Het wilde Westen (De Groene Amsterdammer, 26 maart 2008)

 

Terwijl het Amerikaanse Hooggerechtshof overpeinst of wapenbezit een individueel recht is, willen steeds meer staten wapens op universiteiten en scholen stimuleren.

NEW YORK – Op 16 april is het een jaar geleden dat Seung-Hui Cho op de campus van Virginia Tech 27 medestudenten en vijf docenten doodschoot. De foto’s van de gestoorde Koreaanse Amerikaan in guerrilla-uitrusting gingen de wereld over. Het was de meest dodelijke schietpartij op een school in de geschiedenis van de Verenigde Staten, maar niet de laatste. Vorige maand nog schoot een andere ontspoorde student, gewapend met een jachtgeweer en twee handwapens, op Northern Illinois University vijf medestudenten dood, voor hij de hand aan zichzelf sloeg.

‘A well regulated militia being necessary to the security of a free State, the right of the people to keep and bear arms, shall not be infringed’, luidt het heilige tweede amendement op de Grondwet van de Verenigde Staten. Het kwam in 1791 tot stand als onderdeel van de Bill of Rights en bezegelt het recht van individuele Amerikanen om wapens te bezitten.

Of niet?

Voor het eerst sinds 1939 boog het Hooggerechtshof zich deze maand over de precieze betekenis van de tekst. Er wordt tenslotte melding gemaakt van ‘milities’ (burgerlegers) die ‘the people’ het recht geven een wapen te bezitten. En burgerlegers mochten dan in 1791 een taak hebben voor de openbare veiligheid, tegenwoordig is daarvoor een professioneel politieapparaat actief. Ook in de Verenigde Staten.

Washington is een van de meest criminele steden van het land. Toen het bestuur van de hoofdstad bekendmaakte handwapens te willen verbieden, leidde dat in eerste instantie tot begrip. Maar na klachten van onder meer een beveiligingsmedewerker die zich ook thuis met een wapen wilde beschermen, werd de nieuwe wetgeving door het lokale beroepshof ongrondwettelijk verklaard. Het hof verwees naar het tweede amendement en interpreteerde dat als een ‘individueel recht’.

Vorige week dinsdag belegde het Hooggerechtshof een hoorzitting om te begrijpen wat in 1791 bedoeld is. Rechter Anthony Kennedy zei daarbij dat in het amendement louter melding wordt gemaakt van de milities om ‘het recht op het hebben van een militie opnieuw te bevestigen’. De opstellers van het amendement wilden er zeker van zijn dat ‘de afgezonderde settler zichzelf en zijn familie [kon] verdedigen tegen vijandige indiaanse stammen en misdadigers, wolven en beren en grizzly’s en dat soort dingen’.

Kennedy, die in 1988 werd aangesteld door president Reagan, heeft de laatste jaren als swing voter bij nagenoeg ieder besluit van het Hooggerechtshof een doorslaggevende rol gespeeld. In juni, als het hof uitspraak doet, zal dus waarschijnlijk voor het eerst in de geschiedenis expliciet vast komen te liggen dat het recht op wapens een individueel recht is. Dat is een enorme winst voor de wapenlobby, die de afgelopen weken onder de dreigende slogan ‘Freedom under Fire’ fanatiek actie heeft gevoerd.

Om het aantal slachtoffers van schietpartijen op universiteitscampussen te verminderen, hebben vijftien staten sinds de slachting op Virginia Tech hun eigen maatregelen getroffen. Terwijl wapens op vrijwel alle campussen verboden waren, wordt tegenwoordig wapenbezit van studenten en docenten ouder dan 21 jaar toegestaan en zelfs actief gestimuleerd om de veiligheid op de universiteiten te vergroten. Als de medestudenten van Seung-Hui Cho op Virginia Tech zelf wapens hadden gedragen, was de schutter eerder een halt toegeroepen, is de gedachte. Senator Karen S. Johnson was verantwoordelijk voor de wetgeving in Arizona. ‘We zijn niet het wilde, Wilde Westen’, zei ze in The New York Times. ‘Maar de mensen hier zijn meer onafhankelijke denkers als het gaat om veiligheid.’

PETER VERMAAS

 

Advertenties

About this entry