Baseball in Irak (De Groene Amsterdammer, 14 september 2007)

David Petraeus is Bush’ laatste hoop op verbetering in Irak. De generaal vloog naar de Verenigde Staten om het Congres gerust te stellen: de oorlog verloopt voorspoedig. Maar vriend en vijand twijfelt aan zijn beoordelingsvermogen.

DOOR Peter Vermaas

NEW YORK – Voetbal mag oorlog zijn, oorlog is geen voetbal. Oorlog is baseball, zei de Republikeinse presidentskandidaat Mike Huckabee afgelopen weekend op cnn. Zoals veel Republikeinen is Huckabee er geen voorstander van om de inzet van Amerikaanse troepen in Irak, zoals de Democraten willen, aan een bepaald tijdsplan te koppelen. ‘Dit is geen voetbal, met een klok’, zei Huckabee. ‘Dit is baseball en we moeten doorspelen tot het eind.’

Amerikanen weten dat baseballwedstrijden eindeloos kunnen duren, maar niet vierenhalf jaar. De oorlog in Irak, die op 1 mei 2003 ietwat prematuur gewonnen werd verklaard, heeft de meeste Amerikanen lang genoeg geduurd. Twee derde van de bevolking is volgens een recente peiling van CBS News voorstander van het geheel of gedeeltelijk terugtrekken van de troepen. Een krappe dertig procent steunt de wijze waarop de regering-Bush de oorlog voert en even zo weinig mensen vertrouwen het sinds november door Democraten gedomineerde Congres. Uit het tamelijk zorgwekkende onderzoek bleek dat de Amerikanen eigenlijk alleen vertrouwen hebben in de militaire leiding. 68 procent van de ondervraagden ziet het liefst dat de besluiten over Irak niet door de politiek maar door de legerleiding genomen worden.

Toch interessant dat in een land waar bijna elke overheidsdienaar gekozen wordt de bevolking blijkbaar meer vertrouwen heeft in niet-verkiesbare generaals dan in verkozen politici die zeggen het volk te vertegenwoordigen.

David Petraeus, een van die generaals, kwam deze week vanuit Irak naar Washington om aan de leden van het Congres uit te leggen hoe de door hem geleide operatie in Irak verloopt. Op maandag sprak hij voor twee commissies van het Huis en op dinsdag maakte hij, samen met de Amerikaanse Irak-ambassadeur Ryan Crocker, zijn opwachting in de Senaat. Sinds februari is Petraeus George Bush’ laatste hoop op verbetering in Irak. Al in een vroeg stadium van de oorlog pleitte hij voor het sturen van méér Amerikaanse troepen om het aanzwellende oproer de kop in te drukken. Maar toen werd er nog niet naar hem geluisterd.

Tijdens de Amerikaanse inval in 2003 was de generaal commandant van de 101st Airborne Division in Mosul en slaagde er vanuit die rol in om met de ‘Dutch Approach’ Noord-Irak te onderwerpen. Door veel nadruk op public diplomacy en het winnen van de hearts and minds met bijvoorbeeld reconstructiewerkzaamheden wist hij althans in die regio enige rust en bescheiden ontwikkeling te brengen. Vriend en vijand zijn het erover eens dat Petraeus daar goed werk heeft verricht. Minder enthousiasme is er over zijn volgende klus, het opzetten en trainen van de nieuwe Iraakse veiligheidstroepen. Die zijn, zo rapporteerde vorige week een onafhankelijke commissie onder leiding van de afgezwaaide generaal Jim Jones, op z’n vroegst over twaalf tot achttien maanden in staat zelfstandig te opereren.

Maar inmiddels is Petraeus’ naam onlosmakelijk verbonden met de zogenoemde ‘surge’, de snelle uitbreiding van de Amerikaanse troepenmacht in Irak met dertigduizend man tot 169.000. Met meer offensieve kracht én met, net als eerder in Mosul, leuke dingen voor de mensen om de burgerbevolking wat gunstiger gezind te krijgen, moest in Bagdad en Midden-Irak het aantal gewelddadigheden worden teruggebracht. En terwijl de Democratische meerderheid in het Congres én de Democratische presidentskandidaten het liefst een zo spoedig mogelijk begin van de terugtrekking uit Irak of ten minste een einddatum willen, schreef Petraeus aan de vooravond van zijn optreden in Washington in een memo aan zijn soldaten dat de extra troepen in zijn ogen toegevoegde waarde bieden, dat de nieuwe strategie prima werkt en het aantal gewelddadige incidenten significant afneemt.

Dat was exact de boodschap die het Witte Huis en het leeuwendeel van de Republikeinse presidentskandidaten al enkele maanden uitzenden: het gaat steeds beter in Irak, maar niemand wil dat zien. Met reden werd dus in de dagen voorafgaand aan de zittingen van deze week in verschillende media de geloofwaardigheid van Petraeus in twijfel getrokken: zou de door Bush aangestelde generaal, die zijn eigen surge-plan uitvoert, wel met een oprechte kosten-batenanalyse komen? In The New York Times maakte de progressieve actiegroep MoveOn.org de generaal op voorhand uit voor ‘verrader’: ‘General Petraeus or General Betray Us?’

Maar niet alleen de liberale media en de antioorlogsactivisten van MoveOn.org stelden het beoordelingsvermogen van generaal Petraeus ter discussie. Zelfs in uitzendingen van het conservatief-nationalistische Fox News werd de vraag gesteld of de Amerikaanse bevolking wel eerlijk ingelicht zou worden over de gang van zaken. Eens te meer een teken dat de Irak-oorlog in de samenleving hoegenaamd geen protagonisten meer kent. Deze oorlog is van niemand.

Waar in de politieke voorhoede, behoudens een te verwaarlozen aantal overspeligen, de breuklijn nog vrij overzichtelijk is (Democraten willen een einddatum maar hebben net niet voldoende stemmen, Republikeinen steunen de nieuwe strategie), zijn de Amerikaanse kiezers althans op dit politieke issue minder gepolariseerd dan ooit: een ruime meerderheid noemt de oorlog een ‘vergissing’ en wil een spoedige terugtrekking. De kloof tussen vooral de Republikeinse partijleiding en het Republikeinse electoraat lijkt door de onverzettelijkheid in Washington alleen maar groter te worden. Een van de weinige Republikeinen die zich hier openlijk zorgen over maakt, de Texaanse libertariër en presidentskandidaat Ron Paul, wordt door zijn collega’s opportunisme verweten. ‘Al verliezen we de verkiezingen, onze eer moeten we niet kwijtraken – dat is voor de Republikeinse Partij van groter belang’, fulmineerde de eerder genoemde Huckabee tijdens het laatste Republikeinse verkiezingsdebat tegen Paul.

Lang werd het rapport van generaal Petraeus gezien als een ijkpunt, het moment waarop duidelijk zou worden hoe lang de Amerikaanse betrokkenheid bij de veiligheid en opbouw van Irak nog moet voortduren. Maar zijn verhaal kende weinig verrassingen.

De cijfers die hij te berde bracht zagen er mooi uit: sinds het begin van de nieuwe strategie is er een scherpe daling in het aantal burgerdoden in Irak, neemt het aantal ‘sektarische’ gewelddadigheden af en worden er minder geavanceerde bomaanslagen gepleegd. Maar of deze cijfers kloppen, kan niemand controleren. ‘Laten we zeggen dat er binnen de regering verschillende bronnen zijn om geweld in kaart te brengen, en dat die bronnen niet overeenstemmen’, zei de chef van de Amerikaanse rekenkamer vorige week nog.

Volgens The Associated Press was augustus 2007 met 1809 burgerdoden de meest gewelddadige maand sinds dit persbureau in april 2005 met tellen begon. Het Amerikaanse leger verstrekt sinds 2005 geen cijfers meer over burgerdoden omdat de media deze gegevens ‘uit de context’ zouden rukken. Precieze statistieken over aanslagen en slachtoffers zijn niet openbaar. Onderzoekers die hierin inzage hadden, beschuldigen het leger ervan de mooiste cijfers eruit te pikken en net zo lang te zoeken totdat een bepaalde vergelijking met het verleden positief uitpakt.

Over een jaar, zei Petraeus niettemin, kunnen dertigduizend Amerikaanse soldaten worden teruggetrokken. Maar die belofte is voor de stampende Democraten een sigaar uit eigen doos: nooit was het de bedoeling de dertigduizend extra soldaten die sinds februari aan het door Petraeus geleide veiligheidsoffensief werken langer dan een jaar in Irak te houden. De ‘surge’ zou altijd een tijdelijke operatie zijn. De generaal schaarde zich dus, zoals verwacht, aan de zijde van president Bush en het kamp der Republikeinen en herhaalde maar weer eens wat een land verenigd in afkeer van de oorlog al maandenlang hoort: stay the course.

Voorlopig spelen de Amerikanen baseball in Irak, geen voetbal.

© Peter Vermaas / De Groene Amsterdammer

Advertisements

About this entry