‘Zag je echt mensen op elkaar schieten? Cool!’ (Knack, 22 augustus 2007)

‘Van deze verheerlijking van geweld, vooral ook in hiphopmuziek, heb ik nooit iets begrepen. Als je echt met geweld in aanraking bent geweest, zul je geweld niet idealiseren.’ Ishmael Beah werd op zijn dertiende kindsoldaat in Sierra Leone, nu is hij een succesvolle schrijver in de Verenigde Staten.

DOOR PETER VERMAAS

New York, een vroege doordeweekse ochtend in april. Een paar honderd middelbare scholieren hebben zich verzameld in een zaaltje in Midtown Manhattan voor een verplicht ochtendje over literatuur. Als de uitgenodigde auteurs binnenkomen, verstomt het aanvankelijke gegiebel. Een ietwat tuttige Koreaanse schrijfster en een vlotte Nigeriaan krijgen beleefd applaus. Maar het dak gaat eraf als Ishmael Beah binnenkomt. Gejuich, gejoel, gillende meisjes en flitsende camera’s. De voormalige kindsoldaat is een ster. Een superster.

Zijn hoofd hangt in alle zesduizend Amerikaanse vestigingen van koffieketen Starbucks, hij trad op met Nelson Mandela en Bill Clinton, hij werd geïnterviewd in de populaire The Daily Show van Jon Stewart en zijn boek A Long Way Gone : Memoirs of a Boy Soldier staat al maandenlang in de hoogste regionen van de bestsellerlijst van The New York Times. Deze week staat het zelfs op nummer één.

Ishmael Beah (1980) verloor zijn ouders en broers op zijn elfde en werd na een lange zwerftocht door de binnenlanden van Sierra Leone op dertienjarige leeftijd samen met een paar vrienden gerekruteerd voor het regeringsleger. Gedrogeerd door amfetamine, marihuana en brown-brown, een mix van cocaïne en buskruit, trok hij vervolgens bijna drie jaar lang moordend en plunderend door zijn land. Hij sliep niet, at nauwelijks en door de drugs en de dagelijks vertoonde Rambo-films kostte het hem geen enkele moeite om vele tientallen burgers en rebellen met zijn kalasjnikov van het leven te beroven.

Maar toen in 1996 een delegatie van Unicef Ishmael en een paar andere kindsoldaten bij de commandant vrij kreeg, begon de worsteling pas echt. ‘Het is gemakkelijk om een mens te veranderen in een moordenaar, en zeker een jongen die alles heeft verloren’, zei Beah voor de miljoenen televisiekijkers van The Daily Show. ‘Maar het is pas echt moeilijk om hem weer te transformeren in een normaal mens.’

‘Het is niet jouw fout’, benadrukte een Unicefmedewerkster telkens weer. Zij ontdekte zijn oude liefde voor hiphop en dankzij een bandje van Run DMC, slaagde ze erin om de voormalige kindsoldaat weer iets van zijn jeugdige onschuld terug te bezorgen. Op zijn achttiende vluchtte Ishmael naar de Verenigde Staten, waar hij werd geadopteerd door een New Yorkse familie. Hij doorliep high school, studeerde politicologie en publiceerde onlangs zijn memoires.

Bij ongeveer elke opmerking die Beah deze ochtend in Manhattan maakt, beginnen de meisjes in de zaal te joelen. Enkele van de New Yorkse scholieren komen zelf uit Sierra Leone, sommigen uit Guinee, uit Ghana en andere delen van West-Afrika. Ze hebben Beahs boek vastgeklemd in hun handen. Ze willen een handtekening. En heel even met hem praten.

‘Toen ik hier in 1998 op school kwam,’ vertelt hij, ‘bleek dat niemand wist waar Sierra Leone lag en al helemaal niet dat daar oorlog was. Dat schokte me. Ik had immers altijd naar hiphopmuziek geluisterd en wist bijna alles over de Verenigde Staten.’

Zijn medeleerlingen begonnen te begrijpen dat Ishmael niet alles over zijn verleden verteld had, schrijft hij in zijn boek. Ze vroegen of hij echt mensen had gezien met geweren, mensen die op elkaar schoten. ‘Ja, permanent’, zei Beah dan. ‘ Cool’, reageerden zijn New Yorkse vrienden. Beah: ‘Van deze verheerlijking van geweld, vooral ook in hiphopmuziek, heb ik nooit iets begrepen. Als je echt met geweld in aanraking bent geweest, zul je geweld niet idealiseren.’

STOERE RAPPERS

Dat besefte ook filmmaakster Raquel Cepeda. Zij werkte aan een film waarin ze een aantal beroemde Amerikaanse hiphopsterren wilde meetronen naar Afrika om hen te laten zien waar hun diamanten vandaan komen. Want hoe meer bling bling, hoe succesvoller de rapper. Op haar initiatief reisden DJ Paul Wall, rapper Raekwon (van de Wu-Tang Clan) en Reggaetónster Tego Calderón naar Sierra Leone, waar diamantconcessies jarenlang de inzet waren van een grensoverschrijdend conflict dat vooral met kindsoldaten werd uitgevochten. En Ishmael ging mee als hun gids.

‘Ik vond het wel een spannend plan’, zegt Ishmael Beah op een vrijdagmiddag in een koffiebar aan Union Square in New York. ‘In hun songs hebben ze het permanent over geweld en misdaad, maar ze hebben nooit ergens gewoond waar ze met geweld geconfronteerd werden.’ Beah draagt een ribfluwelen colbert en blijkt zoals iedere New Yorker onafscheidelijk van zijn voortdurend piepende BlackBerry. Het is moeilijk in te denken dat deze onophoudelijk glimlachende en superbeleefde jongen jarenlang met een kalasjnikov door de bush trok.

Ook voor hem was de reis naar Sierra Leone spannend. De oorlog is voorbij, maar veel van zijn Amerikaanse contacten vonden het geen goed plan dat hij zou gaan. Zijn uitgeefster, bij wie hij toen juist het manuscript had ingeleverd, zag het al helemaal niet zitten. Die wilde haar auteur graag levend terugzien. Al was het maar voor de signeersessies en televisieoptredens ter promotie van het boek. ‘Maar uiteindelijk heb ik zelf de knoop doorgehakt. Ik wilde niet bang hoeven te zijn om naar mijn eigen land te reizen. Ik had bovendien zo lang heimwee gehad. Al zou het de laatste keer zijn, ik wilde gewoon terug.’

Maar de rappers waren pas echt bang. ‘Zij stonden erop dat we in een konvooi zouden rijden’, memoreert Beah. ‘We zaten in een bus van de Verenigde Naties en werden geëscorteerd door politie en vredessoldaten. Dat was op zich wel komisch: als iemand iets had willen beginnen, dan wisten ze ons nu tenminste te vinden. Het was grappig om te zien dat die stoere rappers al bang waren om alleen maar in Afrika te zijn.’

Ze waren niet alleen doodsbang, zo blijkt uit de inmiddels op muziekzender VH1 uitgezonden film Bling’d: Blood, Diamonds and Hip Hop, maar barstten in tranen uit toen ze zagen wat de oorlog had aangericht. Toen de VN-bus halt hield bij een weeshuis voor kinderen van wie in de oorlog handen en voeten waren afgehakt, weigerde Raekwon zelfs uit te stappen. Uitgeput, met een handdoekje in zijn nek tegen het zweet, bleef zijn immense lijf onderuitgezakt in de bus hangen.

Maar tijdens een ontmoeting met een witte Zuid-Afrikaan die ergens in de binnenlanden een diamantmijn leidt, trok diezelfde voorman van de Wu-Tang Clan fel van leer. De manier waarop de diamanten gewonnen worden, is ‘slavernij’, fulmineerde hij. Tego Calderón, die zich de hele reis stilletjes achter zijn immense zonnebril verschuilde, kondigde aan nooit meer kettingen, ringen of diamanten te zullen dragen. Overigens is dat volgens Ishmael Beah nu ook weer niet de bedoeling. ‘Diamant is zo’n beetje het enige exportproduct dat mijn land heeft.’

‘I SAID A HIP HOP’

Als klein kind, vóór zijn onfortuinlijke odyssee, kwam Beah voor het eerst in aanraking met rapmuziek. Hij groeide op in een mijnstadje waar door de buitenlandse werknemers veel Amerikaanse invloeden waren. ‘Er was een televisie in de buurt en daarop zag ik met mijn vrienden voor het eerst hiphop: Sugarhill Gang met Rapper’s Delight. Dat was echt een openbaring.’ Lachend doet hij ze na: ‘ I said a hip hop / the hippie the hippie / to the hip hip hop, a you don’t stop to rock it … Dat is nu natuurlijk achterhaald, maar wij vonden het fantastisch. Engels was niet onze eerste taal en zwarte mensen spraken in onze beleving per definitie haperend Engels. Maar opeens zagen we mensen die zwart waren, maar toch supervloeiend Engels konden praten en rappen.’

Ishmaels oudere broer nam vanuit de hoofdstad wat bandjes met hiphop mee naar huis. ‘We hebben die bandjes afgespeeld, teruggespoeld en herhaald en met het woordenboek ernaast hebben we de teksten ontcijferd. Dat was nog best lastig, want veel van dat Amerikaanse slang stond daar natuurlijk niet in. Maar ik begon te houden van taal, van mooie woorden. Alles beluisterden we. Daarna zijn we ook onze eigen teksten gaan maken en in ons stadje kleine optredens beginnen te verzorgen.’

De rappers met wie Ishmael naar Afrika reisde, wisten niet dat de invloed van hun muziek zo ver reikt. ‘Ze waren in shock toen ze hoorden dat hun muziek overal in Sierra Leone gewoon verkrijgbaar was. Illegale kopieën natuurlijk, maar dat is een ander verhaal’, lacht Beah. ‘Vooral Raekwon had er geen idee van. Maar op de weg van het vliegveld naar de stad zagen we vanuit de bus kinderen met shirts van de Wu-Tang Clan. Ik zei: “I told you so.” Hij was echt onder de indruk en heeft aan het eind van de reis in een club in Freetown een spontaan optreden gegeven. Het publiek zong alle teksten van begin tot eind mee. Rapmuziek maakt mensen in Afrika sterker en geeft ze zelfvertrouwen.’

Eén keer redde rapmuziek Beah het leven. Op zwerftocht door Sierra Leone, hij was nog niet gerekruteerd door het leger, werd Ishmael aangehouden in een dorpje. Hij was dertien, maar niemand vertrouwde hem. Het cassettebandje van Naughty by Nature dat hij als een kleine schat bij zich droeg, bracht uitkomst. Hij danste en rapte om te laten zien dat hij gewoon een kind was: ‘You down with OPP – Yeah you know me. ‘Beah: ‘Die oorlog had iedereen zo veranderd dat je zelfs als jong kind je onschuld moest bewijzen, dat je moest laten zien dat je maar een kind was. Toen bleek dat mensen ons herkenden omdat we vroeger in ons dorp die rapoptredens deden, werden we geloofd.’

Nog steeds luistert Ishmael Beah graag naar hiphop. En met Paul Wall en de andere beroemde rappers heeft hij nog steeds regelmatig contact. Maar de romantisering van geweld blijft een teer punt. ‘Als ik die teksten hoor, moet ik soms lachen. Hier in Amerika heeft niemand enig idee wat oorlog inhoudt. Maar jonge mensen zijn door de rapteksten geweld wel gewoon gaan vinden. Kijk maar naar de schietpartij in Virginia. Ik begrijp echt niets van die discussies over wapenbezit in de Verenigde Staten. Je zou zeggen: wapens zijn te gemakkelijk te krijgen. Maar hier zeggen sommige mensen: had iedereen op die school maar een wapen ter verdediging gehad, dan waren er minder slachtoffers gevallen. Onbegrijpelijk.’

Een echte Amerikaan zal hij, denkt hij, nooit worden. ‘Ik woon nu bijna tien jaar in de Verenigde Staten, maar ik heb nog steeds een Sierra Leoonse identiteitskaart. Ik leef in twee culturen. De kansen die ik hier gehad heb, zou ik ergens anders nooit krijgen en de vrijheid is fantastisch. Maar soms begrijp ik die Amerikanen gewoon niet. Hier, en ook in Europa, heeft iedereen zo ontzettend veel. Alles is beschikbaar en binnen handbereik. Maar iedereen is ongelukkig en het halve land zit bij doctor Phil op de sofa. In Sierra Leone hebben ze niets, maar zolang er geen oorlog is, zijn mensen uitstekend tevreden en volkomen gelukkig.’

Bovendien ligt Afrika voor Amerikanen wel heel erg ver weg. ‘Ik zou willen dat de mensen hier iets meer zouden openstaan voor de rest van de wereld. Het is zo gemakkelijk om alles maar gewoon te negeren. Sierra Leone ligt ver weg, maar het land is niet achterlijk, zoals sommige mensen denken. Amerikanen kijken te veel naar National Geographic en denken dat Afrika één grote dierentuin, één grote savanne met olifanten is. Dat was ook het probleem met de film Blood Diamond met Leonardo DiCaprio. Komt daar halverwege opeens een leeuw voorbijlopen! Werkelijk, ik heb in Sierra Leone nog nooit een olifant of een leeuw gezien.’

HET BOEK

Als gevierd auteur is Beah nu al maanden op book tour. Overal in de wereld wordt hij uitgenodigd om zijn boek te promoten en om zijn opmerkelijke levensverhaal nog maar eens uit de doeken te doen. Soms worden daarbij pijnlijke vragen gesteld. ‘Heb je echt zelf mensen vermoord?’ vroeg een meisje tijdens de voorleessessie voor scholieren in New York. Ogenschijnlijk onbewogen geeft Beah dan eerlijk antwoord. ‘Ja,’ verzucht hij, ‘mensen stellen soms moeilijke vragen. Maar dat recht hebben ze. Het zijn oprechte vragen en ik ontwijk ze niet.’

Als hij klaar is met de boekpromotie, wil Ishmael Beah terug naar de universiteit. Hij wil een master in internationale betrekkingen halen en dan een rol spelen bij het maken van internationaal beleid en de bestrijding van wapenhandel. Via de VN bijvoorbeeld. ‘Ik moet mijn geluk en de kansen die ik in Amerika heb gekregen gebruiken om meer mensen begrip te doen krijgen van de situatie in Afrika. Dat mijn leven door mijn boek publiek bezit is geworden, is maar een klein offer dat ik heb moeten brengen.’

IN SEPTEMBER VERSCHIJNT DE NEDERLANDSE VERTALING VAN HET BOEK (‘VER VAN HUIS’) VAN ISHMAEL BEAH BIJ UITGEVERIJ LUITINGH-SIJTHOFF.

Advertisements

About this entry