Werken voor de nieuwe president (Intermediair, 5 maart 2008)

Hollandse hulpjes

De Nederlanders Kirsten Verdel, Heleen Mees en Reinier Prijten mogen in Amerika niet stemmen, maar werken wel mee aan de verkiezingscampagnes. Wat doen ze precies?

Tekst Peter Vermaas

Het is een dag na Super Tuesday en Kirsten Verdel loopt wat verdwaasd door New York. Na een uit de hand gelopen misverstand tussen haar en een politieagent voor de deur van het kantoor van Barack Obama dient ze zich vandaag te melden bij het politiebureau. Als ze pech heeft, dan moet ze wegens ‘disorderly conduct’ in april voorkomen. Maar in april is ze helemaal niet in New York. Dan is ze terug in Canada, waarvandaan ze op een studiebeurs onderzoek doet naar de Amerikaanse verkiezingscampagnes. In juni keert ze terug naar de Verenigde Staten om in Washington voor het Democratic National Committee (DNC) te gaan werken.

Ze zal zich daar in eerste instantie gaan bezighouden met wat men eufemistisch ‘oppositieonderzoek’ noemt: het vinden van zoveel mogelijk belastend materiaal over de tegenkandidaat, de Republikein John McCain. Het is ‘fascinerend’, vertelt Verdel, om te zien hoe dat werkt. Al maanden geleden wisten haar collega’s werkelijk alles over de op dat moment negen Republikeinse tegenkandidaten. ‘Alles wat die mensen ooit in het openbaar gezegd hadden was gedocumenteerd. Dat is echt fenomenaal.’

De Democraten willen zich niet opnieuw laten ‘swiftboaten’, zoals vier jaar geleden met John Kerry gebeurde. Een smeercampagne waarin zijn Vietnam-verleden in twijfel werd getrokken, kostte hem de verkiezingen. Volgens Verdel houden de Democraten er rekening mee dat het ook dit jaar een harde, negatieve campagnestrijd wordt. ‘Het probleem met Democraten is dat ze het idee hebben dat ze de waarheid moeten vertellen. Republikeinen hebben daar minder moeite mee. Wij zijn toch meer op zoek naar standpunten van tegenkandidaten en hoe die in de loop der jaren misschien zijn veranderd.’

In Nederland was Verdel bij de laatste Kamerverkiezingen kandidaat voor de Partij van de Arbeid. Ze werkte voor die partij mee aan verschillende campagnes. Het valt haar op hoe inhoudelijk de Amerikaanse campagnes voor de voorverkiezingen tot nu toe zijn. ‘In Nederland zijn journalisten vooral geïnteresseerd in politieke strategie, peilingen en schandalen’, zegt ze, ‘terwijl het hier in de debatten en in artikelen in de kranten heel sterk over issues gaat.’ Een verklaring heeft ze daar niet voor. ‘Misschien omdat democratie in Amerika veel belangrijker is dan in Nederland? Er zijn hier verkiezingen voor alles wat los en vast zit. Daardoor zijn mensen veel meer betrokken bij de gekozen functionarissen en wat die behoren te doen.’

Bij de Democraten is de race op het moment van het schrijven van dit artikel nog niet beslist. Hoewel Barack Obama sinds Super Tuesday de absolute koploper is, kan Hillary Clinton met sterke resultaten op 4 maart in Ohio en Texas nog altijd de nominatie binnenhalen.

Voor Verdel is het dus nog niet duidelijk voor welke kandidaat ze dadelijk gaat werken. Een echte persoonlijke voorkeur heeft ze ook niet, maar ze ‘neigt’, zegt ze, naar Obama. ‘Mijn favoriet was Bill Richardson, maar niemand had ooit van hem gehoord en hij ligt nu uit de race. Als ik hier zou moeten stemmen, dan zou ik tot in het stemhokje twijfelen tussen Obama en Clinton, denk ik. Als vrouw wil ik natuurlijk graag een eerste vrouwelijke president, maar een keuze voor Hillary is voor mij wel een soort verstandshuwelijk. Mijn gevoel zegt Obama. De inhoudelijke verschillen zijn tenslotte minimaal.’

Ze vindt de campagne van Clinton tot nu toe wel heel erg berekenend. ‘Dan wijst ze naar mensen in het publiek die ze zogenaamd kent, maar gisteren wees ze naar een plek naast mij waar helemaal niemand stond! Ze willen natuurlijk laten zien dat ze de mensen kent, maar ik kan niet zo goed tegen dat soort campagnetrucs.’ Bovendien, zegt ze, maakt Obama bij de eindronde in november misschien een grotere kans tegenover John McCain. Obama trekt veel independents (onafhankelijke kiezers) en zelfs wat Republikeinen, terwijl veel kiezers in deze groepen volgens opinieonderzoek negatieve associaties bij Hillary hebben.

Een partijgenoot van Verdel is betrokken bij de campagne van Clinton. NRC Handelsblad-columniste en ‘powerfeministe’ Heleen Mees woont in New York en is vice-voorzitter van de plaatselijke afdeling van de PvdA. Al in 2006 hielp Mees mee om Clintons zetel in de senaat te behouden. De voormalige first lady moest met een grote meerderheid winnen om daarna als bindend leider en potentieel president neergezet te kunnen worden. Dat lukte: ze won ongeveer tweederde van de stemmen. ‘Die negatieve associaties zijn met een goede campagne dus best te veranderen’, zegt ze.

Maar duur is dat wel. Het was onder andere Mees’ taak om fondsen te werven. Ze organiseerde ontbijtbijeenkomsten, dinerbijeenkomsten en lezingen soms met Hillary zelf, soms met Bill Clinton als spreker. Voor kleine huiskamerbijeenkomsten met twintig tot vijftig mensen, moesten de aanwezigen twee keer de toegestane limiet voor donateurs betalen: 2.300 dollar voor de voorverkiezing en 2.300 dollar voor de eindronde. Totaal werd toen 60 miljoen dollar opgehaald, maar aan het eind van de Senaatscampagne resteerde slechts zo’n 20 miljoen om door te schuiven naar de huidige presidentscampagne.

Op een iets lager pitje is Mees nu opnieuw betrokken bij de fondsenwerving van de Clinton-campagne. Ze organiseert evenementen in New York en belt potentiële donoren om te komen. Tot begin dit jaar gingen Obama en Clinton in financieel opzicht ongeveer gelijk op, maar na Clintons verlies in Iowa werd dat anders. Na Super Tuesday bleek de oorlogskas bijna helemaal leeg. Seniorcampagnemedewerkers krijgen niet meer betaald en alle aandacht is weer op fundraising gericht.

‘Ik vind het vandaag wel een beetje lastig’, zegt Mees net na Super Tuesday in haar appartement met uitzicht op de Manhattan Bridge. Er is te weinig geld en de vooruitzichten zijn niet goed. ‘Er is toch wel iets aan de hand met die Obama. Hij lijkt zo ontzettend makkelijk mensen op de been te krijgen. Die grass-roots-campagne gaat bij Hillary veel minder goed.’ Ondertussen, zegt ze, weet haast niemand wat Obama’s programmapunten precies zijn. ‘Het is vooral peptalk, volgens mij. Een soort Emile Ratelband. Voor onze campagne is het in ieder geval erg lastig om daar overheen te komen. Maar als je ziet hoe slecht het met de Amerikaanse economie gaat, dan hoop je maar dat mensen inzien dat Hillary Clinton de meest geschikte kandidaat is om daar iets aan te doen.’

Heeft ze op het verkeerde paard gewed? Nee, dat zeker niet. ‘Ik vind het belangrijk dat een vrouw meedoet en dat ze laat zien dat ze erbij hoort’, zegt Mees. Na Iowa bleek hoeveel tegenstand een vrouwelijke kandidaat moet overwinnen. ‘Het vreugdevuur dat losbarstte toen ze had verloren was echt beschamend. Ze werd in alle media compleet afgemaakt. Dat was duidelijk seksisme. Zoals de gouverneur van New York zei: de media pleegden autopsie op een levend lichaam. Die dagen na Iowa hebben de toon gezet voor hoe er over Hillary geschreven mag worden.’

Ze weet dus waarvoor ze het doet. Maar de kandidaat in kwestie ziet ze zelf nu nog maar zelden. Dat was bij de Senaatscampagne anders. ‘Hillary Clinton weet wie ik ben, maar ze belt niet op zondagmorgen op om aan me te vragen wat we deze week zullen doen.’ In oktober heeft ze voor het laatst met Clinton aan tafel gezeten.

Ook de al tien jaar in New York woonachtige banking consultant Reinier Prijten ziet zijn kandidaat maar zelden. Eigenlijk is die kandidaat sowieso wat uit beeld. Want de Republikein Rudy Giuliani, voor wie Prijten vele duizenden dollars ophaalde, is sinds de voorverkiezing in Florida, eind januari, uit de race. De oud-burgemeester van New York heeft daarna zijn steun gegeven aan senator John McCain. Ook Prijten is nu voor McCain. Hij schrijft voor de senator zogenaamde ‘one-pagers’ met snelle informatie over de Europese Unie. Dat deed hij eerder voor Giuliani. Althans: hij schreef de teksten voor Charles Hill, een voormalige assistent van Reagans minister van Buitenlandse Zaken Schultz, en die bracht ze dan weer onder de aandacht van Giuliani.

Maar fondsenwerving was Prijtens belangrijkste taak. Wie 100.000 dollar ophaalde, mocht met Giuliani mee in het campagnevliegtuig. Prijten slaagde erin om binnen zijn eigen netwerk 25.000 dollar voor Giuliani te ronselen en kreeg als beloning een ‘rendez-vous’ met de kandidaat. In een cubicle, een klein werkkamertje zoals je dat op kantoren vindt, mocht hij vijf minuten vriendelijkheden met de oud-burgemeester uitwisselen. Ook werd er een foto gemaakt. ‘Waar je het dan over hebt? Je vertelt hem waarom je denkt dat hij een goede kandidaat is.’

En? ‘Ik heb hem zien opereren op 11 september 2001 en daarvan was ik erg onder de indruk. Hij heeft toen echt leiderschap getoond. Kijk je verder naar zijn beleid, dan zie je dat hij sociaal gezien heel progressief is en op fiscaal gebied redelijk conservatief. Dat ben ik ook.’ Maar, geeft Prijten eerlijk toe, het was voor hem ook de meest bereikbare kandidaat. ‘Als New Yorker had ik een binnenkomer bij die campagne. Giuliani is mijn burgemeester geweest. Met Clinton of Obama heb ik toch minder een band.’

Net als Verdel en Mees heeft ook Prijten een achtergrond in de PvdA. Maar de liefde voor de Nederlandse sociaaldemocraten was maar van tijdelijke aard. Hij was medeoprichter van de afdeling New York en schopte het net als Verdel tot een (onverkiesbare) plaats op de lijst voor de Tweede Kamer. Maar het was ‘allemaal een grote vergissing’, zegt hij nu. Prijten is geen lid meer. ‘Ik was net als de Democraten vanaf het begin tegen de oorlog in Irak. Omdat ik hier niet mag stemmen en me niet verkiesbaar mag stellen, ben ik eerst in Nederland gaan kijken. Als je in Amerika vanwege Irak bij de Democraten hoort, dan hoor je in Nederland bij de sociaaldemocraten, dacht ik. Maar de achterkamertjespolitiek daar was voor mij een teleurstelling. Ik ben nu weer terug in mijn vertrouwde gematigd conservatieve kamp.’

De stap van de PvdA naar de Republikeinen lijkt groot. De meeste Nederlanders voelen zich meer verbonden met de Democraten. Volgens Prijten komt dat door ‘nogal wat misverstanden’ die in Nederland over Amerika bestaan. ‘Iedereen weet dat in Amerika 45 miljoen mensen zonder zorgverzekering zitten. Wat men in Nederland niet weet is dat dit meestal gezonde young professionals zijn die er bewust voor kiezen om geld uit te sparen. Het zijn in het geheel geen zielige bejaarden in ieder geval. Dit land is veel socialer dan we in Nederland denken. Er is bijvoorbeeld prachtige wetgeving voor gehandicapten. Iedere bus in New York is toegankelijk voor mensen met een rolstoel! Zoiets hebben we in Nederland nooit voor elkaar gekregen.’

‘Uiteindelijk gaat mijn interesse meer uit naar het systeem als geheel dan naar de kandidaten zelf’, zegt Prijten. Maar hij steunt nu wel John McCain, die altijd voor de Irak-oorlog is geweest. ‘Nu we eenmaal in Irak zijn, moeten we de klus afmaken en niet met de witte vlag gaan wapperen zoals Clinton en Obama doen. McCain is daar voorstander van. Verder is hij op een aantal gebieden verrassend progressief: hij was voor hervorming van het immigratiebeleid, tegen de belastingverlaging van Bush en is tegen het aanpassen van de grondwet om het homohuwelijk tegen te houden. Op sociaal gebied is hij misschien conservatiever dan ik, maar hij is een pragmatische Republikein, net als Giuliani. Dat bevalt me.’

Advertisements

About this entry