Libertariërs hinderen McCain (De Groene Amsterdammer, 17 oktober 2008)

NEW YORK – ‘Jarenlang liepen mensen met een grote boog om me heen als ik stond te folderen. Jarenlang renden ze weg als ik zei dat ik libertariër was. Maar nu lopen ze recht op me af om een foldertje te vragen! Dit heb ik nog nooit meegemaakt’, jubelt de doorgewinterde libertariër Ron Moore tegenover zo’n vijftig gelijkgestemden in een donkerbruin Oekraïens restaurant in de New Yorkse East Village, afgelopen maandagavond.

Moore is voorzitter van de afdeling Manhattan van de Libertarian Party, de Libertarische Partij die met lijsttrekker Bob Barr op 4 november deelneemt aan de Amerikaanse presidentsverkiezingen. Door de financiële injectie van zevenhonderd miljard dollar voor de financiële sector en door het plan van de regering-Bush om zich met nog eens 250 miljard in banken en verzekeraars in te kopen, vinden de libertariërs eindelijk een luisterend oor voor hun aloude pleidooi van zo min mogelijk overheid, geen verkwisting van belastinggeld en ultieme vrijheid voor Amerikaanse staatsburgers.

Een serveerster loopt af en aan met borden ‘kip Kiev’, goulash en aardappelsoep, terwijl de libertariërs luisteren naar een econoom die ‘nieuwe perspectieven op de Great Depression’ geeft. Herbert Hoover, president tijdens de beurskrach in 1929, deed volgens de spreker, Dr. Doug MacKensie, ‘alles verkeerd wat hij verkeerd had kunnen doen door zich na de ineenstorting van de beurs zo extreem met de markten te bemoeien’. Hoover zette bijvoorbeeld de grote industrieën onder druk om hoge lonen aan arbeiders te blijven betalen, zodat die arbeiders geld konden blijven uitgeven en daarmee Amerika er bovenop zouden helpen. Maar dat was een vergissing, want juist daardoor gingen alleen maar méér bedrijven op de fles, legt MacKensie onder instemmend geknik uit.

De econoom trekt een snelle lijn naar de huidige economische toestand. Dat verzekeraar AIG uitgekocht werd, is voor hem en zijn medelibertariërs een gotspe. ‘Bedrijven die op de markt wanprestaties leveren, moeten daar niet voor beloond worden. Als AIG was omgevallen, dan was dat een les geweest voor andere bedrijven. Zo leren ze het nooit. Welk systeem werkt nou beter? Het private systeem dat falende bedrijven als AIG laat omvallen of de publieke sector die probeert dat soort mislukkingen overeind te houden?’

Niet veel vaker hadden de libertariërs in de verkiezingscampagnes zo’n grote rol als in 2008. Die begint met Ron Paul, lid van het Huis van Afgevaardigden namens het 14de district van Texas en in de jaren tachtig al eens lijsttrekker voor de libertariërs, die tijdens de Republikeinse voorverkiezingen een pleidooi hield voor het afschaffen van de inkomstenbelasting en de Federal Reserve (het systeem van centrale banken in de VS) en onder jonge kiezers een hype teweeg bracht met zijn kritiek op de ‘imperialistische’ oorlog in Irak. Paul was consequent in zijn anti-etatisme – de VS moeten uit de VN en de Navo, drugs en prostitutie kunnen gelegaliseerd worden – en haalde na een paar succesvolle filmpjes op YouTube miljoenen binnen voor zijn verder kansloze campagne.

Een groot deel van de aanhang van Paul heeft nu onderdak gevonden bij de Libertarian Party, al is lijsttrekker Bob Barr, een voormalig Congreslid uit Georgia, onvergelijkbaar met de stoïcijnse en charismatische Ron Paul. In een aantal belangrijke battleground states maakt Barr het niettemin vooral de Republikeinen behoorlijk lastig. In Ohio staat de libertarische kandidaat in sommige peilingen op meer dan 5 procent, in Colorado op 4,3, in Florida op 3,7 en in Virginia op 3,7 procent. Marginaal natuurlijk, maar genoeg om John McCain van de uiteindelijke winst af te houden, net zoals de Groenen-kandidaat Ralph Nader in 2000 voorkwam dat Al Gore president werd.

Hoewel libertariërs met hun vrijheidsfundamentalisme dichter bij de Republikeinen liggen dan bij de Democraten, maakt de New Yorkse afdeling van de partij zich daarover vooralsnog geen zorgen. Financieel analist ‘Mark’, die niet met zijn achternaam geciteerd wil worden, geeft vanachter zijn fles Oekraïens bier toe dat een stem op Barr louter een principiële is. ‘In onze unie van verenigde staten is niets belangrijker dan je stemrecht – daar zijn mensen voor gestorven. Dat moet je niet verkwisten’, begint hij plechtstatig. ‘Maar als ik in Ohio zou wonen, zou ik het wel moeilijk hebben. Omdat hier in New York Barack Obama zonder probleem zal winnen, kan ik zonder probleem op de Libertarische Partij stemmen. Maar ik weet: een derde-partijkandidatuur is altijd lastig. En Bob Barr zal geen president worden.’

© Peter Vermaas / De Groene Amsterdammer

Advertisements

About this entry