afrikaanse continent te onderwerpen. En de Amerikaanse regering, zo luidde de kritiek van progressieve kranten als The New York Times en The Washington Post, was daar indirect zelf verantwoordelijk voor. Lokale krijgsheren, die in de jaren negentig nog twee Amerikaanse Black Hawk helikopters neerhaalden en daarna een hele VN-vredesmissie naar huis stuurden, werden nu immers door cia-agenten betaald om verdachten van de aanslagen op Amerikaanse ambassades in Oost-Afrika op te sporen. Maar in werkelijkheid werden de honderdduizenden dollars met instemming van de Amerikanen gebruikt om te vechten tegen de oprukkende Unie van Islamitische Rechtbanken. Zo voerden de Amerikanen in het kader van de strijd tegen het terrorisme in het geniep oorlog tegen de radicale islam.

Maar succesvol was dit niet. Zonder veel moeite nam die beweging van islamitische rechtbanken vorig jaar Mogadishu over. Tegen de zin van de Amerikanen en buurland Ethiopië – dat de vleugellamme interim-regering van Somalië steunde en zich ondanks miljoenen moslims in de eigen gelederen graag profileert als christelijk baken van beschaving in de regio – slaagden de islamisten, gesteund door de Ethiopische aartsvijand Eritrea, er met harde hand in om voor het eerst sinds 1991 in grote delen van Somalië orde en gezag te vestigen. Door in te spelen op de alom aanwezige anti-Amerikaanse gevoelens kregen ze veel Somaliërs aan hun zijde. Pas toen de islamisten bioscopen gingen verbieden en, nog erger, het gebruik van geestverruimende qat-bladeren aan banden werd gelegd, nam de aanvankelijke steun drastisch af. Maar een opstand bleef uit.

Die is nu niet meer nodig. Op kerstavond stuurde de Ethiopische premier Meles Zenawi tienduizend soldaten over de grens om korte metten te maken met het islamistische bestuur. Hij handelde naar eigen zeggen uit zelfbescherming. De voorzitter van de Unie van Rechtbanken had immers eerder laten weten zijn macht te willen uitbreiden tot ‘Groot-Somalië’. Een goede verstaander weet dat hij doelde op de Ogaden-regio, een gebied in Ethiopië waar veel etnische Somaliërs wonen en waar al verscheidene oorlogen om gevoerd zijn. Maar sowieso, zei Zenawi, was een radicaal religieuze natie in de Hoorn van Afrika niet wenselijk. Het gedisciplineerde Ethiopische leger walste over de troepen van de Unie van Rechtbanken heen en plaveide de weg naar Mogadishu voor de aanzienlijk minder goed geoutilleerde soldaten van de Somalische interim-regering.

Handelden de Ethiopiërs bij hun unilaterale aanval op Somalië inderdaad volledig op eigen gezag? Dat lijkt niet erg waarschijnlijk. Voor de Amerikaanse regering kwamen de inval op kerstavond en de luchtaanvallen een dag later in ieder geval niet als een verrassing. Op verzoek van de Ethiopische luchtmacht had het Pentagon in Washington zelfs geavanceerde satellietgegevens ter beschikking gesteld om de bommen op de meest geschikte plaats te laten neerkomen. Bovendien, zo rapporteerde een woordvoerder van de Ethiopische regering, werden de Amerikanen van iedere troepenbeweging op de hoogte gesteld.

Terwijl in Washington deze dagen vooral over troepenversterking in Irak wordt gesproken, zijn de Amerikanen zo bijna terloops verzeild geraakt bij een nieuw front in de oorlog tegen terrorisme. De Ethiopiërs, zo concluderen veel analisten, voeren in Somalië een ‘proxy war’, een oorlog met een volmacht van de Amerikanen.

Met de Amerikaanse luchtaanvallen, afgelopen maandagnacht, op vermeende al-Qaeda-stellingen in het zuiden van Somalië, werd die betrokkenheid nog groter. Washington ziet de Ethiopische premier Zenawi als een van de belangrijkste Afrikaanse bondgenoten in de strijd tegen het terrorisme en ziet om hem te vriend te houden ontsporingen van het bestuur in Ethiopië zelf voor het gemak door de vingers. Na de volgens de Europese Unie niet volledig eerlijk verlopen verkiezingen in 2005 liet de Ethiopische regering duizenden aanhangers van de oppositie oppakken. Bij demonstraties van de oppositie vielen enkele honderden doden toen regeringssoldaten het vuur openden. De rechter die onderzoek deed naar de rellen vluchtte naar Londen. De oppositieleiders, waaronder de tot burgemeester van Addis Abeba verkozen dr. Berhanu Nega, zitten nog altijd in het gevang. Terwijl de meeste Europese landen sneden in de ontwikkelingshulp aan Ethiopië kneep de Amerikaanse regering een oogje toe. Ethiopië zou nog wel eens nodig kunnen zijn.

Maar de hulp van Ethiopië is niet onuitputtelijk. Premier Zenawi heeft aangekondigd zich zo snel mogelijk uit Somalië te willen terugtrekken. De oorlog drukt te zwaar op de begroting van het volgens de VN op zeven na armste land ter wereld.

In Mogadishu hebben de krijgsheren inmiddels hun oude posities weer ingenomen. Het land is terug bij af. Om een verder machtsvacuüm te voorkomen, zou een door de Afrikaanse Unie (AU) opgetuigde vredesmacht van ongeveer tienduizend ingezet moeten worden. Maar vooralsnog heeft alleen Oeganda duizend tot vijftienhonderd soldaten ter beschikking gesteld. Het niet erg glansrijke optreden van de vredestroepen van de AU in Darfur stelt echter weinig gerust. EU-buitenlandchef Javier Solana heeft al gesuggereerd dat de Verenigde Naties met mankracht en middelen zouden moeten bijspringen. Maar de kans is klein dat de Veiligheidsraad daarvoor voelt. Tegelijkertijd voorspelt de voorname Somalië-deskundige John Prendergast van de International Crisis Group alleen maar meer chaos. ‘Om te geloven dat de islamisten nu verslagen zijn, zou hetzelfde zijn als te denken dat de soennieten verslagen waren toen de VS Bagdad binnenvielen’, zei hij in de Los Angeles Times. Hij pleit voor een diplomatieke oplossing. ‘Heeft niemand ooit van Irak gehoord? Een militaire strategie tegen het terrorisme werkt niet.’

© Peter Vermaas / De Groene Amsterdammer

Advertenties

About this entry