Lazy Fred (De Groene Amsterdammer, 18 januari 2008)

Wie heeft eigenlijk de papieren om op de steun van de conservatieve Republikeinen te kunnen rekenen? Fred Thompson?

NEW YORK – Er kan een streep door de namen van Joe Biden, Chris Dodd en Bill Richardson. Ervaren, witte mannen van middelbare leeftijd maken bij de Democraten dit jaar geen schijn van kans: Hillary en Obama maken de dienst uit. Dat is anders bij de Republikeinen. Daar strijdt als vanouds een handjevol niet al te jeugdige, lelieblanke heren om de eer. Maar een koploper is er nog steeds niet. Geen van de kandidaten is conservatief genoeg voor de kiezers die in 2000 en 2004 George W. Bush aan het presidentschap hielpen.

Vietnamheld John McCain en voormalig predikant Mike Huckabee zijn te mild op het gebied van illegale immigratie. De geslaagde zakenman Mitt Romney heeft hen dit in verschillende debatten ingewreven, maar kan zelf evengoed niet bogen op een onbevlekt blazoen. In Massachusetts, waar hij gouverneur was, stond hij bekend als ‘pro choice’, terwijl de mormoon nu een fel pleitbezorger van ‘pro life’ is. Vergelijkbare kritiek krijgt Rudy Giuliani. In het liberale New York was hij als burgemeester tegen wapenbezit en voor een pragmatische omgang met illegalen, terwijl hij nu als presidentskandidaat de rechtse fatsoensrakker uithangt. Een ‘flip flopper’ dus. Daar komt nog eens bij dat geen van de heren, op Huckabee na, nog bij zijn eerste vrouw is (niet populair bij conservatieven) en dat Romney en Huckabee tijdens hun gouverneurschap in hun respectievelijke staten de belastingen verhoogden (helemaal niet populair bij Republikeinen).

Blijft over Fred Dalton Thompson, geboren als Freddie en beter bekend als aanklager Arthur Branch uit de televisieserie Law & Order. Hij voert campagne met de slogan ‘Consistent Conservative’ en heeft, ondanks zijn jeugdige tweede echtgenoot, écht een conservatief imago.

Maar wil Fred Thomspon eigenlijk wel president worden? Zonder een woord gesproken te hebben schoot hij vorig jaar in de peilingen omhoog. Maar hij aarzelde wel heel lang voordat hij bij de talkshow van Jay Leno – nota bene tijdens een Republikeins debat – zijn kandidatuur daadwerkelijk bekend maakte. Daarna werd weer geruime tijd niets van de acteur en ex-senator uit Tennessee vernomen. Op campagnebijeenkomsten maakte hij een ongeïnteresseerde en verveelde indruk en in de aanloop naar de voorverkiezingen in Iowa en New Hampshire verscheen hij soms een paar dagen in het geheel niet in het openbaar. Als hij wél campagne voert, blijft dat beperkt tot drie optredens per dag. Dat is, volgens The New York Times, een ‘tamelijk ontspannen programma’. Zeker vergeleken met de Democraat John Edwards, die in Iowa 36 uur non-stop campagne voerde.

In The New Republic verscheen eind vorig jaar een ode op de luiheid van Thompson. Omdat de nieuwe generatie journalisten vanwege weblogs, mobiele telefoons en televisieoptredens zelf permanent werkt, wordt volgens het tijdschrift ten onrechte de indruk gewekt dat iemand die geen workaholic is ook ongeschikt zou zijn om het land te leiden. Maar, zoals Thompson op de middelbare school al schreef: ‘Hoe luier iemand is, hoe meer hij plant voor de toekomst.’ Bovendien zijn veel Amerikanen door de hogedrukcampagnes van de laatste weken de alom aanwezige en overambitieuze politici een beetje zat aan het worden. Dat Thompson niet zo nodig hoeft (of dat in ieder geval goed speelt), lijkt sommige kiezers wel te bevallen. Zaterdag kiezen de Republikeinen in South Carolina. Het is voor Fred Thompson een van de laatste kansen om te bewijzen dat luiheid loont.

PETER VERMAAS

Advertenties

About this entry