De erfenis van Mandela (De Groene Amsterdammer, 27 juni 2008)

Nelson Mandela 90 jaar

Deze week begonnen de eerste feesten voor de negentigste verjaardag van Nelson Mandela. De icoon van vrede en verzoening is boven alle kritiek verheven. Maar wat vindt hij van de situatie in Zimbabwe?

DOOR PETER VERMAAS

JE ZOU NELSON MANDELA moeten interviewen.

In zijn in 2003 verschenen autobiografie Pale Native: Memories of a Renegade Reporter beschrijft de Afrikaner journalist Max du Preez hoe hij de nieuwe president in 1994 kort na de eerste democratische verkiezingen in zijn land voor staatsomroep SABC aan een serieus vraaggesprek probeerde te onderwerpen: ‘Ik kon eenvoudigweg niet agressief zijn of zelfs maar licht aanmatigend. Hij was zo’n enorme persoonlijkheid; als hij praat, dan hou je je mond. Soms, als hij ademhaalde, probeerde ik ertussen te komen om de snelheid van het interview wat op te voeren. Dan keek hij je slechts even indringend aan en ging door met wat hij aan het zeggen was.’

Niet dat hij het heel erg vond. In het Vrye Weekblad, luis in de pels van het desintegrerende apartheidsregime van P.W. Botha, had Du Preez zich eind jaren tachtig in een open brief tot de gevangen Mandela gericht met het verzoek ook witte Afrikaners een plaats te gunnen in het nieuwe Zuid-Afrika. Ze realiseren het zich misschien niet allemaal en ze gedragen zich er al helemaal niet naar, maar ook Afrikaners zijn Afrikanen, was de strekking van zijn brief.

Kort nadat Mandela in februari 1990 de Victor Verster-gevangenis was uitgewandeld, werd Du Preez door de grote leider zelf gevraagd of hij even naar Soweto wilde komen. Daar herhaalde Mandela wat hij 27 jaar eerder had gezegd tijdens het Rivonia-proces: hij vocht niet alleen ‘tegen witte dominantie, maar ook tegen zwarte dominantie’. Du Preez hoefde zich geen zorgen te maken. ‘Voor de eerste keer in mijn leven’, schrijft de journalist, ‘keek ik een politicus aan en dacht ik: ik hou van deze man.’

En vier jaar later moest hij deze man interviewen. Moreel geweten van de wereld, icoon van verzoening – de ‘Madiba’ van wie niet alleen hij, maar iedereen was gaan houden. ‘Natuurlijk’, schrijft Du Preez, ‘er was helemaal niets echt negatiefs dat je over Mandela zou kunnen zeggen. Vrijwel alleen behoedde hij het land op dat moment voor burgeroorlog en onophoudelijk conflict. Ik wist dat televisiekijkers boos zouden reageren als ik hem zou onderbreken of onder druk zou zetten.’ ‘Bovendien’, besluit Du Preez, ‘hij was een oude man.’

Dat was in 1994. De wereld hield de adem in bij de eerste democratische verkiezingen – vreesde, inderdaad – en met reden – burgeroorlog. Maar Mandela wist de boel op fenomenale wijze bij elkaar te houden. Hij was pas 76.

De groep Zuid-Afrikanen over wie Du Preez de meeste zorgen had, werd in de navolgende jaren op haar wenken bediend. Mandela sprak af en toe een woordje Afrikaans, citeerde bij zijn inaugurele rede in het parlement in Kaapstad een Afrikaanstalig gedicht van Ingrid Jonker en verscheen als vader des vaderlands op het rugbyveld toen de Springbokke het wereldkampioenschap binnenhaalden. De Afrikaners hoorden er helemaal bij. Mandela leerde hun en de wereld wat verzoening was.

Maar wat als de oude baas met pensioen zou gaan? Of erger?

Al na een paar jaar tijdens Mandela’s presidentschap verschenen onheilspellende artikelen en ronkende boeken over een Zuid-Afrika onder Mandela’s introverte en mystificerende kroonprins Thabo Mbeki. Mandela was boven iedere twijfel verheven, maar Mbeki?

Zelfs de trouwste ANC-steunpilaren vreesden het post-Mandela-tijdperk. Dominee Beyers Naudé, anti-apartheidsstrijder van het eerste uur, maakte zich vlak na Mandela’s tachtigste verjaardag in 1998 ‘ernstige zorgen’ over het naderende vertrek van de president, vertelde hij tegen De Groene Amsterdammer: ‘In Mandela’s opvolger Thabo Mbeki vind ik dat charisma en die verzoeningsgezindheid niet terug.’

Krap een jaar na die tachtigste verjaardag nam voormalig vice-president Thabo Mbeki de leiding over. En de kritiek zwol aan. Mbeki wilde na vijf jaar Mandela werk maken van economische gelijkstelling en sloot niet uit dat de bevoorrechten van vroeger het minder breed kregen. Machtspolitiek, nivellering en polarisatie: de regenboognatie leek een gewoon land geworden. Mandela bleef het visitekaartje, Mbeki bepaalde de koers. En verzoening met de voormalige onderdrukker was niet zijn voornaamste prioriteit. De Afrikaners van Du Preez spraken na onhandige acties van Mbeki van ‘Zimbabwaanse toestanden’. Van zwarte dominantie.

In alle commentaren van de afgelopen weken in Nederlandse en buitenlandse kranten over het ‘falend leiderschap’ van Mbeki worden in het bijzonder twee dingen aangevoerd: zijn wereldvreemde opvattingen over hiv/aids en zijn lankmoedigheid richting kameraad Mugabe in Zimbabwe. Mbeki incasseert de kritiek. Maar wat heeft Mandela eigenlijk gedaan?

Eindeloos duurde het voordat Zuid-Afrika antiretrovirale medicijnen ging verstrekken om de aidsepidemie in te dammen en voorlichtingscampagnes werden op voorhand ondermijnd door de weigerachtigheid van Mbeki om het verband tussen het hiv-virus en de ziekte aids te erkennen. Maar ook Mandela heeft zich tijdens zijn presidentschap weinig moeite getroost de ziekte bespreekbaar te maken. In de jaren dat het straatarme Oeganda het aantal geïnfecteerden met daadkrachtig beleid wist terug te brengen, verveelvoudigde het aantal aidspatiënten in het rijke Zuid-Afrika en bleef een coherente aanpak achterwege.

Maar inmiddels heeft de ex-president die vergissing erkend en rechtgezet. Toen hij zijn zoon aan aids verloor, werd hij een van de krachtigste stemmen in de strijd tegen hiv/aids in Afrika.

Zo niet Zimbabwe. De situatie daar verslechterde pas serieus ná Mandela’s presidentschap, maar is voor de toekomst van de Zuid-Afrikaanse regenboog belangrijker dan Mbeki en blijkbaar ook Mandela zich lijken te realiseren. In de eerste plaats omdat door de aanwezigheid van drie miljoen Zimbabwaanse vluchtelingen in de townships, waar de hardcore aanhang van het ANC woont, de tolerantiegrens is bereikt. De onvrede onder de voor 25 procent werkloze bevolking van Zuid-Afrika heeft recent tot rellen geleid die niet passen bij het progressieve imago dat de elite van het land zo graag koestert. Maar bovendien omdat met enige daadkracht richting Mugabe het ANC aan de steeds cynischer Afrikaners van Du Preez kan laten zien dat hun vrees dat Zuid-Afrika op termijn eenzelfde lot als Zimbabwe staat te wachten ongegrond is.

Een vaak aangehaalde verklaring voor de halsstarrigheid van de huidige Zuid-Afrikaanse president om niet op te treden tegen Zimbabwe is dat de jongere Mbeki binnen de Afrikaanse sociaal-culturele verhoudingen niet de autoriteit zou hebben om zich over de oude Mugabe uit te spreken. Als dat zo is, waarom heeft Mandela die taak dan nooit op zich genomen?

Die vraag stelde de Brits-Amerikaanse journalist Christopher Hitchens onlangs aan de legendarische ANC-advocaat George Bizos, ooit raadsman van Nelson Mandela en meer recent die van de Zimbabwaanse oppositieleider Morgan Tsvangirai. Mandela, schrijft Hitchens in het internetmagazine Slate, maakt zich door stil te blijven ‘medeschuldig aan de plundering van en moord op een volledig land en aan de wurging van een belangrijke Afrikaanse democratie’.

Bizos vertelde Hitchens dat Mandela ‘te oud’ is om zich over Zimbabwe uit te spreken en dat hij van zijn artsen alle stress moet vermijden. Dat antwoord deed Hitchens naar eigen zeggen ‘huiveren’. Er is in de wereld volgens hem tenslotte niemand die ‘de geest van mensenrechten, internationale solidariteit en broederschap’ zo goed symboliseert als Mandela.

Maar wie zou zo’n vraag rechtstreeks aan Mandela durven stellen? Een bijna-heilige stel je geen lastige vragen. Dat wist Max du Preez al in 1994. ‘Ik heb geen openbare functie meer, ik heb geen invloed meer, ik ben een has-been en dat is de manier waarop ik behandeld wil worden’, antwoordde Mandela een keer op een vraag over aids. Maar uiteindelijk heeft hij ook in die discussie zijn stem gevonden – zonder zijn opvolger Mbeki voor de voeten te lopen.

Tien jaar geleden, op zijn tachtigste verjaardag, verraste Mandela de hele wereld door in het geheim opnieuw in het huwelijk te treden. Volgende maand wordt hij negentig. Zou hij nog één keer kunnen verrassen? © PETER VERMAAS / De Groene Amsterdammer

 

Advertenties

About this entry