‘Sommige lessen lijken vergeten’ (De Groene Amsterdammer, 23 mei 2008)

INTERVIEW MET LAKHDAR BRAHIMI  

De Verenigde Naties worden niet meer als een neutrale organisatie gezien. Dat zegt de Algerijn Lakhdar Brahimi, voormalig VN-gezant in Afghanistan. Hij vreest voor een nieuw Srebrenica. Deze week ontvangt hij in Middelburg een Four Freedoms Award.

DOOR PETER VERMAAS

De Verenigde Naties onpartijdig? Niet in de strijd tegen terrorisme. Wat niemand voor mogelijk had gehouden, gebeurde op 19 augustus 2003 toen het Iraakse hoofdkwartier van de volkerenorganisatie door een zelfmoordenaar werd opgeblazen. 22 mensen kwamen om het leven, onder wie de prominente Braziliaanse VN-diplomaat Sérgio Vieira de Mello. De jihadisten bleken geen onderscheid te maken tussen de Amerikaanse haviken en de ploeterende vredesduiven van Kofi Annan.

Afgelopen december werden de VN opnieuw aangevallen. Nu in Algerije. Met twee autobommen werd het VN-kantoor in Algiers met de grond gelijk gemaakt. Zeventien personeelsleden kwamen om het leven en veel internationalisten waren een illusie armer: ook de VN hebben vijanden. Dat werd begin april nog eens bevestigd door een verklaring van Ayman al-Zawahiri, de vermeende tweede man van al-Qaeda, die verklaarde dat de ‘Verenigde Naties een vijand van de islam en de moslims zijn’ en dat aanslagen ‘gerechtvaardigd’ zijn omdat de VN zestig jaar geleden hebben ingestemd met de staat Israël.

Voormalig VN-gezant voor Afghanistan en Irak, Lakhdar Brahimi, doet sinds de aanslag in Algiers op verzoek van secretaris-generaal Ban Ki-moon onderzoek naar de veiligheid van VN-personeel in het veld. ‘De VN-vlag’, concludeert hij ongezouten, ‘beschermt niet langer, maar is eerder symbool van het falen om onpartijdigheid te bewaren.’

De Algerijn Brahimi, die begin jaren negentig voor zijn land minister van Buitenlandse Zaken was en eerder hoge functies bekleedde binnen de Arabische Liga, was eigenlijk al met pensioen. Maar binnen de VN gaat zijn naam nog vaak over de tong als auteur van wat het ‘Brahimi-rapport’ is gaan heten, waarin hij in 2000 adviseerde dat de Veiligheidsraad minder lichtzinnig tot het sturen van blauwhelmen moet overgaan. Voor deze nieuwe klus is hij nog even teruggekeerd naar de oude burelen. Een dezer weken rapporteert hij aan de secretaris-generaal.

 

‘De VN worden niet langer als onafhankelijk beschouwd’, beklemtoont de diplomaat vanachter zijn bureau in een bescheiden kamer in Manhattan die uitkijkt op een blinde muur. ‘Door wie niet? Door de meeste Europeanen, de meeste Arabieren en de meeste Aziaten.’ Amerikanen zijn volgens Brahimi domweg ‘onverschillig’: ‘In 2003 werd dat duidelijk. Mensen begrepen niet waarom de VN in Irak vertegenwoordigd waren. In Afghanistan hadden we vroeger slechts een blauwe vlag nodig om doorgang van de verschillende vechtende groepen te verkrijgen. Nu is de Navo in Afghanistan en werken wij met de Navo samen. Niet alleen de Taliban, maar ook gewone mensen zien daardoor het verschil niet meer. Ze worden per vergissing hun huis uit gebombardeerd door de Amerikanen of de Nederlanders, krijgen excuses terwijl de hele familie is uitgemoord, en als vervolgens wagens van de VN voorbijrijden, dan is het lastig onderscheid te maken. In Irak is het nog erger. De VN dansen in de ogen van velen naar het pijpen van de VS.’

Kunt u daar een voorbeeld van geven?

Lakhdar Brahimi: ‘Libanon is de beste illustratie. In 2006 tijdens de oorlog in Libanon is het waarschijnlijk de eerste keer in de geschiedenis van de VN-Veiligheidsraad geweest dat die geen resolutie aannam die opriep tot een staakt-het-vuren. Het waren de Amerikanen die publiekelijk zeiden dat Israël de oorlog moest voortzetten met de hoop dat Hezbollah vernietigd zou worden – wat uiteindelijk trouwens niet gebeurd is. Een maand lang werd Libanon aan puin gegooid en de Veiligheidsraad sloot zijn ogen. Het volk van Libanon uitte zijn woedde door de kantoren van de VN in Beiroet te bezetten. Ze vroegen: waar is de steun van de VN? Toen Kofi Annan een paar weken later in Libanon kwam, werd hij weggehoond.

Veel mensen vinden dat de VN niet meer onpartijdig zijn, maar doen er niets aan. Iets minder mensen uiten hun woede door bijvoorbeeld VN-gebouwen te bezetten of mij of de secretaris-generaal te beledigen. En dan zijn er een paar mensen die zullen moorden omdat de VN de vijand zijn. De man die zichzelf op 11 december in Algiers bij ons kantoor opblies, zei dat de VN een bondgenoot zijn van de Verenigde Staten en Israël. Dat is de houding die mensen richting de VN hebben. In de geglobaliseerde wereld kunnen die paar mensen overal zijn waar kantoren van de VN staan – of dat nu in Libanon, Algerije, Nederland of New York is.’

Maar het is toch niet vreemd dat de Amerikanen de meeste invloed hebben in de VN? Ze betalen tenslotte het meest.

‘Ze financieren minder dan 25 procent. Europa betaalt gezamenlijk veel meer dan dat. De Japanners betalen bijna evenveel. Maar ja, ik denk dat het voor de VN heel goed zou zijn als de Amerikanen minder zouden betalen en de Russen, de Chinezen en de Indiërs meer. Die betalen te weinig.’

Veel van de conflicten, ook binnen de VN, gaan over Israël en de Palestijnse gebieden. Hoe kijkt u daar tegenaan?

‘We weten wat de oplossing voor Israël is, maar aan deze oplossing wordt niet gewerkt. Er was ooit een grote kloof omdat de Arabieren Israël niet accepteerden. Maar dat is niet meer het geval. Alle Arabische regeringen en volken accepteren Israël als een land in het Midden-Oosten, ook Iran. Natuurlijk zijn er kleine minderheden in de Arabische wereld die vinden dat Israël niet mag bestaan, maar een grote meerderheid wil dat met een tweestatenoplossing Israël een land wordt als elk ander land. Arabieren hebben het idee dat aan deze oplossing niet gewerkt wordt omdat Israël en de Verenigde Staten de huidige status-quo gunstig voor Israël vinden en daarom acceptabel. Maar zolang de Palestijnen onder bezetting leven, hebben we allemaal een probleem. Niet alleen de VN.’

 

Staat u nog achter uw uitspraak in 2004 dat het Israëlische bezettingsbeleid ‘het grootste gif in de regio’ is en dat de Amerikaanse steun ‘onrechtvaardig en onnadenkend’ is?

Lakhdar Brahimi: ‘Absoluut, absoluut. Wat ik destijds heb gezegd is compleet in overeenstemming met het handvest van de VN en met de uitgangspunten van het internationaal recht.’

Terug naar de veiligheid van VN-medewerkers. Moet de manier waarop de VN hun personeel beschermen veranderen, of de wijze waarop de bureaucratie in New York opereert?

‘Hopelijk verandert het allebei. Als de Veiligheidsraad een besluit neemt en me vraagt ergens in de wereld naartoe te gaan, dan vertel ik de leden altijd hoe die beslissing mij kan treffen. Zij zijn tenslotte verantwoordelijk voor mij. Zorg er dus voor, zeg ik dan, dat jullie besluiten me niet onnodig in gevaar brengen. Afgelopen week werd in de straten van Haïti een VN-politieagent vermoord. Dat had duidelijk niets met onze operaties in het Midden-Oosten te maken. We moeten na zo’n incident dus precies proberen te begrijpen waarom die man gedood is.’

De meest zichtbare tak van de VN is de afdeling voor vredesoperaties. In 2000 deed u hier onderzoek naar. Hoe kijkt u na acht jaar terug op die exercitie?

‘In het midden van de jaren negentig van de vorige eeuw, na de mislukte acties in Rwanda, Somalië en Srebrenica, rees er ernstige twijfel over vredesoperaties. Maar die operaties zijn nieuw leven ingeblazen. Op het moment hebben we met 110.000 uitgezonden troepen een piek bereikt. Het is na de VS het grootste leger in het veld. Maar we moeten voorzichtig zijn. De Veiligheidsraad neemt weer beslissingen waarvan hij volstrekt weet dat ze niet gemakkelijk uitvoerbaar zijn. De secretaris-generaal is niet voorzichtig genoeg en accepteert die mandaten.’

Heeft u het nu over Darfur?

‘Darfur is de gevaarlijkste missie, maar ik weet niet hoe het met onze missie in Congo staat. Ik denk dat het tijd is een adempauze in te lassen en alles in perspectief te plaatsen. Sommige lessen die uit mijn rapport van 2000 te trekken zijn, lijken vergeten.’

Wat voor soort lessen?

‘De secretaris-generaal moet de Veiligheidsraad vertellen wat hij nog niet wist en niet wat hij horen wil. De Veiligheidsraad moet mandaten geven die uitvoerbaar zijn en tegelijkertijd moet hij de middelen geven die in verhouding staan tot de taak die hij wil dat de VN uitvoeren. Het is krankzinnig dat je een missie naar Darfur stuurt en niet de tien helikopters verschaft die de mensen in het veld vragen om het mandaat te kunnen uitvoeren! Op die manier zijn we terug bij de situatie in Srebrenica. We zeiden toen: kom naar Srebrenica en je zult beschermd worden. Vervolgens werden de mensen voor onze neus afgeslacht. Wanneer je zegt dat je 26.000 manschappen nodig hebt, maar je beschikt er niet over en je hebt met de regering van Soedan nog niet overlegd waar die troepen vandaan moeten komen, dan gaat het echt niet werken.’

 

Een van uw klachten was destijds dat regeringen hun beloftes om troepen te leveren niet nakwamen.

Lakhdar Brahimi: ‘Wat we destijds zeiden was dat als je tot een besluit komt, je er eerst zeker van moet zijn dat lidstaten bereid zijn om troepen te leveren én dat de verschillende strijdende partijen met je willen samenwerken. Hoe reageer je als de Soedanese regering zegt geen troepen uit Noorwegen te willen? Ga je die troepen dan met geweld het land in brengen? Natuurlijk niet. De Soedanezen willen nu alleen Afrikaanse troepen en de Veiligheidsraad wil dat niet. Maar hebben we die Afrikaanse troepen wel? Het is het een of het ander, maar zorg alsjeblieft voor overeenstemming. De leden van de Veiligheidsraad wisten van tevoren dat de resolutie die ze aannamen onmogelijk uitgevoerd kon worden. Hopelijk herinneren we ons de lessen uit mijn rapport.’

Omdat u een nieuw Rwanda of Srebrenica vreest?

‘Als je niet voorzichtig bent, dan loop je in 2008, 2009 of 2010 dat risico, ja. En dat is voor niemand goed.’

 

Lakhdar Brahimi ontvangt op 24 mei een Four Freedoms Award, met Richard von Weizsäcker, Karen Armstrong en Jan Egeland

© PETER VERMAAS / De Groene Amsterdammer

 

Advertisements

About this entry