Wie wipt Mugabe? (De Groene Amsterdammer, 13 april 2007)

Een kwart van de twaalf miljoen Zimbabwanen is de grens overgetrokken. De president van Zambia vergeleek Zimbabwe met de Titanic. En geen buurland kan iets uitrichten tegen Robert Mugabe.

DOOR Peter Vermaas

‘We zijn pas vier jaar bezig’, murmelde de Zimbabwaanse oppositieleider Morgan Tsvangirai haast verontschuldigend toen ik hem eind 2003 voor dit weekblad in zijn achtertuin in Harare interviewde. Het was bijna twee jaar na de door hem verloren presidentsverkiezingen en de autoriteiten hadden hem onder huisarrest gesteld, omdat hij van plan zou zijn president Robert Mugabe op gewelddadige wijze van de troon te stoten. Het was een nogal lachwekkende beschuldiging voor wie de goedmoedige en weinig daadkrachtige oppositie van Zimbabwe kent, maar Tsvangirai hing wel de doodstraf boven het hoofd. In een tot kantoortje omgebouwde schuur ontving hij zijn nationale en internationale gasten en beraadde hij zich op nieuwe methoden om Mugabe, aan de macht sinds 1980, ‘op democratische wijze’ aan de kant te krijgen.

Tsvangirai oogde terneergeslagen. Mat. Alsof het hem even allemaal niets meer kon schelen. Zóveel mensen hadden hem in 2002 gezegd dat hij de verkiezingen kon winnen dat hij zelf bijkans ook in het onmogelijke was gaan geloven. Maar uiteindelijk was oude vos Mugabe, met dank aan zijn wijdverbreide partijapparaat en intimiderende overheidsdienaren, toch als overwinnaar uit de bus gekomen. De ‘final push’, een kort na de verkiezingen door oppositie en civil society georkestreerde massademonstratie, liep op niets uit. Iedereen, het Westen voorop, had te vroeg gejuicht en de bestendigheid van het regime van Mugabe zwaar onderschat. Het speet hem zeer, zei Tsvangirai in zijn geïmproviseerde werkkamer, maar in Georgië had het toch ook liefst tien jaar geduurd voordat de ‘rozenrevolutie’ tot stand was gekomen? En hij was pas vier jaar bezig.

Ruim drie jaar later is de inflatie in Zimbabwe tot boven de zeventienhonderd procent gestegen en is tachtig procent van de bevolking werkloos. Maar de politieke situatie is hoegenaamd onveranderd. Mugabe is nog steeds aan de macht en de oppositie is nog altijd even hulpeloos. Tsvangirais Movement for Democratic Change (mdc) is hevig verdeeld in twee facties uiteengevallen en lijkt ondanks koene taal mede door een murw geslagen en hongerige achterban haast niets te kunnen uitrichten.

Toch zien gerenommeerde waarnemers in het Westen, aan het woord in The New York Times of The Economist, steeds weer hoopvolle tekenen. Direct na de arrestatie en zware mishandeling van Morgan Tsvangirai vorige maand meldden zij dat het regime van Mugabe op instorten stond. Dat de eenzame oude leider zijn hand had overspeeld en als een kat in het nauw probeerde het hoofd boven water te houden. Even was Zimbabwe weer in het nieuws en even kwam de hoop van 2002 terug. Het is allemaal wishful thinking.

Er zou verzet zijn bij Mugabe’s politieke achterban in de Zanu-PF. Maar een week later maakte diezelfde partij bekend er geen enkel probleem mee te hebben als de 83-jarige leider zich volgend jaar zou kandideren voor een nieuwe termijn van zes jaar. De buurlanden, verenigd in de Southern African Development Community (sadc), zouden Mugabe eindelijk de les lezen. Maar aan het eind van de topontmoeting in Tanzania was Mugabe’s positie eerder sterker dan zwakker.

‘Stille diplomatie’ is voor de club van Afrikaanse landen, met president Thabo Mbeki van Zuid-Afrika voorop, nog steeds het devies. Die zou tegenwicht moeten bieden aan de megafoondiplomatie van vooral de Verenigde Staten en het Verenigd Koninkrijk. De Amerikanen noemden Zimbabwe twee jaar geleden een van de zes ‘outposts of tyranny’, landen in de wachtkamer voor de ‘As van het Kwaad’, en gaven vorige maand in een officiële publicatie toe dat ze de oppositie in Zimbabwe financieel ondersteunen. Ook de Britten doen dat. Toen de oppositie eind 2003 nog betrekkelijk publiek in hartje Harare vergaderde, zwermden vertegenwoordigers van de Amerikaanse ambassade en de Britse high commission als ceremoniemeesters rondom de kopstukken van de mdc heen. Dat was een vrij gênant gezicht. Neokolonialisme, zou Mugabe zeggen. Zimbabwe is sinds 1980 een onafhankelijk land, in zijn beleving zelfs een democratie, en daar hebben westerse mogendheden zich niet met interne zaken te bemoeien.

Als Mugabe dit zegt, gooit hij nog altijd hoge ogen. Bij topontmoetingen van Afrikaanse presidenten, of het nu de Afrikaanse Unie of de sadc is, wordt hij met staande ovatie onthaald. Mugabe is een icoon, een leider die staat voor de onafhankelijkheid van zijn land en de zelfstandigheid van het continent. President Mwanawasa van Zambia mag Zimbabwe aan de vooravond van de sadc-top ‘een zinkende Titanic’ genoemd hebben, tijdens de top zelf heeft hij moeten inbinden. En het is sympathiek dat het parlement van Botswana zich in meerderheid kritisch heeft uitgelaten over de situatie in het buurland, maar uiteindelijk verliet Mugabe glimlachend het conferentiehotel.

Eigenlijk kan alleen Zuid-Afrika iets uitrichten, de ongetwijfeld goede bedoelingen van George Bush en Tony Blair ten spijt. Alle buurlanden van Zimbabwe hebben te maken met grote groepen vluchtelingen – Botswana bouwde enkele jaren terug zelfs een vier meter hoge elektrisch geladen muur op de Zimbabwaanse grens – maar het aantal Zimbabwanen dat zijn heil in Zuid-Afrika heeft gezocht, spant de kroon. Tussen de twee en drie miljoen van de circa twaalf miljoen Zimbabwanen zijn de grens al overgetrokken. Het is dus ook in het eigen nationale belang van Zuid-Afrika om in beweging te komen.

President Mbeki en het parlement in Kaapstad kunnen besluiten de energieleveranties aan Zimbabwe stop te zetten. Vrijwel alle elektriciteit en benzine wordt door Zuid-Afrika geleverd. Als Mbeki de energietoevoer stillegt, komen de laatste stukjes industrie in Zimbabwe tot stilstand en kan Mugabe geen kant meer op. Het is een mogelijkheid – al zullen Mugabe’s warme banden met China en Iran ervoor zorgen dat hij voorlopig niet in het donker zal zitten.

Op verzoek van de sadc gaat fluisterdiplomaat Mbeki nu ‘bemiddelen’ tussen de officiële Zimbabwaanse oppositie van Tsvangirai en het Zimbabwaanse regime. Niemand weet wat daarvan verwacht mag worden. Mbeki heeft Mugabe de laatste jaren altijd met fluwelen handschoenen aangepakt: comrade Robert was tenslotte een belangrijke steunpilaar in de strijd tegen het apartheidsregime én een elder statesman die in de Afrikaanse context nu eenmaal gerespecteerd dient te worden. Bovendien botert het tussen Mbeki en Tsvangirai al heel lang niet. Mbeki ziet de Zimbabwaanse oppositieleider merkwaardig genoeg als een binnenlandse bedreiging. Mbeki regeert in Zuid-Afrika bij de gratie van een coalitie met Cosatu, de federatie van vakbonden. Tsvangirai komt voort uit de vakbeweging en onderhoudt met de collega’s van Cosatu nauwe banden. Als Tsvangirai in Zimbabwe aan de macht zou komen, zou dat de Zuid-Afrikaanse vakbond meer zelfvertrouwen geven dan Mbeki lief is. ‘Zo heeft Zimbabwe een rol gekregen in de Zuid-Afrikaanse binnenlandse politiek’, concludeerde Zimbabwe-kenner Peter Godwin in The New York Times.

‘De zogenoemde stille diplomatie is larie’, oordeelde aartsbisschop Pius Ncube vanuit Zimbabwe’s tweede stad Bulawayo. ‘Je kunt Mugabe er niet van overtuigen te vertrekken. Hij moet gedwongen worden op te stappen.’

Hoe nu verder? Mugabe verkeert in topconditie, dus een snel verscheiden ligt niet voor de hand. Wordt het voor de oppositie niet tijd voor grover geschut? Voor ondergrondse acties?

Nota bene de katholieke kerk, de kerk waarin Mugabe zelf groot werd, riep afgelopen Paaszondag op tot opstand. ‘Veel mensen in Zimbabwe zijn kwaad en hun woede ontpopt zich nu tot onverholen revolte’, stond in een brief die namens de bisschoppen overal in het land op kerkdeuren genageld was. Het volk moet zich massaal tegen het regime keren. Of de moegestreden Tsvangirai daarbij nodig is, hebben de bisschoppen er niet bij gezegd.

© Peter Vermaas / De Groene Amsterdammer

Advertenties

About this entry