Het is ook de oorlog van de Democraten (De Groene Amsterdammer, 19 maart 2008)

DEMOCRATEN IN HET NAUW

Hoe impopulair de oorlog in Irak ook is, de Democraten hebben daar tot dusver niet van weten te profiteren. Obama en Clinton willen snelle terugtrekking van de troepen, maar krijgen het zwaar tegen de stoïcijnse patriot John McCain.

DOOR PETER VERMAAS

NEW YORK – Nu John McCain de nominatie van de Republikeinen op zak heeft, is de oorlog in Irak weer terug op de campagneagenda. Wekenlang ging het vooral over de zieltogende economie, maar met McCain als kandidaat menen de Democraten bij de verkiezingen op 4 november het presidentschap niet meer te kunnen missen. Tot die datum zal de Amerikaanse kiezer tot vervelens toe te horen krijgen dat de senator uit Arizona het desastreuze buitenlandbeleid van George W. Bush zonder meer zal voortzetten. McCain heeft de president op oorlogspad tenslotte meestal gesteund en heeft in een onbewaakt ogenblik zelfs verzucht dat als het nodig is de Verenigde Staten ‘misschien nog honderd jaar’ in Irak present zullen blijven.

Barack Obama en Hillary Clinton stellen daar een ‘snelle terugtrekking’ tegenover. Obama wil meteen op de eerste dag dat hij de Oval Office betreedt, beginnen met gevechtsbrigades terug te roepen, Clinton belooft dit binnen zestig dagen te doen. De miljarden die nu naar Irak gaan, zei Obama laatst in een televisiedebat, zouden gebruikt moeten worden om werkgelegenheid voor Amerikanen te creëren. Waarmee we via een omweg weer terug zijn bij de economie.

Een definitieve kandidaat voor de verkiezingen hebben ze nog lang niet, maar de Democraten rekenen zich op voorhand rijk. Het is de vraag of dat verstandig is. Al eerder hebben ze zich op Irak stukgebeten. En McCain heeft op zijn beurt laten zien juist dankzij die oorlog uit de politieke dood te kunnen herrijzen.

 

Al in november 2004 dachten Democraten het Witte Huis van Bush over te nemen. De oorlog was toen pas anderhalf jaar oud, maar evengoed weinig populair. Met Vietnamveteraan John Kerry kandideerden ze een potentieel geloofwaardige ‘commander-in-chief’ die de oorlog tot een goed einde kon brengen. Maar die strategie faalde jammerlijk. Bush kreeg een ruim mandaat om in zijn tweede termijn de door hem aangerichte rotzooi in het Midden-Oosten op te ruimen. Kerry had geen schijn van kans.

Saillant detail in het licht van de huidige strijd is dat Kerry destijds zonder succes John McCain, ook een Vietnamveteraan, heeft gevraagd om als zijn running mate op te treden. McCain was, zo schreef het tijdschrift The New Republic onlangs, in de periode 2001-2004 ‘een van de meest effectieve pleitbezorgers van de Democratische agenda in Washington’ en was in tijden van oorlog volgens Democratische strategen hét antwoord op Bush. Maar McCain was een Republikein en wilde dat graag blijven. Net als zijn Democratische tegenstrevers wenst McCain aan de besprekingen met Kerry dezer dagen liever niet herinnerd te worden.

Een volgende grote Iraktest voor de Democraten vond plaats rond de Congresverkiezingen van november 2006. De waardering voor de oorlog was inmiddels tot een dieptepunt gedaald en behalve de president en zijn vertrouwelingen zag vrijwel niemand nog enige vooruitgang. Met een handvol expliciete antioorlogskandidaten in districten waar veel soldaten gerekruteerd waren en met protectionisten in arbeideristische districten waar banen op het spel stonden, wonnen de Democraten deze test met groter succes dan ze zelf verwacht hadden. Zowel de Senaat als het Huis van Afgevaardigden kwam in Democratische handen.

Maar de belofte van speaker Nancy Pelosi en senaatsleider Harry Reid om met deze winst de president te dwingen een andere Irakkoers te varen, of tenminste de aanbevelingen van de onpartijdige Irak Studiegroep serieus te nemen, kon niet worden waargemaakt. Ook alle andere pogingen om Bush aan banden te leggen, bijvoorbeeld door zijn begrotingsvoorstellen te traineren, liepen op niets uit. Uiteindelijk werd eind vorig jaar een deal gemaakt, waarbij Bush vele miljarden dollars voor de oorlog kreeg en Democraten uit specifieke kiesdistricten extra geld versierden voor leuke dingen voor de mensen. Het was een nederlaag voor Pelosi en Reid en een reality check voor de Democratische kiezer.

Niet alleen de meerderheid van de Democraten bleek domweg te smal om Bush de pas af te snijden, ook waren niet alle afgevaardigden van de partij het erover eens of het wel zo ethisch was om een pleidooi te houden voor versnelde terugtrekking van troepen uit een explosief kruitvat als Irak. Nog afgezien van het Republikeinse angstbeeld dat al-Qaeda zich hergroepeert en vanuit Irak de VS bestookt, was het geen aangenaam vooruitzicht dat door Democratische interventie soennieten en sjiieten elkaar met nóg meer enthousiasme een kopje kleiner zouden maken. Wetenschappers waarschuwden voor genocide. Bovendien waren er veel Democraten, zoals Hillary Clinton, die met de oorlog hadden ingestemd.

Over één ding waren de Democraten het wel eens: het pleidooi van senator John McCain om het aantal troepen tijdelijk verder op te voeren was heilloos. De door de president en generaal David Petraeus onderschreven ‘surge’, bedoeld om in Bagdad rust te creëren zodat politieke meningsverschillen uitgesproken zouden kunnen worden, werd door Democraten eensgezind bestreden. ‘I think the reports that you provide to us really require the willing suspension of disbelief’, sneerde Clinton richting de brave Petraeus, toen die in de Senaat de plannen kwam toelichten.

Maar de ‘surge’ is nu net de enige koerswijziging die de laatste maanden wél lijkt te hebben gewerkt. En het is John McCain die hiervan electoraal de vruchten plukt. ‘Ik verlies liever een verkiezing dan een oorlog’, pochte de senator maanden geleden. Mijlenver stond hij achter op de andere Republikeinse kandidaten, omdat hij Bush steunde toen die zich bij McCains pleidooi had aangesloten. Toen kiezers de indruk kregen dat de ‘surge’ effect had, beloonden ze McCain enigszins onverwacht met de nominatie.

De twee resterende kandidaten voor de Democratische nominatie houden niettemin koppig vol dat het plan van McCain, Bush en Petraeus niet werkt. Misschien is het rustiger in Bagdad, maar het was de bedoeling dat de Iraakse politiek van deze adempauze gebruik zou maken en een oplossing zou vinden voor de bestuurlijke en bureaucratische crisis. En dat is niet gebeurd, zeggen Barack Obama en Hillary Clinton bij herhaling. Maar dat is een moeilijk te verkopen boodschap. Kiezers zijn vooral bezorgd om hun vechtende zonen en dochters, en het aantal Amerikaanse slachtoffers is dankzij Petraeus en McCain onmiskenbaar afgenomen.

 

John McCain heeft naar eigen zeggen geen verstand van economie. Maar wel van oorlogvoering. Dus terwijl de Democraten nog intern verdeeld zijn over wie op 4 november hun kandidaat wordt, trok de Republikeinse kandidaat deze week naar Irak om te laten zien dat hij de enige kandidaat is die op een fatsoenlijke wijze de door Bush aangerichte situatie in goede banen kan leiden. Met succes en niet geheel ten onrechte verspreidt hij het beeld dat de Democraten zich voor de strijd in Irak niet verantwoordelijk voelen. Ze zien het als een Republikeinse oorlog, als Bush’ oorlog.

‘Voor de eerste keer in de Amerikaanse politieke geschiedenis heeft een kandidaat voor het presidentschap opgeroepen tot overgave en de witte vlag gehesen’, zei McCain al eerder in reactie op Clintons terugtrekkingsplan. ‘I think, that’s terrible.’ McCains patriottische boodschap: we moeten ons niet overgeven in Irak, we moeten winnen. Daarmee speelt hij in op een belangrijk sentiment van de witte, mannelijke kiezer, die vooralsnog bij Clinton noch Obama onderdak heeft gevonden. Die kiezer wil bovenal niet verliezen.

Uit opinieonderzoeken blijkt ondertussen dat door het relatieve succes van de ‘surge’ het aantal mensen dat enig vertrouwen in de goede afloop van de oorlog heeft weer toeneemt. Het dieptepunt van 2006-2007 is voorbij.

McCain liet maandag in Bagdad weten dat hij erop vertrouwde dat in de komende maanden nóg meer successen geboekt gaan worden en hij gaf eerlijk toe dat hij verwachtte daar als presidentskandidaat van te zullen profiteren.

En dat zou best kunnen. De Democraten kunnen nog zo vaak zeggen dat McCain en Bush één pot nat zijn, de kiezer zal het niet geloven. Daarvoor is de eigengereide senator uit Arizona toch net iets te bekend. Bovendien wordt McCain – zoals John Kerry in 2004 al wist – niet als een diehard Republikein gezien. McCain is een Republikein-light, van een andere school dan Bush. En is dat niet precies wat nodig is om zonder gezichtsverlies en met kennis van zaken in de komende vier jaar de oorlog tot een acceptabel einde te brengen? In de peilingen wint McCain gemakkelijk van de polariserende Hillary Clinton en gaat hij vooralsnog nek-aan-nek met Barack Obama.

 

Met hun ietwat populistische verhalen over snelle terugtrekking hebben de Democraten zich ondertussen in de nesten gewerkt. Obama zegt na zestien maanden in zijn presidentschap alle troepen uit Irak weg te zullen hebben. Clinton belooft al in het eerste jaar het grootste deel van de Amerikaanse soldaten uit Irak te hebben teruggehaald. Maar te snelle terugtrekking zou volgens militair strategen levensgevaarlijk zijn en inmiddels hebben adviseurs van Obama en Clinton erkend dat wat hun respectievelijke bazen zeggen vooral als campagneretoriek moet worden gezien. Achter de schermen houden Obama en Clinton evengoed rekening met een ‘lange oorlog’.

Obama zal ‘natuurlijk niet vertrouwen op enig plan dat hij gemaakt heeft als kandidaat voor het presidentschap of als senator’, zei zijn inmiddels gesneefde adviseur Samantha Power. ‘Je kunt niet iets toezeggen in maart 2008 over wat de omstandigheden in januari 2009 zullen zijn.’ Clintons generaal buiten dienst Jack Keane sprak woorden van gelijke strekking over zíjn baas.

Dat de soep niet zo heet gegeten wordt als hij wordt opgediend en dat de Democraten realistischer zijn dan ze doen voorkomen, mag voor bezorgde Europeanen geruststellend lijken, de vaste achterban van de Democraten houdt zijn kandidaten graag aan de gedane beloftes. Voor Barack Obama of Hillary Clinton zal het in de weken voorafgaand aan de verkiezingen lastig worden om tegenover de straight talk van John McCain met een geloofwaardig verhaal te komen. Want of de Democraten dat nu leuk vinden of niet: het is ook hún oorlog.

© PETER VERMAAS / De Groene Amsterdammer

 

Advertisements

About this entry