Kiesdistrict Bagdad (De Groene Amsterdammer, 6 april 2007)

Het gaat wél goed in Irak, vindt presidentskandidaat John McCain. Hij gaat er graag winkelen.

NEW YORK – Lang voordat George W. Bush op hetzelfde idee kwam, stelde senator John McCain voor om het aantal Amerikaanse troepen in Irak stevig op te voeren. Alleen zo konden de Amerikanen winnen en werd Irak veiliger. De Vietnam-veteraan McCain vertelde het aan iedereen die het horen wilde. Een vaste einddatum voor de Amerikaanse aanwezigheid in Irak zou volgens hem het recept voor een nederlaag of misschien wel een impliciete overgave zijn. Dus toen Bush in januari, onder hevig protest van Democraten én een groeiend aantal Republikeinen, precies met dit plan op de proppen kwam, kon McCain niet anders dan instemmen. De president nam zijn plan over en McCain stond onverwacht zij aan zij met George W. Bush. Een man een man, een woord een woord.

Maar McCain is een van de Republikeinse presidentskandidaten. En een kansrijke – ware het niet dat concurrent Rudy Giuliani, de oud-burgemeester van New York, uitloopt in de peilingen. McCain, die aanvankelijk Bush zwaar kritiseerde om de wijze waarop hij de Irak-oorlog aanpakte, wordt nu door de kiezer sterk geassocieerd met de indrukwekkend impopulaire president Bush en diens Irak-beleid. ‘Ik verlies liever een campagne dan een oorlog’, orakelde McCain aanvankelijk manhaftig. Maar die prepresidentiële rally around the flag blijkt niet te werken. De Amerikaanse kiezer ziet dat het in Irak nog niet beter gaat. Onzin, zegt McCain in een plotseling tegenoffensief. ‘Er zijn buurten in Bagdad waar jij en ik zo een wandeling zouden kunnen maken’, hield hij een radiopresentator voor. Hoongelach alom. cnn-verslaggever Michael Ware, die al vier jaar in Irak zit, noemde het ‘bespottelijk’ te denken dat er in Bagdad ook maar één wijk is waar een Amerikaan vrij over straat kan gaan. McCain gooide volgens Ware zijn goede reputatie te grabbel.

Om zijn geloofwaardigheid bij pers en publiek weer wat op te krikken, dook de senator afgelopen zondag opeens op in hartje Bagdad, op de Shorja-markt. Met een scherfvest om het lijf, een zonnehoedje op en met spiegelzonnebril kocht de presidentskandidaat wat kleedjes en doeken. Liefst een uur lang liet McCain zich rondleiden. Door het Amerikaanse leger verspreide foto’s dienden als bewijs. Amerikanen krijgen, zei hij na afloop, van de media ‘niet het volledige beeld’ van de situatie in Bagdad. Het gaat wél goed.

Een woordvoerder van het Iraakse leger verpestte de zegetocht in kiesdistrict Bagdad door zondagavond aan nieuwszender nbc te verklappen dat McCains bezoek aan de markt was begeleid door niet minder dan honderd Amerikaanse soldaten, terwijl drie Blackhawk-helikopters en twee Apache-gevechtshelikopters boven het hoofd van de dappere senator rondcirkelden om de gebruikelijke scherpschutters af te schrikken.

Bush had voor de extra zware beveiliging volgaarne zijn toestemming gegeven: je moet je laatste vrienden koesteren. Op maandagochtend waren de scherpschutters weer terug.

PETER VERMAAS

Advertenties

About this entry