De vader, de neef en de heilige geest (De Groene Amsterdammer, 4 januari 2008)

In januari 2007 overleed Alice Lakwena, leider van de Oegandese Holy Spirit Mobile Forces. 

DOOR Peter Vermaas

Alice Auma is bijna dertig jaar oud als ze op 24 mei 1985 haar huis in het Noord-Oegandese stationsstadje Opit verlaat. Ze loopt in westelijke richting naar de heilige plaats Wang Kwar in Paraa Nationaal Park, waar ze voor het einde van de maand hoopt aan te komen. Vlak voor vertrek had ze haar vader, een Anglicaanse dominee, uitgelegd dat de geest van een tijdens de Eerste Wereldoorlog in de Nijl verdronken Italiaanse legerofficier in haar was gevaren. ‘Lakwena’ heette de geest, wat in de lokale Acholi-taal ‘boodschapper’ betekent. Hij moest het in het hoofd van Alice opnemen tegen ‘Wrong element’, een grofgebekte Amerikaan, tegen de geesten ‘Franko’ uit Zaïre en ‘Ching Po’ uit Korea en tegen een ongeorganiseerd groepje islamieten. Maar Lakwena was de machtigste en had Alice in zijn greep. Hij verordonneerde haar naar het park te gaan om de wilde dieren, de bergen en de rivieren te vragen wie er toch achter het voortdurende bloedvergieten in Oeganda zat. In 1962 werd het land onafhankelijk en na de dictaturen van Milton Obote en Idi Amin – beiden uit het noorden – werd door de zuidelijke rebellenleider Yoweri Museveni een harde strijd om de macht gevoerd. Het noorden leek die te verliezen, de chaos was compleet.

De dieren in het park zijn verontwaardigd als Lakwena ze ter verantwoording roept. Hoe kunnen zij nu schuldig zijn aan wat de mensen elkaar aandoen? De buffel en het nijlpaard laten Alice hun wonden zien: zij zijn geen daders, zij zijn slachtoffer. En de krokodil laat weten vanuit het water sowieso weinig te kunnen uitrichten. Het zijn ‘de mensen met twee benen’ die schuld hebben aan de wanorde waarin Oeganda zich bevindt. De bergen en de waterval laten desgevraagd weten die lezing te onderschrijven.

Met dit inzicht keert Alice op 12 juni 1985 terug naar Opit. Na haar ‘alliantie met de natuur’ heeft Lakwena haar opgedragen de mensen te gaan genezen – wat ze met overgave doet. Nabij het station opent ze haar eigen tempel en steeds meer dorpelingen vragen haar advies en worden genezen. Haar mix van eigen fundamentalistische bijbelinterpretatie en traditioneel natuurgeloof wordt door volgelingen gezien als een laatste houvast in onzekere tijden.

Maar als de rebellenleider Museveni in januari 1986 het landsbestuur overneemt en vanuit hoofdstad Kampala probeert de orde te herstellen, bereidt het noorden van het land zich voor op het ergste. De nieuwe machthebbers in het zuiden zullen vast met ze komen afrekenen.

Alice neemt het zekere voor het onzekere. Ze vormt de Holy Spirit Mobile Forces (hsmf) en begint met haar eigen rebellenbeweging een ‘mars op Kampala’. Duizenden sluiten zich bij het medium aan, waaronder veel kinderen en voormalige soldaten uit de King’s African Rifles, het koloniale eliteleger dat voor de Britten in de Tweede Wereldoorlog vocht.

Maar wapens zoals in het Britse leger zijn niet toegestaan. Die zijn ook niet nodig. Want wie het door Lakwena uitgedachte mengsel van aarde en kariténotenolie op de torso smeert, is niet bevattelijk voor de dood. Kogels ketsen terug naar de vijand, zegt Alice, en zullen hem doden. Dekking zoeken of vluchten is tijdens de strijd niet toegestaan. Praten ook niet. Stenen die door de strijders van de Mobile Forces naar de tegenpartij worden gegooid, transformeren dankzij de hulp van 140.000 geesten, bijen, slangen, rivieren, rotsen en bergen in handgranaten. Tegen de samenwerking van zuivere geesten zal geen tegenstander opgewassen zijn.

Het liep anders. De troepen van Lakwena kwamen eind oktober 1987 tot op zeventig kilometer van de hoofdstad Kampala. Ze waren nabij Jinja, waar volgens de Oegandezen de bron van de Nijl ligt, toen het leger van president Museveni de met stenen en modder bewapende meute aanviel. Niemand zocht dekking. Zingend wandelden de strijders de kogels tegemoet. Maar ze ketsten niet af.

Duizenden mensen vonden in een paar dagen tijd de dood. De geest moest Alice verlaten hebben. Zelf raakte ze licht gewond en vluchtte door het oerwoud, op een fiets, voortgeduwd door enkele volgelingen, richting de grens met Kenia. Na een korte gevangenisstraf kreeg ze daar politiek asiel. Ze vestigde zich met een handvol protégés in een vluchtelingenkamp van de Verenigde Naties, waar ze nog heel af en toe door journalisten werd opgezocht.

Die journalisten zagen dat ze anders dan de andere vluchtelingen een relatief groot huis tot haar beschikking had en graag rum-cola dronk. Ze had bodyguards en de mensen om haar heen beschouwden haar nog steeds als het medium dat ze eens was en verklaarden dat Alice nog altijd ‘bullet proof’ was.

Maar de verslaggevers kwamen vooral langs om Alice te vragen of ze wellicht contact had met Joseph Kony, die zei haar neef te zijn en op barbaarse wijze de strijd had voortgezet. Net als Alice’ vader claimde Kony dat de geest nu over hem vaardig was geworden. Met enkele overlevenden van de hsmf begon hij zijn Lord’s Resistance Army, dat sinds 1987 dood en verderf zaaide in Noord-Oeganda en Zuid-Soedan. Duizenden kinderen werden ontvoerd, miljoenen sloegen op de vlucht. Alice ontkende altijd iets met haar vermeende neef te maken te hebben. Maar ze was onmiskenbaar de spirituele grondlegger van de gruwelijke strijd in Noord-Oeganda.

Over de achtergrond van Alice is nooit erg veel bekend geworden. Ze had twee kinderloze huwelijken achter de rug toen ze in 1985 naar het natuurpark trok. ‘Sommigen zeggen dat ze een heks was, anderen een prostituee en weer anderen een visverkoper – en ze zouden allemaal gelijk kunnen hebben’, concludeerde Ryszard Kapuscinski in 1989 in The New York Times.

Alice, schrijft de Duitse antropologe Heike Behrend in het fascinerende boek Alice Lakwena and the Holy Spirits: War in Northern Uganda 1985-97 (1999), gaf mensen orde en zekerheid in tijden van volstrekte anarchie. Haar leger was strak georganiseerd en ongemeen gedisciplineerd. Sigaretten of alcohol waren volgens ‘de twintig voorzorgsmaatregelen van Alice’ uit den boze, de Mobile Forces mochten zelfs niet actief mensen doden. Neef Kony had daar minder moeite mee. Een ‘mars op Kampala’ heeft hij nooit ondernomen, maar tot vorig jaar zou hij aanvallen uitvoeren in Noord-Oeganda.

Terwijl begin dit jaar met Kony onderhandelingen gaande waren over een duurzame oplossing voor het noorden, begroef Oeganda weer een deel van zijn verleden. Na Idi Amin in 2003 en Milton Obote in 2005 overleed op 17 januari 2007, in het vluchtelingenkamp in Kenia, Alice Auma ‘Lakwena’. Haar lichaam werd in het kader van de verzoening door de Oegandese regering teruggebracht naar Noord-Oeganda. Alice’ vader, de voormalige dominee, heeft beloofd de herinnering aan haar geest levend te houden.

17 januari 2007 © Peter Vermaas / De Groene Amsterdammera

Advertenties

About this entry