Terug in de kast (De Groene Amsterdammer, 13 juli 2007)

Ruim duizend ‘ex-gays’ bezochten vorige week de jaarlijkse Freedom Conference van Exodus International in Californië. Ook in New York proberen homoseksuelen zich te ‘bevrijden’ van ‘zondige reacties op jeugdig leed’.

DOOR Peter Vermaas

NEW YORK – Het is een bloedwarme vrijdagavond in juni. Een aardige doorsnede van de bevolking van New York heeft zich verzameld in een hoekkamertje van een nondescript kantoorpand in Midtown Manhattan. Mannen en vrouwen, jong en oud, wit, zwart, Aziatisch en Latino: allen neuriën zachtjes de melodieën van de op stencils uitgedeelde liedteksten. Als een oude vrouw in vaalblauwe bloemetjesjurk de kamer betreedt, zwelt het gemurmel aan. ‘Holy, holy, holy, Lord God Almighty!’ roept de vrouw. Het is de titel van een van de op de stencils gedrukte liederen. En als een kalende man zich achter een zwarte piano geïnstalleerd heeft, zet het verzamelde gezelschap op volle kracht in. ‘Holy, holy, holy, Merciful and mighty!/ God in three persons, blessed Trinity!’

Ze zingen alsof hun leven ervan afhangt. Wie hetero wil worden, krijgt het niet cadeau.

De vrouw in de bloemetjesjurk zwiept met haar armen wild in de rondte. Enkele van de inmiddels ongeveer 25 aanwezigen doen haar na, of richten zich ogenschijnlijk in een soort trance tot de hemel. ‘Praise the Lord! Let the earth hear His Voice!’

De vrouw, het is de 73-jarige Joanne Highley, is oprichter van Life Ministry, een inmiddels bijna 25 jaar oude christelijke gemeenschap waar homoseksuelen zich aanmelden om ‘bevrijd’ te worden. Volgens Highley, die zelf van haar dertiende tot haar 23ste in lesbische relaties verkeerde, is homoseksualiteit een ‘zondige dwaling’ die vaak het gevolg is van een moeilijke jeugd of niet verwerkte emoties.

Dat ze zelf in haar puberteit voor het eerst een vrouw kuste, kwam door de ‘gevoelens van hopeloosheid en hulpeloosheid’ na de dood van haar vader. Joanne Highley was toen vijf jaar oud en haar moeder beschouwde haar als substituut van de overleden echtgenoot. Joanne was voor haar moeder de nieuwe man in het huishouden. Daar werd ze lesbisch van.

Als zangeres bij de Kansas City Lyric Opera werd ze toegesproken door God. Dit kon zo niet langer doorgaan, zei Hij. Ze ontmoette Ron – met wie ze samen in Mozarts Don Giovanni zong – trouwde hem en verhuisde naar New York. In speciale kunstenaarsflats op Manhattan kwam ze veel mensen tegen die net als zij door een moeilijke jeugd in de homoseksualiteit waren beland. ‘In Amerika wordt van mannen verwacht dat ze atletisch, gespierd en competitief zijn. Maar kunstenaars hebben vaak alleen oog voor de kunst. Ze zijn anders dan anderen en worden daardoor vaak flikker genoemd. Ongewild gaan ze dan homoseksueel gedrag vertonen’, zegt Highley.

Op verzoek van een van de flatbewoners organiseerden Joanne en Ron in 1983 de eerste bijeenkomst met kunstenaars die met God in het reine wilden komen en van hun homoseksualiteit wilden ‘genezen’. ‘Ik zat op de bank en ik vroeg de Heer hoe ik mijn groep moest noemen. En toen zei hij: “Life.”’ De afkorting, zegt Highley, staat voor Living in Freedom Eternally: leef eeuwig in vrijheid.

De kale pianist Dick pingelt nog een beetje door als ieder voor zich wat gebedjes prevelt. Een gespierde donkere jongen die zo uit een Calvin Klein-reclame lijkt gelopen, roept af en toe ‘Hallelujah’. Een lange keurige vrouw in een felroze mantelpakje houdt haar ogen gesloten en heft haar spierwitte handen omhoog, de binnenkant naar boven alsof ze onderzoekt of het toevallig is gaan regenen.

Na een aantal liederen, steeds weer gevolgd door individueel gebed, neemt Joanne het woord. Ze leest een brief voor van Susan, een vrouw die al jaren bij Life Ministry onder behandeling is. Ook Susan heeft een moeilijke jeugd gehad, vertelt Joanne. Ze heeft de homoseksualiteit na meer dan tien jaar counseling bij Life weliswaar afgezworen, maar eigenlijk wil ze nu ook wel stoppen met roken. ‘Ik heb de demonen verdreven, waardoor ik niet langer lesbische gevoelens heb. Maar sigaretten zijn een substituut voor lesbische seks’, leest Joanne uit de brief voor. ‘Het roken heeft mij gevormd, terwijl eigenlijk mijn moeder me had moeten opvoeden.’

Joanne – in de bloemetjesjurk heeft ze veel weg van kruidenvrouw Klazien uut Zalk – legt uit hoe begrijpelijk deze reactie is. Net als roken is homoseksualiteit volgens Joanne een verslaving. ‘We hebben nauwelijks nog contact met onze emoties door snelle oplossingen als porno, masturbatie, seks of winkelen’, zegt ze.

Na de brief van Susan worden de meest uiteenlopende jeugdherinneringen in de groep gegooid. Een dochter die alle mannen haatte omdat haar vader haar moeder sloeg werd lesbisch. Een zoon die het huishouden deed en broertjes opvoedde omdat beide ouders meer dan fulltime moesten werken viel later op mannen.

Joanne hoort het hoofdschuddend aan en legt uit dat homoseksualiteit een ‘valse identiteit’ is. En dat er nog veel gebeden en gezongen moet worden om ‘vrij te zijn’. Vrij van homoseksualiteit.

Na een laatste lied gaat pianist Dick rond met een geldkistje voor een vrijwillige bijdrage aan Joanne’s salaris. Rond half tien ’s avonds haasten de uitgetreden homo’s zich het New Yorkse weekend in. Terug in de kast. Via het kantoortje van Dick passeren ze op weg naar de uitgang een prikbord met foto’s van huwelijken en traditionele gezinnetjes van eerdere Life-cliënten. Dat is het doel.

Vijf dagen later, op een woensdagmiddag, ontvangt Joanne Highley in een klein, muf kamertje naast het zaaltje waar vrijdagavond nog uit volle borst gezongen werd. Bezoek kan kiezen tussen een antieke schommelstoel of een van kleur verschoten zitbank. Op een tafeltje staat een telefoon, een schemerlampje en een grote doos Kleenex.

De mensen die bij Life komen, verzekert Highley desgevraagd, kiezen daar allemaal zelf voor: ‘Ze willen vrij zijn van homoseksualiteit. Familiedruk speelt hier in New York niet zo’n rol: mensen leven vaak niet met hun families. De meeste mensen die zich bij ons aanmelden zeggen niet te kunnen verdragen hoe God tegen ze aankijkt. Ook worden ze vanwege hun lifestyle slecht behandeld. Ze weten dat ze verslaafd zijn. Er zijn christelijke gemeenschappen die onderscheid maken tussen homoseksualiteit en seksverslaving, wij doen dat niet. Homoseksualiteit is een vorm van seksverslaving en met hulp van God moeten we proberen daarvan af te komen.’

Aanvankelijk, vertelt Highley, draaide Life vooral op haar en op haar inmiddels overleden echtgenoot Ron. Met vijf andere ‘counselors’ ziet ze per week ongeveer 170 zogenoemde ex-gays voorbij komen. Ze verdient een voor New Yorkse begrippen schamel salaris. Maar je krijgt er zoveel voor terug: ‘Je ziet dat mensen echt volledig bevrijd worden. Het is niet zo dat ze alleen geen homoseks meer hebben en nog wel verlangens koesteren, nee, ze zijn écht vrij. Dat is prachtig.’

Met minder neemt Highley geen genoegen. Al kan het soms vijftien jaar duren voordat iemand echt ‘genezen’ is: ‘Het hangt ervan af hoe vaak ze teruggaan naar een oud-geliefde, hoe lang het duurt voordat ze stoppen met masturberen, met het kijken naar pornografie en het bezoeken van bars. Soms zijn er drugs in het spel, of alcohol. Je hebt te maken met een breed spectrum aan problemen. Maar uiteindelijk gaat het om het verwerken van je diepste emoties om de zondige reacties op jeugdig leed te boven te komen. Als die oorzaak is weggenomen, dan komt vanzelf het natuurlijke, in de bijbel omschreven seksueel design weer terug.’

De door Joanne Highley bestierde club is niet de enige die zich bezighoudt met de ‘homoconversie’ of ‘reparatietherapie’. In de Verenigde Staten melden zich jaarlijks volgens schattingen rond de elfduizend nieuwe mensen aan om te ‘genezen’ van hun homoseksualiteit.

Eind vorig jaar kwamen de homotherapieën weer in het nieuws toen de ex-prostitué Mike Jones vlak voor de Amerikaanse Congresverkiezingen in een interview onthulde dat hij al drie jaar lang een seksuele verhouding had met de politiek machtige evangelische voorman Ted Haggard. Na de ontboezeming van Jones raakte ‘pastor Ted’ zijn banen kwijt als voorganger in de New Life Church in Colorado en als voorzitter van de National Association of Evangelicals. Hij had zich naar eigen zeggen schuldig gemaakt aan ‘seksuele immoraliteit’, zou zich gaan bezinnen op de toekomst en kondigde aan, samen met zijn vrouw, een mastersdiploma in de psychologie te willen gaan behalen. Na een paar maanden stilte kwam Haggard in The Denver Post naar buiten met een verklaring. Hij had op een geheime locatie in Arizona drie weken ‘intensieve therapie’ gevolgd en was nu ‘volkomen heteroseksueel’ verklaard. ‘Wel’, reageerde klokkenluider Mike Jones beduusd, ‘dat was de snelste therapie ooit.’

De marktleider op dit gebied, de organisatie Exodus International, werd opgericht in 1976, drie jaar nadat de American Psychiatric Association besloot om homoseksualiteit te schrappen van de lijst van psychische aandoeningen. Meer dan duizend ex-gays (en bezorgde ouders van homoseksuelen) kwamen eind vorige maand in Californië bijeen voor de vijfdaagse Exodus Freedom Conference om ervaringen uit te delen. ‘Uiteindelijk hoef je geen homo te zijn!’ ronkt de website.

Gelijk met de Exodus-bijeenkomst in Californië hielden voormalige ex-gays van de organisatie Beyond Ex-Gay een tegenconferentie. Enkele oprichters van Exodus, die inmiddels zelf weer gelukkig samenleefden met een partner van hetzelfde geslacht en onderdak hebben gevonden bij meer tolerante kerken, boden daar hun excuses aan ‘aan de mensen die onze boodschap geloofden dat er iets inherent mis is met homo zijn’.

Uit een artikel dat in 2002 in het wetenschappelijke periodiek Professional Psychology verscheen, bleek dat van tweehonderd mensen die homotherapieën hadden bijgewoond, slechts acht deelnemers succesvolle ‘conversie’ meldden. En van die acht bleken er zeven zelf aanbieders van de therapieën. De meerderheid van de mensen die na de behandeling géén verandering meldde, zei wel serieuze geestelijke schade te hebben geleden. Een lage eigenwaarde, zelfhaat, depressie, zelfmoordpogingen en isolatie van familie, vrienden en hun geloof, waren aan de orde van de dag.

Joanne Highley kent de onderzoeken niet. Wetenschap is niet erg aan haar besteed. Maar de uitkomsten verbazen haar niets. ‘Het is bewezen dat in de homowereld veel zelfmoord voorkomt’, zegt ze. Bij Life heeft volgens haar nog nooit één cliënt een eind aan zijn leven gemaakt. Sommige andere therapieën deugen gewoon niet, zegt Highley: ‘Wij proberen de persoon zich niet schuldig te laten voelen. We laten ze niet achter in een staat waarin ze denken dat ze vreselijke mensen zijn, maar we leggen uit dat het door pijn in de jeugd komt.’

God, verzekert Highley, houdt heus ook van homo’s. ‘Maar Gods liefde is geen license to sin.’

© Peter Vermaas / De Groene Amsterdammer

Advertisements

About this entry