Vredespijp en vrijheidssigaar (De Groene Amsterdammer, 15 juni 2007)

Het tijdschrift Cigar Aficionado pleit voor afschaffing van het Amerikaanse reis- en handelsembargo tegen Cuba. Want Cubaans paffen vereist vrijheid.

NEW YORK – Wie in de Verenigde Staten van Buffalo, bij de Niagara Falls, naar Detroit moet, kan zonder een al te grote omweg via Canada rijden. De drukte bij de grensovergang veroorzaakt enig oponthoud, maar veel sigaren minnende Amerikanen nemen de vertraging graag voor lief om bij een van de honderden speciale kiosken langs de drukke snelweg een mooie Cubaanse sigaar te kunnen doen ontvlammen. Ook gouverneur Arnold Schwarzenegger van Californië, uitgesproken liefhebber van de Cohiba Punch, liet op bezoek in Ottawa onlangs zijn konvooi even halt houden.

Officieel is dit niet toegestaan. Het reis- en handelsembargo tegen Cuba is nog onverdroten van kracht en sinds 2004 mogen Amerikanen zelfs in het buitenland geen Cubaanse spullen meer kopen. Het overactieve Office of Foreign Assets Control van het Amerikaanse ministerie van Financiën heeft al eens op grond van creditcardgegevens reizigers ter verantwoording geroepen voor uitgaven in sigarenwinkels in Europa. Boetes kunnen oplopen tot 250.000 dollar of zelfs tien jaar cel. Maar omdat niet te bewijzen valt of Schwarzenegger zelf of een Canadees voor de sigaar heeft betaald, hoeft de populaire gouverneur zich geen zorgen te maken.

Bovendien was Schwarzenegger niet de eerste die flexibel met de verstoorde betrekkingen tussen de VS en Cuba omsprong. Ook president John F. Kennedy, onder wie het embargo tot stand kwam, heeft tot aan zijn dood gewoon cubanen gerookt. Hij gaf volgens historicus Arthur Schesinger Jr. op de dag vóór de Amerikaanse blokkade in de Varkensbaai in 1961 een medewerker opdracht om alle Cubaanse sigaren die in Washington te koop waren voor hem in te slaan. In het laatste nummer van het New Yorkse salontafelblad Cigar Aficionado (‘The Good Life Magazine for Men’) verhaalt een fotograaf van een ontmoeting met Kennedy in het Oval Office, waarbij de president zijn gasten ruim na de Cubacrisis royaal liet meegenieten van de dan inmiddels verboden rookwaren uit Havana.

Het moet afgelopen zijn met de schijnheiligheid richting Cuba, vindt de redactie van Cigar Aficionado. ‘Na bijna 45 jaar is Amerikaans beleid er niet in geslaagd in Cuba de door de regering gewenste veranderingen te bewerkstelligen. En is het geen tijd dat de overheid stopt onze belastingdollars te verpatsen om een paar mensen op te pakken die sigaren roken?’ schrijft de hoofdredacteur in zijn inleiding van het met veel aplomb gepresenteerde Cuba-nummer. Wat volgt is een serieuze special waarin de voors en tegens van het Amerikaanse beleid aan de hand van interviews met rekkelijken en preciezen worden afgewogen en waarin provocatief (door de ‘Europese redacteur’) de beste sigarenwinkels, hotels en andere lustoorden van Havana worden besproken. Officieel mogen Amerikanen niet met vakantie naar Cuba.

Ondanks alle inspanningen van de sigarenlobby en een wetsontwerp voor opheffing van het embargo van de in het sigarenblad prominent opgevoerde Democratische afgevaardigde Charles Rangel, is er onder president Bush tot 31 december 2008 geen versoepeling van het embargo te verwachten. Zijn regering ziet Cuba als een van de ‘voorposten van tirannie’. Onder een eventuele Democratische opvolger is de kans op betere bilaterale betrekkingen, net als eerder onder president Clinton, waarschijnlijker. Dat is niet alleen goed voor sigarenrokers, haast de redactie van Cigar Aficionado zich te zeggen, maar ook voor een mogelijk ‘vrije samenleving’ in Cuba. Handel, zo weet het blad, is veel effectiever om het zieltogende regime van Fidel Castro tot verandering te bewegen. In Arnold Schwarzenegger heeft de redactie alvast een medestander gevonden.

PETER VERMAAS

Advertenties

About this entry