Al Gore: De rede gekaapt (De Groene Amsterdammer, 30 mei 2007)

In een nieuwswereld vol commercie durft niemand meer een ongemakkelijke waarheid te poneren. Al Gore volhardt met een nieuw boek.

DOOR Peter Vermaas

NEW YORK – Wie kandidaat is voor het presidentschap van de Verenigde Staten, schrijft een boek. Zo’n beetje alle huidige kandidaten liggen op hoge stapels in de boekhandel. De boeken, prachtig in hardcover uitgegeven, zien er allemaal ongeveer hetzelfde uit: hoofd van de kandidaat op de voorkant en een bombastische titel of slogan waaruit meteen blijkt hoe het land kan worden gered. De boeken vormen een mooie aanleiding voor gratis publiciteit en veel kandidaten gebruiken de opbrengsten voor hun campagnes. Senator Barack Obama kreeg vorig jaar een voorschot van 850.000 dollar voor de publicatie van zijn boek The Audacity of Hope. En een herdruk van zijn memoires Dreams from my Father (1996) leverde hem nog eens 400.000 dollar extra op.

Voormalig vice-president Al Gore is vooralsnog geen kandidaat voor de verkiezingen van 2008. Maar de publicatie van een nieuw boek, The Assault on Reason, en de daarbij behorende publiciteit voedt de speculaties. En druk was het zeker toen Gore afgelopen vrijdag bij een vestiging van boekhandelketen Barnes & Noble in New York zijn boek ten doop hield. Maar niet zo druk als op 19 oktober van het vorige jaar, toen Barack Obama er was. Toen stonden gillende, vooral jonge fans met fotocamera’s op de stoelen om een glimp op te vangen van een man die op dat moment nog lang niet meedong naar het presidentschap. Bij Gore werd enthousiast geapplaudisseerd, soms ook gejoeld, maar het was allemaal tammer. Vergeleken met de begaafde spreker Obama bleek Gore een stijve hark. Bij enige zijpaden in zijn weinig geïnspireerde inleiding, raakten de toehoorders, overwegend oud en grijs, snel het spoor bijster. Toch is Gore dankzij de film An Inconvenient Truth in eigen land een soort heilige geworden. Hij kreeg een Oscar, werd genomineerd voor de Nobelprijs en slaagde erin zijn gepolariseerde verliezersimago van zich af te schudden. Gore, zo leek het een paar maanden terug, stond bijkans boven de partijen. Zelfs veel Republikeinen en christelijk rechts complimenteerden hem en namen klimaatverandering over als hét politieke thema van de komende jaren.

Maar The Assault on Reason gaat nauwelijks over klimaatverandering. Het is ook geenszins een pacificerende opmaat voor een presidentiële kandidatuur. Zijn hoofd staat niet op de cover (Gore zou voor een presidentiële campagne nog vele kilo’s moeten afvallen) en na alle opwinding over An Inconvenient Truth is Gore in dit boek ook weer gewoon de oude saaie Gore die in 2000 de verkiezingen verloor van een onervaren maar charismatische cowboy uit Texas. Hoewel Gore in de inleiding stelt dat de zorgelijke toestand van het politieke klimaat in de VS niet louter valt toe te schrijven aan Bush, blijkt in de navolgende hoofdstukken wel dat het door de huidige regering komt dat Amerika niet meer het land is waar Gore trots op wil zijn.

Centraal in zijn analyse staat het einde van de ‘Rede’ in het politieke bedrijf. Hoe is het mogelijk, vraagt Gore zich af, dat na 11 september 2001 zeventig procent van de Amerikanen daadwerkelijk geloofde dat Saddam Hoessein achter de aanslagen zat en dat nu, in 2007, nog altijd vijftig procent van zijn landgenoten gelooft dat de kapers op 9/11 Irakezen waren? Terwijl alle mogelijke accurate informatie voorhanden was, nam Amerika het besluit ‘om een kwetsbaar land binnen te vallen dat ons niet had aangevallen en geen gevaar voor ons was’. Dat niemand de feiten onder ogen wilde zien of aan de bel trok, was volgens Gore ‘absurd’.

Bush kon het land volgens Gore voorliegen omdat een inhoudelijk debat over beleid niet meer bestaat; propaganda voert de boventoon. In het Congres werd nauwelijks serieus over de inval in Irak gedebatteerd en zonder zich enigszins in de materie te verdiepen, steunden ook veel Democratische senatoren, uit angst voor onpatriottisch te worden uitgemaakt, de inval in Irak. Ook in de media was volgens Gore nauwelijks discussie mogelijk. De gemiddelde Amerikaan zit vierenhalf uur per dag apathisch voor de televisie, maar is toch slecht geïnformeerd. Door de commercie in de nieuwsvoorziening en de door moderne marketingtechnieken beheerste politiek is de voor een democratie onontbeerlijke ‘marktplaats van ideeën’ non-existent. Echte journalisten, die aan waarheidsvinding doen en ‘inconvenient truths’  (ongemakkelijke waarheden) durven te onthullen, bestaan in Gore’s optiek nauwelijks meer.

Nieuw is die analyse natuurlijk niet en Gore heeft wel heel veel citaten van founding fathers nodig om zijn punt te maken. Zijn oplossing, ‘het internet’, is ook niet echt bevredigend. Tuurlijk, het web is interactiever dan de commerciële televisie, maar ook online kun je vierenhalf uur per dag apathisch naar commerciële of propagandistische onzin kijken. Hoe Gore het land wil redden, blijft onduidelijk. Maar hij staat wel weer dagenlang in het middelpunt van de belangstelling. Of, zoals The Washington Post schreef: ‘The Assault on Reason is een serieus werk, geschreven door een intelligente man met de ongeneeslijke gewoonte om meer aandacht op zichzelf te vestigen dan op de ideeën die hij wil overbrengen.’

Een groepje jongeren dat voor de deur van de boekwinkel in New York tegen Gore’s klimaatinspanningen demonstreerde, was daar het bewijs van. De tekst op hun spandoek: ‘Science is so yesterday’.

© Peter Vermaas / De Groene Amsterdammer

Advertisements

About this entry