PASTOR-IN-CHIEF MIKE HUCKABEE (De Groene Amsterdammer, 21 december 2007)

Te snel is christelijk rechts afgeschreven als electorale machtsfactor in de VS.

NASHUA – Het is een koude zondag in New Hampshire als de Republikeinse presidentskandidaat Mike Huckabee stilletjes om kwart voor negen ’s ochtends de Grace Fellowship Church binnenglipt. Een enkele kerkganger kijkt ervan op, de meesten zingen stoïcijns door als de swingende band op het podium het zoveelste couplet van psalm 100 inzet: ‘Make a Joyful Noise to the Lord’. Enthousiast geven de gelovigen gehoor aan de oproep: met hun armen ten hemel geheven, schreeuwen ze het uit.

In New Hampshire, waar Democraten en Republikeinen al op 8 januari hun favoriete presidentskandidaat kiezen, was het de laatste maanden moeilijk om niet in politieke campagnes verzeild te raken. Maar probeert de voormalige dominee Huckabee nu zelfs in de kerk stemmen te winnen?

Als hij de preekstoel beklimt, bezweert hij van niet. ‘Ik verzeker u dat ik hier geen politiek verhaal kom vertellen. Als u daarvoor kwam, dan zult u teleurgesteld zijn. Voor mij is er niets verfrissender dan even uit de troebele, duistere wateren van de politiek te stappen en te zwemmen in de heldere wateren van de eredienst.’

Maar de preek over 2 Timoteüs die Huckabee op uitnodiging van ‘pastor Paul’ van Grace Fellowship in Nashua uitspreekt, is politieker dan de gemiddelde kanselrede en godvrezender dan in een campagnetoespraak geoorloofd zou zijn. Ademloos luisteren de ongeveer vierhonderd aanwezigen naar de vergelijking die Huckabee trekt tussen het seculiere Amerikaanse leger, dat voor vrijheid vecht in Irak, en het leger van gelovigen, dat vecht voor Jezus Christus. Je geeft veel vrijheden op als je beroepssoldaat bent, zegt Huckabee, zoals je als gelovige je leven in handen van God legt. Dat gaat met vallen en opstaan, maar geef nooit op. ‘Try again’, herhaalt Huckabee steeds. ‘Er zijn twee mensen’, besluit hij, ‘aan wie ik veel te danken heb: de Amerikaanse soldaat die zich voor mijn vrijheid opoffert en Jezus Christus die zich voor mij liet kruisigen.’

Je kunt van George Bush veel zeggen, maar aan dit soort actuele bijbelexegese heeft hij zich nooit gewaagd. De president, favoriet van de evangelische kerken, is dan ook geen voormalige dominee. Huckabee wel en anders dan bij televisiedominee Pat Robertson, die zich in 1988 weinig succesvol voor het presidentschap kandideerde, lijkt dat bij de huidige race in het geheel geen beletsel meer.

Het succes van de liberale Republikein Rudy Giuliani tijdens de eerste maanden van de campagne was voor veel analisten aanleiding de macht van de evangelicals te relativeren en zelfs het ‘einde van een tijdperk’ in te luiden. Maar nu Hillary Clinton bij de Democraten niet meer de gedoodverfde kandidaat is, durft de Republikeinse basis voor haar ware voorkeur uit te komen. De aanvankelijke steun voor Giuliani was tenslotte bovenal ingegeven door zijn verkiezingskansen tegenover Clinton in de eindronde van de presidentsverkiezingen.

In Iowa (3 januari) gaat ‘pastor-in-chief’ Huckabee ruim aan de leiding en in New Hampshire (8 januari) gooit die andere expliciete gelovige, de mormoon Mitt Romney, hoge ogen. Te vroeg zijn de ‘waardestemmers’ afgeschreven. Te vroeg ook kwam nota bene Pat Robertson met zijn verrassende en ietwat defaitistische voorkeur voor Giuliani. Try again! (2 Timoteüs 2:3).

PETER VERMAAS

Advertenties

About this entry