‘Behandel Israël als gewoon land’ (De Groene Amsterdammer, 28 september 2007)

De onvoorwaardelijke steun van de VS aan Israël doet geen van beide landen goed, betogen John Mearsheimer en Stephen Walt in een nu al omstreden boek.

DOOR Peter Vermaas

DALLAS – De politicologen John J. Mearsheimer en Stephen M. Walt weten dat ze zich op glad ijs begeven. Iedere bijeenkomst waar de auteurs van het boek De Israëllobby opdraven, begint dus met een paar disclaimers. ‘John en ik verwerpen elke samenzweringstheorie of suggestie van antisemitisme’, zegt Walt aan het begin van weer een debatavond, deze keer bij de World Affairs Council of Dallas voor een publiek van dames met parelkettingen en heren met Amerikaanse vlaggetjes op het revers. ‘De Israëllobby is een belangengroep, net als zoveel andere belangengroepen in de VS, en de meeste van de activiteiten van deze groep zijn zo Amerikaans als apple pie. We betwisten niet Israëls bestaansrecht of legitimiteit, we vinden zelfs dat de VS Israël altijd te hulp moeten schieten als het voortbestaan van Israël bedreigd zou worden. Maar we vinden ook dat dit een onderwerp is waar open over gepraat moet kunnen worden. Vanwege de eeuwenlange geschiedenis van antisemitisme, van bizarre samenzweringstheorieën en de holocaust lijkt dat onmogelijk. Wij wilden dat doorbreken.’

Op speciaal verzoek van The Atlantic Monthly, een toonaangevend maandblad over internationale vraagstukken, schreven Mearsheimer (Chicago University) en Walt (Harvard) twee jaar geleden een lang essay waarin ze lieten zien dat de ‘onvoorwaardelijke steun’ voor Israël niet alleen het Amerikaanse buitenlandbeleid geen goed doet, maar op de lange termijn ook niet in het belang is van Israël. Het stuk werd uiteindelijk door de redactie van het blad geweigerd en later afgedrukt in The London Review of Books. In hun deze maand in Nederland en de VS verschenen vuistdikke boek hebben ze het essay verder uitgewerkt en geprobeerd de vele critici van repliek te dienen.

De kritiek was niet mild. Op het essay kwamen honderden ingezonden brieven van tegenstanders binnen. Het merendeel van de klagers betichtte de auteurs, inderdaad, van antisemitisme. De Protocollen van de Wijzen van Sion en alle mogelijke andere samenzweringstheorieën gingen over tafel. ‘Het is haast onmogelijk je daartegen te verweren’, zegt Walt. ‘Maar als het gaat om het verwijt van antisemitisme: we hebben steeds gezegd dat dit niet louter een joodse lobby is. We rekenen bijvoorbeeld ook neoconservatieve denktanks als het American Enterprise Institute mee. Die hebben er mede voor gezorgd dat Amerikanen de oorlog in Irak begonnen. En we hebben het over de sinds 1967 politiek steeds actievere groep van christen-zionisten, de zogenoemde dispensationalisten, die menen dat de terugkeer van de joden naar Palestina noodzakelijk is voor de wederkomst van Christus. Maar wil je de invloed van pro-Israël-groepen op de media aan de orde stellen, dan zijn er direct mensen die denken dat je met de oude beschuldiging komt dat de media door joden gedomineerd worden. Zeg je iets over campagnebijdragen, dan komen ze met klassiekers over joden en geld.’

Hoewel hun van een omvangrijk notenapparaat voorziene boek inmiddels tot de bestsellerlijst van The New York Times is doorgedrongen, zijn de gemoederen niet tot rust gekomen. Hun nuchter geschreven relaas, dat inderdaad verre blijft van oude complottheorieën of losse schoten uit de heup, werd in de VS (anders dan in Europa) haast nergens onverbloemd positief besproken. Zelfs de critici, beweren ze, voelen de hete adem van de Israëllobby in de nek. De lobby kan carrières maken of breken. Waren Mearsheimer (1947) en Walt (1955) nog assistent-professor geweest, dan hadden ze dit onderwerp naar eigen zeggen niet durven aansnijden. ‘We zijn beiden hoogleraar, hebben onze naam gevestigd en we hebben geen politieke ambities. We konden het er dus op wagen.’

The New York Times vond dat de auteurs zich te vaak herhaalden en er met hun voorstel Israël ‘als een gewoon land’ te behandelen blijk van gaven iedere realiteitszin verloren te hebben. En The Los Angeles Times ronkte dat Mearsheimer en Walt ‘de joodse staat als aartsvijand’ zien. ‘Als, zoals lang is voorgesteld, de joodse staat gevestigd was in Oeganda, dan zouden de Twin Towers nu evengoed verdwenen zijn’, ridiculiseerde recensent Tim Rutten de stelling dat het Amerikaanse terrorismeprobleem ten dele een gevolg is van de onmatige steun aan Israël.

De 79-jarige Zbigniew Brzezinski, voormalig medewerker van Jimmy Carter en een van de weinige prominenten uit de Washingtonse gremia die het boek omarmd heeft, werd door The New York Sun opgeroepen zijn functie als buitenlandadviseur van presidentskandidaat Barack Obama neer te leggen. Obama wist op zijn beurt niet hoe snel hij zich van het boek moest distantiëren. Alle advertenties voor Obama die als sponsored link bij ieder politiek boek op de website van Amazon verschenen, werden door zijn campagneteam direct teruggetrokken, nadat dezelfde New York Sun had ontdekt dat de banner ook bij het boek van Mearsheimer en Walt opkwam.

De Israëllobby, ‘een los verband van personen en groepen die pogen het Amerikaanse beleid zo te beïnvloeden dat Israël daar baat bij heeft’, heeft in de VS politiek en media nu eenmaal in de tang, betogen de twee hoogleraren. Hoe dat werkt, legde een voormalige directeur van The American Israel Public Affairs Committee (aipac), de meest prominente lobbyclub, tijdens een interview eens haarfijn uit. Hij ontvouwde een servet en zei: ‘Binnen 24 uur hebben wij als dat zou moeten de handtekeningen van zeventig (van de honderd – pv) senatoren op dit servet staan.’ Een andere medewerker van aipac claimde eens dat ruim meer dan de helft van de leden van het Huis van Afgevaardigden precies doet wat aipac vraagt ze te doen. Soms krijgen de volksvertegenwoordigers zelfs kant-en-klare toespraken of wetsontwerpen toegeschoven.

Geen politicus met gezond verstand waagt het om zich onvoorzichtig uit te laten over Israël of de lobby. ‘De presidentskandidaten discussiëren deze dagen over gezondheidszorg, over de oorlog in Irak, over de arbeidsmarkt, over abortus en homorechten. Over alles hebben ze een andere mening. Maar over Israël zijn ze het, Democratisch of Republikeins, volkomen eens. Het is politieke zelfmoord om op dit terrein andere opvattingen te hebben’, zegt Walt in de marge van de debatavond in Dallas.

Dankzij de lobby is Israël de grootste ontvanger van economische en militaire hulp van de Verenigde Staten. Per Israëliër gaat het jaarlijks om zo’n vijfhonderd dollar, terwijl de veel armere landen Pakistan en Haïti, aldus Mearsheimer en Walt, respectievelijk 5 en 27 dollar per persoon krijgen – hulp die, zoals bijna alle ontwikkelingshulp van de VS, aan alle mogelijke voorwaarden gebonden is. Daarnaast krijgt Israël vrijwel altijd volledige internationale diplomatieke dekking van de VS, bijvoorbeeld na de vrij desastreus verlopen militaire campagne in Libanon vorig jaar.

De verklaring van opeenvolgende Amerikaanse regeringen voor deze steun is dat Israël voor de VS een ‘vitaal strategisch belang’ vertegenwoordigt en dat Israël als democratie bepaalde waarden deelt. Maar rechtvaardigt dat onvoorwaardelijke hulp? Stephen Walt: ‘Er zijn zoveel democratieën in de wereld. Neem India. Israël heeft zeven miljoen inwoners en krijgt miljarden, terwijl India met meer dan een miljard inwoners maar tweehonderd miljoen dollar per jaar krijgt.’ De vriendschap en samenwerking tussen de VS en Israël kent, in de door Mearsheimer en Walt gretig geciteerde woorden van oud-premier Yitzhak Rabin, ‘in de geschiedenis geen gelijke’. Maar die vriendschap is volgens hen een van de oorzaken van de grote Amerika-haat in het Midden-Oosten.

Tijdens de Koude Oorlog en na de Zesdaagse Oorlog in 1967 viel er voor dat strategische argument nog wel iets te zeggen, meent Mearsheimer. ‘Het idee bestond dat Israël in het geval van oorlog satellietstaten van de Sovjet-Unie kon verslaan en omliggende landen uit de sovjetinvloedssfeer kon houden en in een alliantie met de VS kon krijgen.’ Maar nu is Israël volgens hem en Walt een ‘blok aan het been’ geworden. De inspanningen van minister van Buitenlandse Zaken Condoleezza Rice om tot een oplossing te komen in het Israëlisch-Palestijnse conflict zullen volgens hem nergens toe leiden, omdat Rice door de ontstane situatie de Israëliërs niet voldoende onder druk kan zetten om de Westbank te verlaten en een levensvatbare Palestijnse staat te creëren.

John Mearsheimer: ‘Het zou meer dan normaal zijn geweest als Amerikaanse presidenten vanaf de Zesdaagse Oorlog in 1967 tegen de regering van Israël hadden gezegd dat het bouwen van nederzettingen onacceptabel was. Maar ze deden het tegenovergestelde. De huidige positie van Israël zou een stuk beter zijn geweest als de VS hun diplomatieke macht hadden aangewend om de nederzettingenpolitiek van Israël te beëindigen.’ Ook een meer kritische houding na de aankondiging vorig jaar dat Israël Libanon wilde binnenvallen, was in het belang geweest van Israël. ‘Israël kampt nu nog met de gevolgen van die oorlog. De VS hadden vooraf moeten waarschuwen dat de militaire strategie niet deugde.’

Het Iran van de deze week weer alom aanwezige president Ahmadinejad is een gevaar, erkennen de auteurs. Maar het voortbestaan van Israël wordt er niet door bedreigd. Mearsheimer: ‘Vergeet niet dat Israël in militaire zin niet alleen een enorme conventionele afschrikkingskracht heeft, maar ook nog eens beschikt over een paar honderd nucleaire wapens. Geen land met een paar honderd nucleaire wapens zal door zijn buren aangevallen worden. Je wordt dan immers tot de grond toe afgebrand. Zolang Israël die nucleaire afschrikmiddelen heeft, is de veiligheid voor de lange termijn verzekerd.’

Ze pleiten voor een iets minder ambitieuze strategie in het Midden-Oosten: offshore balancing, evenwicht op afstand. Walt: ‘Het is niet in het Amerikaanse belang om het Midden-Oosten te controleren. Ons grootste belang daar is de olie. Die moet naar de wereldmarkt blijven stromen. Daarnaast moet het terrorismeprobleem op een rationele wijze worden aangepakt en moet te allen tijde voorkomen worden dat landen in de regio, zoals Iran, massavernietigingswapens te pakken krijgen. Zodra we uit Irak weg zijn, en dat moet wat mij betreft zo snel mogelijk, kunnen we onze troepen massaal uit de regio terugtrekken en alleen interveniëren als er een serieuze bedreiging is voor de primaire belangen van Amerika. Dat lijkt me ook een mooi moment om Israël als een gewoon land te gaan behandelen.’

  © Peter Vermaas / De Groene Amsterdammer

Advertenties

About this entry