‘Strijk mijn overhemd’ (De Groene Amsterdammer, 13 juni 2008)

HET VERLIES VAN HILLARY CLINTON

Barack Obama mag de nominatie gewonnen hebben, bovenal heeft Hillary Clinton verloren. Heeft latent seksisme de gedoodverfde Democratische kandidaat de das om gedaan? Of was ze gewoon de verkeerde kandidaat op het verkeerde moment?

DOOR PETER VERMAAS

ANDERHALF JAAR LANG heeft Hillary Clinton campagne gevoerd en steeds weer waren de bijeenkomsten waar ze sprak tot in de allerkleinste details strak geregisseerd. De supporters die achter de kandidaat op het podium mochten zitten om net binnen het plaatje van de televisiecamera’s te vallen, werden lang voordat de camera’s draaiden zorgvuldig uitgekozen: dreigde ze haar zwarte achterban aan Barack Obama te verliezen, dan werd ze prompt omringd door een paar zwarte aanhangers uit de zaal; leek John Edwards het beter te doen bij witte werkende mannen, dan verschenen opeens een paar arbeideristisch ogende enthousiastelingen aan haar zijde. De bordjes met slogans die ze omhoog hielden, leken thuis aan de keukentafel in elkaar geknutseld, maar waren in werkelijkheid door medewerkers van Clintons campagneteam beschilderd en uitgereikt bij de ingang van de zaal. ‘African Americans for Hillary!’ ‘Fire fighters fired up for Clinton!’ Niets werd aan het toeval overgelaten.

Maar op de avond van 7 januari, in Salem High School in New Hampshire, gebeurde iets onverwachts. Juist toen Hillary Clinton een zogenaamd spontane vraag uit de zaal over ‘change’ wilde beantwoorden, werd ze abrupt onderbroken door twee jonge mannen die luid schreeuwend twee werkelijk thuis gemaakte borden omhooghielden. ‘Strijk mijn overhemd!’ riepen ze. Clinton week voor het eerst tijdens haar campagne af van het draaiboek. En dat was een verademing.

Ze veegde de vloer aan met wat ze de ‘laatste restjes seksisme’ noemde die volgens haar ‘springlevend’ bleken. Toen de achthonderd aanwezigen weer in hun stoel zaten, vervolgde ze op rustige toon dat dit bewees dat haar kandidatuur zo noodzakelijk was. ‘Zoals zojuist overduidelijk getoond werd, ben ik ook kandidaat om door het hoogste en moeilijkste glazen plafond te breken. Voor onze kinderen, voor ons land, voor vrouwen in de hele wereld.’ En aan het eind van de bijeenkomst, toen ze een nieuw vragenrondje inleidde, kwam de ontspannen presidentskandidaat nog gevat terug op het incident. ‘Als er nog iemand in de zaal is achtergebleven die wil leren hoe je een overhemd moet strijken, dan hebben we het daar nog even over’, zei ze.

Het was dezelfde dag dat Clinton, al dan niet oprecht, een traan wegpinkte in een koffiehuis. Geen deskundoloog liet onvermeld dat dat ‘voor een vrouwelijke kandidaat’ onverstandig is.

Anders dan de peilingen voorspelden, won Hillary Clinton een dag later met bijna drie punten verschil de voorverkiezing. Terwijl ze met opvallend genoegen door veel media direct na de eerdere zege van Barack Obama in Iowa compleet was afgeschreven, vocht ze zich terug en ontpopte ze zich, net als haar man tijdens de voorverkiezingen van 1992, als een comeback kid.

Maar na die ene wat minder strak geregisseerde dag in New Hampshire walste het steeds autistischer opererende campagneteam van Hillary Clinton door op de ingeslagen weg, zonder al te veel rekening te houden met de veranderende omgeving. Haar strategen bleven de nadruk leggen op haar ervaring als first lady en op de prachtige dingen die onder haar echtgenoot Bill tussen 1993 en 2001 tot stand waren gebracht. Ondanks Obama bleef ze de ‘onvermijdelijke kandidaat’ die bijna recht leek te hebben op de nominatie. Al jaren was Hillary Clinton tenslotte de gedoodverfde Democratische kandidaat om George W. Bush op te volgen en zorgvuldig was sinds haar vertrek uit het Witte Huis gewerkt aan haar rebranding van een ‘hysterische linksdraaiende liberaal’, zoals een conservatieve commentator haar omschreef, naar een voor in meerderheid gematigd conservatief Amerika acceptabele president-in-de-dop. Er kwam vast een moment, redeneerde het campagneteam, dat de kiezers dat zouden inzien.

Maar dat moment kwam niet. Afgelopen zaterdag staakte Clinton haar campagne. Terwijl tijdens de afscheidstoespraak in Washington iedere keer dat ze de naam Obama liet vallen haar supporters afkeurend joelden, zei Clinton zelf nu alles te zullen doen om de senator uit Illinois in het Witte Huis te helpen. Ook herinnerde ze er voor het eerst in lange tijd in een publiek optreden expliciet aan dat ze een vrouw is die op een haar na de Democratische nominatie had gewonnen.

‘Hoewel we deze keer niet in staat waren het hoogste en moeilijkste glazen plafond te verbrijzelen, heeft het dankzij jullie achttien miljoen barstjes gekregen’, sprak ze richting haar kiezers. ‘Jullie kunnen er trots op zijn dat het van nu af aan niet meer opzienbarend is als een vrouw voorverkiezingen wint, als een vrouw dichtbij de nominatie komt of dat het niet opzienbarend zal zijn als een vrouw president van de Verenigde Staten wordt. En dat’, besloot Clinton, ‘is werkelijk opzienbarend.’

Dat Clinton er zelf niet de nadruk op legde dat ze als vrouw probeerde president te worden, was deel van de strategie. ‘De meeste vrouwen haten het idee dat ze een vrouw zouden moeten steunen omdat ze een vrouw is’, schrijft de juriste en Clinton-vriendin Susan Estrich in haar twee jaar terug verschenen boek The Case for Hillary Clinton. ‘Vrouwelijke kandidaten’, vervolgt ze, ‘weten dat Regel Eén is dat je nooit ofte nimmer om steun moet vragen gebaseerd op sekse.’ En de feministische icoon Gloria Steinem schreef begin 2007 in een opiniestuk in The New York Times dat de ‘meeste Amerikanen slim genoeg zijn om te bepalen of een lid van [de eigen] groep wel of niet haar belangen vertegenwoordigt’. Afro-Amerikanen, schreef ze optimistisch, steunen tenslotte in ruime meerderheid Clinton (en niet Obama) en vrouwen moeten dus ook gewoon op inhoudelijke gronden bepalen wie ze steunen. Bovenal was het volgens Steinem niet de bedoeling dat deze twee geweldige kandidaten tegen elkaar uitgespeeld zouden worden door hun vermeende natuurlijke achterbannen.

Maar dat is wel wat gebeurd is, en half mei beklaagde Clinton zich in The Washington Post en passant over het ‘ongelooflijke vitriool’ van ‘vrouwenhaters’. Daarmee schraagde ze de veelgehoorde beschuldiging van haar teleurgestelde supporters dat Amerika een vrouw geen gelijke kansen geeft.

Dezelfde Gloria Steinem, ooit oprichter van het vermaarde feministische tijdschrift Ms., die eerder nog vond dat het geen pas gaf om als vrouw vanzelfsprekend op de vrouwelijke kandidaat te stemmen, kwam na de uitbarsting van kritiek op Hillary na de verloren caucus in Iowa in januari met een herziene lezing waarin ze aangaf Hillary te steunen ‘omdat ze een fantastische president zal zijn en omdat ze een vrouw is’. Onder de kop ‘Vrouwen zijn nooit koplopers’ schreef ze dat Barack Obama nooit zo ver zou zijn gekomen als hij, met de geringe ervaring die hij heeft, een vrouw was geweest. ‘Waarom wordt de seksebarrière niet net zo serieus genomen als de raciale?’ vroeg ze zich af. Om vervolgens meteen een aantal schoten voor de boeg te lossen. Seksisme, schreef ze onder andere, wordt ‘nog steeds verward met natuur, zoals vroeger ook met racisme [het geval was]’; wat mannen treft wordt serieuzer genomen ‘dan wat “slechts” de vrouwelijke helft van het menselijk ras treft’; en kinderen worden nog steeds vooral opgevoed door vrouwen.

Ze schreef ook dat ‘mannen de neiging hebben terug te vallen naar hun kindertijd als ze met een machtige vrouw te maken hebben’.

De meest schunnige voorbeelden van seksisme op de grootste nieuwszenders werden vorige week door het Women’s Media Center in een compilatiefilmpje op YouTube gezet. Het merendeel van de opmerkingen gaat over Hillary’s uiterlijk (‘te weinig decolleté’, ‘verkeerde kleur pak’) of over haar volgens commentator Marc Rudov van Fox ‘zeurende stem’. Rudov, auteur van het boek Under the Clitoral Hood: How to Crank Her Engine Without Cash, Booze, or Jumper Cables, zegt: ‘Als Barack Obama spreekt, dan horen mannen: “Laten we aan de toekomst beginnen.” En als Hillary Clinton spreekt, dan horen mannen: “Begin met de vuilniszak buiten te zetten.”’ Dat laatste zegt hij met een hoog pinnig stemmetje. Een andere hoofdrol in het filmpje is weggelegd voor Chris Matthews van MSNBC. Dat Hillary Clinton senator is geworden en kandidaat kon worden voor het presidentschap, is volgens de voormalige medewerker van president Jimmy Carter louter en alleen geweest ‘omdat haar echtgenoot vreemd ging’.

Los van de onbehouwen commentaren op de nieuwszenders, baarden ook andere acties opzien. Zo waren overal in het land notenkrakers te koop waarbij Hillary’s scherpgerande dijen het splijtende werk deden, er was het politieke actiecomité dat onder het weinig verhullende acroniem Cunt (Citizens United Not Timid) tegen Hillary streed en er was een South Park-filmpje te zien waarin ietwat plastisch uit Hillary’s vagina een kruisraket tevoorschijn kwam.

Seksisme mag blijkbaar, concludeerden verbitterde vrouwenorganisaties de afgelopen weken, terwijl racisme of iedere dubbelzinnige verwijzing naar huidskleur taboe is. Terwijl Obama een veelgeprezen toespraak heeft gehouden over rassenverhoudingen in Amerika, zou Hillary Clinton een toespraak moeten houden over seksisme in Amerika, betoogde Anna Holmes, hoofdredacteur van de weblog Jezebel daarom onlangs in The New York Times.

Heeft het latente seksisme Hillary Clinton daadwerkelijk van de nominatie afgehouden? Dat valt natuurlijk niet te meten, maar het lijkt niet erg waarschijnlijk. Zelfs Gloria Steinem zei maandag op CNN hier niet zo zeker van te zijn. ‘Ik zeg niet dat ze verloren heeft vanwege seksisme, maar het is moeilijk als vrouw trefzeker en succesvol te zijn.’ Barack Obama was domweg een uitzonderlijke kandidaat, had een goed geoliede campagne- en fondsenwervingsmachine en voerde in 2008 de campagne die bij 2008 paste.

Bovendien is de campagne van Hillary Clinton toen de tactiek niet bleek te werken en ze op achterstand kwam te staan, natuurlijk enigszins ontspoord. Aan het begin met de uithalen van Bill Clinton, die niet alleen de rassenkaart speelde, maar de hele campagne van Obama iets al te haatdragend een ‘sprookje’ noemde. Daarna met de belangenverstrengeling van campagneleider Mark Penn, die bleek te lobbyen voor een vrijhandelsverdrag waar Clinton tegen was. Vervolgens kwam het verhaal van Hillary dat ze in Bosnië onder scherpschuttersvuur gelegen zou hebben – wat écht een sprookje bleek te zijn. En ten slotte was er nog de tamelijk schandalige suggestie dat Obama wel eens voor de verkiezingen geliquideerd zou kunnen worden, net zoals Robert Kennedy – nu precies veertig jaar terug.

Maar voor Clinton ging het eigenlijk al fout toen ze begon met de rebranding die haar via de senaatszetel namens New York naar het Witte Huis moest terugbrengen. Ze ging rond de tafel met conservatieve dominees, ze hield gematigde verhalen over vrouwenrechten en abortus en nam in de senaat zitting in de commissies waarin harde politieke onderwerpen worden besproken. Allemaal om als Democratische kandidaat op 4 november 2008 een succesvolle strijd te kunnen voeren met om het even welke Republikein. Dat ze enige tegenstand te verduren zou krijgen tijdens de voorverkiezingen, paste niet in de strategie.

Deel van het masterplan was haar weloverwogen steun voor de oorlog in Irak in 2003. Het vooroordeel over Democraten is dat ze niet sterk genoeg zijn op het gebied van internationale politiek, defensie en terrorismebestrijding – Hillary Clinton zou dat logenstraffen. Zoals zoveel Democraten gaf ze als goed patriot president Bush de mogelijkheid ten strijde te trekken. Dat de oorlog zo uit de hand zou lopen, kon ze niet weten. En dat ze in 2008 tegenover een kandidaat zou komen te staan die nog niet in de senaat zat toen Bush om steun vroeg en toevallig wel in een toespraak expliciet had aangegeven niets in de oorlog te zien, verminderde op voorhand haar kansen.

Maar het mislukte project in Irak en het mateloos impopulaire presidentschap van Bush zijn ook katalysatoren geworden voor een andere ontwikkeling: Amerikanen hebben het wel even gehad met de scherpe polarisatie van de laatste jaren. Die polarisatie begon tijdens het presidentschap van Bill Clinton, toen de Republikeinen in 1994 met een ouderwets conservatieve agenda de meerderheid in het Congres veroverden. Onder aanvoering van speaker Newt Gingrich werd Clinton in de tang genomen en later gegrild na zijn affaire met Monica Lewinsky. Met een culturele oorlog als inzet is sinds 2000 Amerika ingedeeld in ‘rode’ (Republikeinse) staten en ‘blauwe’ (Democratische) staten, die voor het gemak ook nog alle mogelijke labels meekregen. In rode staten zou men Dr. Pepper drinken, van wapens, God en benzineslurpende SUV’s houden en in de blauwe staten haalt men lattes bij Starbucks, is God al lang dood en begraven en zou men houden van Volvo’s, Frankrijk en sushi.

In opiniepeilingen laten kiezers weten de buik vol te hebben van de tegenover elkaar staande Democraten en Republikeinen in Washington. Steeds meer mensen laten zich registreren als onafhankelijk stemmer en veel politici leggen er, voor het eerst in jaren, de nadruk op hoe goed ze across the aisle, met de andere kant van de politieke waterscheiding, kunnen samenwerken. Maar Hillary Clinton is wat minder van die school. In 1998 zag ze een ‘vast right-wing conspiracy’ tegen haar echtgenoot en nog altijd ziet ze politieke kwesties louter zwart-wit, in termen van goed of fout, schreef een journaliste van het blad Radar (tijdschrift voor ‘pop, politics, scandal and style’) afgelopen zondag in The New York Times. Hoezeer ze de laatste maanden ook geprobeerd heeft als een voor iedereen acceptabele kandidaat over te komen, ze is dat niet. Voor sommige Republikeinen en independents is ze wat George W. Bush voor veel Democraten is: het kwaad in persoon. En voor veel Democraten staat ze symbool voor de verdeelde jaren negentig en de harde strijd tussen Democraten en Republikeinen. Aan zo’n beeld valt ook door het allerbeste campagneteam weinig te veranderen.

In Obama’s campagne stond juist vanaf de eerste bijeenkomst een eind aan die vermaledijde polarisatie centraal. Al in zijn toespraak op de Democratische conventie in 2004, toen senator John Kerry als Democratisch kandidaat op het schild werd gehesen, benadrukte Obama die eenheid en in zijn toespraken van de afgelopen maanden kwam steeds weer die ene zin terug: ‘Dit land is niet verdeeld in blauwe staten en rode staten, dit land heet de Verenigde Staten.’

Terwijl Hillary Clinton en Gloria Steinem zich nu achter Obama geschaard hebben, is een deel van de boze aanhang daar nog lang niet aan toe. In de laatste exit polls zei ongeveer een kwart van de vrouwelijke Hillary-stemmers in november thuis te blijven. Ook afgelopen zaterdag waren tijdens de bijeenkomst waarop Clinton haar campagne beëindigde dit soort geluiden te horen. Clinton werd vergeleken met Al Gore die in 2000 ondanks een meerderheid van de stemmen de verkiezingen van George W. Bush in Florida verloor.

‘Het is een verhaal’, schreef The New Republic, ‘waarin Obama symbool staat voor iedere arrogante jongeman die ooit met een klein verschil een middelbare vrouw die recht heeft op de winst verslagen heeft, en waarin Clinton, die doorgaat tot het bittere eind, niet een spoiler is maar een feministische martelaar.’

De analogie met 2000 gaat natuurlijk niet helemaal op. Clinton, de gedoodverfde kandidaat, had er ruim voor de eerste voorverkiezing zelf mee ingestemd dat de stemmen in Florida niet zouden meetellen en kwam daar toen ze eenmaal op verlies stond op terug. Maar de kater na het verlies zal niet minder zijn. En dat is voor de Democraten in november een risico.

© PETER VERMAAS / De Groene Amsterdammer

 

Advertisements

About this entry