Onder Belgische hoede (Knack, 30 mei 2007)

Volgende maand is België voorzitter van de Veiligheidsraad van de Verenigde Naties. Op de vertegenwoordiging in New York worden overuren gedraaid. Knack liep een paar dagen mee met ambassadeur Johan Verbeke.

DOOR PETER VERMAAS

‘Zo, ik heb eindelijk mijn vrijheid van spreken terug’, lacht ambassadeur Johan Verbeke als hij op donderdag 10 mei de zaal van de Veiligheidsraad uitkomt. Hij heeft zojuist in de raad zijn verslag toegelicht van een door hem geleide reis naar Europa die in het teken stond van de toekomstige status van Kosovo en wil nu graag het verzamelde perskorps van de VN toespreken. Eerste secretaris Peter Van Kemseke, die haast geen moment van Verbekes zijde wijkt, zoekt daarvoor een geschikte plek. Heen en weer geslingerd tussen knorrige journalisten en weifelende VN-voorlichters, belandt de ambassadeur uiteindelijk in een stoffig kamertje dat dienst doet als clubhuis van het VN-journaille. Het meubilair is, zoals op wel meer plaatsen in het VN-hoofdkwartier, sinds de oplevering in 1952 niet meer vervangen. Journalisten zijn er alleen nog niet. Die hebben bij de uitgang van de Veiligheidsraad meer oog voor de Russische ambassadeur. Die prijst Verbeke. De Belgen hebben ‘een goed, objectief rapport geschreven’, zegt hij zelfs. Maar dat verandert niets aan zijn standpunt over Kosovo: hij is tegen snelle zelfstandigheid.

Als de wijdlopige Rus is uitgesproken, staat Verbeke de rondom een donkerbruine formicatafel geïnstalleerde pers te woord. ‘We hebben de kloof gedicht tussen de vele rapporten hier in New York en de ervaring van mensen in het veld en we hebben meer begrip voor elkaars standpunt gekregen’, zegt hij. Ook voor de Russen die geen zelfstandigheid willen? ‘Bij de Russen draait het om het tijdpad, om hoelang het duurt voordat er een besluit over de status van Kosovo genomen is’, oppert Verbeke. De verschillende standpunten zouden wel eens minder onverenigbaar kunnen zijn dan men denkt.’

Net als de ambassadeur nog een punt wil maken over de Russische Kosovoproblemen, wordt het onderhoud met de pers ruw verstoord door een krakerige stem uit een luidspreker ergens in het vergeelde systeemplafond. Of de journalisten snel naar de officiële perszaal willen komen voor een briefing van de woordvoerder van secretaris-generaal Ban Ki-moon.

Heeft Verbeke echt zijn recht van spreken terug? Kan een diplomaat überhaupt vrijuit spreken? ‘Een eigen mening kun je natuurlijk nooit geven’, erkent Verbeke later vanachter zijn bureau in de Belgische VN-missie op een eenenveertigste etage in midtown Manhattan. ‘Maar rondom het bezoek aan Belgrado en Kosovo moest ik mezelf een reserve opleggen wat betreft het Belgische standpunt. Tijdens de missie ben ik verplicht geweest een objectieve stelling in te nemen die zo ongeveer het gemiddelde van de vijftien leden vertegenwoordigde. Toen het rapport was ingediend, kon ik mijn spreekrecht, mijn recht op vrije meningsuiting, weer oppakken. Dat was wel een beetje een opluchting, ja.’

Als België op 1 juni voor één maand het voorzitterschap van de Veiligheidsraad op zich neemt, zal het makkelijker worden die Brusselse mening te laten doorklinken. ‘Dat is perfect gereglementeerd’, zegt Verbeke. ‘Als voorzitter ben je weliswaar weer in de positie dat je het gemiddelde van de groep van vijftien moet vertolken. Maar als ik het eigen Belgische standpunt zou willen belichten, dan kan dat door heel duidelijk aan te geven dat je even niet spreekt als voorzitter, maar in je nationale hoedanigheid. En dan kun je zaken aanroeren die totaal incompatibel zijn met wat je precies daarvoor hebt gezegd in je hoedanigheid als voorzitter.’En maakt het voor een diplomatieke vertegenwoordiging nog verschil van welke partij een minister lid is? Verbeke meent van niet. Als VLD-minister van Buitenlandse Zaken Karel De Gucht, van wie Verbeke voor zijn aanstelling in New York kabinetschef was, na de federale verkiezingen van 10 juni plaats zou moeten maken voor een collega met een andere politieke kleur, dan veranderen hooguit ‘de accenten’.

SOORTELIJK GEWICHT

Ook op zondag wordt op de Belgische missie gewerkt. Althans vandaag. Het is 13 mei en gisteren zijn koning Albert en koningin Paola, begeleid door De Gucht, op het New Yorkse vliegveld JFK gearriveerd. De aanleiding van het bezoek is het Belgische lidmaatschap van de Veiligheidsraad, maar ook buiten de VN vinden activiteiten plaats. Ambassadeur Verbeke licht in de grote vergaderzaal van de missie voor de ingevlogen pers het programma toe.

De koning ontmoet de volgende dag de secretaris-generaal, de voorzitters van de Veiligheidsraad en de Algemene Vergadering en volgt een werksessie over de zogenoemde Millenniumontwikkelingsdoelen. De koningin verdiept zich onder andere bij Unicef in de rechten van het kind. Op de residentie van Verbeke zal de koning, met minister De Gucht en een flink aantal invloedrijke ambassadeurs uit de Veiligheidsraad, de lunch gebruiken.

Televisiecamera’s snorren als de ambassadeur in zijn introductie uitlegt dat België een ‘solide’ partner van de VN is en een ‘relatief prominente plaats inneemt’ die ‘zich vertaalt in een lidmaatschap van verschillende organen van de VN, zoals de nieuwe Peace Building Commission en de Veiligheidsraad’. België is bovendien gevraagd om in de Veiligheidsraad drie bijzondere sanctiecomités voor te zitten. Onder leiding van Verbeke cum suis wordt in de gaten gehouden of de resoluties over Iran, Ivoorkust en Al-Qaeda worden nageleefd.

Steeds weer zijn er vragen over de geringe omvang van België: wordt een klein land wel serieus genomen? Verbeke spreekt liever over het ‘soortelijk gewicht’ van een land, over de mate waarin je een betrouwbare partner bent. En dan zit het met België wel goed, zegt hij in korte oneliners voor de televisiejournalisten.

Onder de niet-permanente leden, verduidelijkt de ambassadeur later in alle rust, speelt het onderscheid tussen klein en groot niet zo. China, Frankrijk, Rusland, het Verenigd Koninkrijk en de Verenigde Staten hebben als permanente leden ‘sowieso een status aparte’. Die status hebben de ‘P5’ al sinds de oprichting van de VN in 1945 en alle pogingen om de Veiligheidsraad een eigentijdser samenstelling te geven, zijn vooralsnog gestrand.

‘Wat wel speelt,’ zegt Verbeke, ‘is de inhoudelijke inbreng, de kwaliteit van wat je op tafel brengt: de argumentatie, de helderheid waarmee je je stellingen brengt en de voorspelbaarheid van je standpunten. Er moet een lijn in zitten. Als je om de haverklap je positie bijschaaft, dan ben je iemand op wie men in de opbouw naar een consensusgericht proces minder kan rekenen. Als je helder en voorspelbaar bent, dan weet men waarvoor je staat. Zo moet je het spelen om je plaats in de Veiligheidsraad waar te maken.’

MINDER BELEEFD

Het is vrijdagochtend 18 mei, een druilerige morgen in New York. Ruim voor negen uur ’s ochtends zit eerste Secretaris Peter Van Kemseke al achter zijn bureau om de eerste e-mails te beantwoorden. Na negenen wordt ook hij, net als de meeste uitgezonden medewerkers op de missie, geleefd door heel veel vergaderingen en minstens zoveel lunches, diners en recepties. De rust van dit uur van de dag is vrij zeldzaam.

Van Kemseke is woordvoerder van de missie en persoonlijk assistent van de ambassadeur, maar daarbuiten is hij ook actief in de Leuvense wetenschap. Aan de vooravond van het Belgische lidmaatschap van de Veiligheidsraad verscheen van zijn hand het boek België in de Veiligheidsraad 1946-2006. Daarin beschrijft hij in kort bestek de dynamiek van de vier eerdere Belgische lidmaatschappen. Een grondiger voorbereiding op het huidige lidmaatschap kun je je haast niet voorstellen. Maar op de vraag of zijn papieren kennis enige toegevoegde waarde heeft, antwoordt hij ontkennend. ‘Niet direct’, zegt Van Kemseke. ‘De situatie nu is nauwelijks te vergelijken met eerdere lidmaatschappen, zeker niet met die tijdens de Koude Oorlog. Mijn kennis is interessant vanuit een intellectueel standpunt, maar operationeel nuttig zou ik ze niet noemen.’

Wel heeft Van Kemseke in het Belgische buitenlands beleid een paar ‘constanten’ gesignaleerd. ‘Als een crisis uitbreekt, dan zie je dat wij als klein land altijd heel sterk de multilaterale kaart trekken. Het is altijd onze eerste reflex te bedenken hoe we de rol van de VN in het algemeen en de rol van de Veiligheidsraad in het bijzonder kunnen versterken. Verder speelt sterk de Europese dimensie.’ België treedt bovendien vaak op als bruggenbouwer. ‘Dat is geen dogma in ons beleid, maar in bepaalde dossiers zie je achteraf dat we van nature ideaal gepositioneerd zijn om die rol te spelen. Kijk naar de Kosovomissie: wij zijn daarvoor gevraagd omdat we op een of andere manier goed geplaatst zijn om die extreme posities een beetje te overbruggen.’

Als voorzitter wordt België komende maand geacht de agenda van de Veiligheidsraad te bewaken. En dat is geen sinecure: alle vijftien leden, de vijf vaste en de tien tijdelijke, hebben daarin inspraak. Op het bureau van Van Kemseke ligt een overvol conceptschema met veel pijlen en doorgekraste programmaonderdelen. ‘Optisch alleen al’, verzucht hij, ‘is het een overvol programma’.

Met een stapel papieren onder de arm haast hij zich even verderop naar ‘het aquarium’, een transparant zaaltje met prachtig uitzicht over de East River. Tijdens de door ambassadeur Verbeke voorgezeten ‘coördinatievergadering’ nemen acht diplomaten die zich met de Veiligheidsraad bezighouden even de dag door. Fleurige bloemetjes op de vergadertafel herinneren aan het koninklijk bezoek van afgelopen weekend. Omdat in Brussel vanwege een ‘brugdag’ na Hemelvaart niet wordt gewerkt, blijft de gebruikelijke conference call met het departement achterwege.

Om tien uur beginnen op zeven minuten lopen in het VN-gebouw de eerste besprekingen. Vandaag staat vooral veel Ivoorkust op het programma. Achter gesloten deuren wel te verstaan. Want dan kunnen de leden van de Veiligheidsraad, in de woorden van diplomaat Karl Dhaene, ‘ook iets minder beleefd met elkaar van gedachten wisselen’. Dan wordt onderhandeld over bijvoorbeeld nieuwe resoluties, terwijl in de openbare vergaderingen eigenlijk louter voorbereide verklaringen worden voorgedragen. De stijl, zegt ook Peter Van Kemseke, is tijdens besloten bijeenkomsten volkomen anders. ‘Op het eind moet er volledige openheid zijn, maar in het begin van een onderhandelingsproces is het soms beter dingen in kleinere formaties achter gesloten deuren te bespreken.’ Daarbij is Van Kemseke overigens alleszins tevreden over de Belgische inbreng. ‘We worden er vaak in een vroeg stadium bij betrokken’, zegt hij. ‘Dat gaat beter dan ik verwacht had.’

FORUM BIJ UITSTEK

Op maandagochtend 21 mei heeft een groot deel van de medewerkers van de missie zich verzameld in het penthouse van het VN-hoofdkwartier. Dat klinkt mooier dan het is. Het is een non-descript zaaltje boven de bibliotheek, zonder enig spectaculair uitzicht, maar met genoeg ruimte om ongeveer tachtig uitgenodigde collega-diplomaten te kunnen ontvangen.

Tijdens het voorzitterschap van komende maand kan België, los van de actuele crises, één eigen thematisch debat inbrengen. Aan het eind van de maand zal daarom gesproken worden over de relatie tussen natuurlijke rijkdommen en conflicten. En in het penthouse wordt de diplomatieke gemeenschap alvast ‘gesensibiliseerd’, zoals Peter Van Kemseke dat noemt.

Maar het dagelijkse lobbywerk achter de schermen gaat door. Terwijl een stoet aan deskundigen zijn licht laat schijnen op de grondstoffenkwestie, vertegenwoordigt plaatsvervangend ambassadeur Olivier Belle België in een vergadering over de grote meren en schiet Van Kemseke af en toe weg om de vinger aan de pols te houden in het Kosovodossier. Overeenstemming over een resolutie is nog altijd niet in zicht, maar de Russen ‘bewegen’, melden insiders.

Na een werklunch en weer een aantal vergaderingen, arriveert ambassadeur Verbeke even na zessen ’s avonds weer op de missie. Nog maar weinig medewerkers lijken aanstalten te maken om naar huis te gaan. Olivier Belle zit in het aquarium nog druk in gesprek met de ambassadeur van Ivoorkust.

Verbeke ploft neer achter zijn bureau, ontvlamt een sigaret en vraagt zijn secretaresse een cola te bezorgen. Hij oogt vermoeid, maar spreekt als altijd in volzinnen. Het lijkt zijn handelsmerk. Waarom wil een klein land eigenlijk lid worden van de Veiligheidsraad is de vraag. Het kost tenslotte vooral heel veel tijd en moeite en wat is er te winnen? Verbeke kijkt verbaasd en is zelfs even stil. ‘Laten we duidelijk zijn’, zegt hij ten slotte. ‘Diplomatie gaat om het uitoefenen van invloed op processen. Om invloed te hebben moet je het geëigende forum vinden. En het forum bij uitstek waar beïnvloeding van het wereldgebeuren mogelijk is, is de Veiligheidsraad. België is traditioneel een grote voorstander van het multilateralisme en als je daarvoor gaat, dan moet je trachten binnen die multilaterale structuren maximaal gewicht in de schaal te leggen. Als we voortgaan zoals we het nu doen, met een sobere maar degelijke stijl en we onze helderheid, soliditeit, voorspelbaarheid en no-nonsense volhouden, dan hebben we het vertrouwen van anderen dat ons in staat stelt punten te maken.’

Terwijl achter hem in Manhattan de avond valt, legt Verbeke de laatste hand aan enkele mails. Over vijf minuten moet hij naar een ontvangst van de collega van Bosnië-Herzegovina. En daarna wordt hij verwacht bij een diner van de Zuid-Afrikanen. Ondertussen gaan de onderhandelingen over een Ko-sovoresolutie door. ‘De conjunctuur heeft vat op de Veiligheidsraad,’ zegt Verbeke, ‘maar de Veiligheidsraad niet op de conjunctuur. Zoveel is duidelijk.

Advertisements

About this entry