Obama is nog geen president (De Groene Amsterdammer, 17 oktober 2008)

PEILINGEN ZIJN POLITIEK CORRECT

 

NEW YORK – Barack Obama heeft nog niet gewonnen. Hij mag in opiniepeilingen in alle cruciale staten inmiddels ruim voor staan op zijn Republikeinse tegenstrever John McCain, over de einduitslag zegt dit niets. Democratische campaigners en opiniepeilers houden rekening met het zogenoemde Bradley-effect.

Tom Bradley was na een succesvolle periode als burgemeester van Los Angeles in 1992 de Democratische kandidaat voor het gouverneurschap van Californië. Hoewel hij wekenlang voor stond in de peilingen, verloor hij de uiteindelijke race. Potentiële kiezers, zo bleek, durfden tegenover de enquêteurs aan de telefoon niet toe te geven dat ze liever niet voor een zwarte kandidaat stemden. Dat de ondervragers in meerderheid Engels met een Zuid-Amerikaans, Afrikaans of Afro-Amerikaans accent spraken, hielp niet mee.

Eerder, in 1989, deed zich in de staat Virginia iets soortgelijks voor. Terwijl in de peilingen de zwarte Democratische kandidaat Douglas Wilder met negen procent voor stond op zijn Republikeinse uitdager, won hij uiteindelijk maar met een half procent verschil. Hetzelfde gold in het verleden voor de kandidatuur voor de Democratische presidentsnominatie van Jesse Jackson en die voor het New Yorkse burgemeesterschap van David Dinkins. Kiezers doen zich aan de telefoon politiek correcter voor dan ze in werkelijkheid zijn.

In beslissende staten als Colorado, Florida, Ohio en Virginia staat de Democraat Obama met gemiddeld drie tot vijf procentpunten voor op de Republikein John McCain. Maar zijn voorsprong valt in de meeste gevallen binnen de door marktonderzoekers gehanteerde ‘foutmarge’. In de Verenigde Staten zijn die marges vrij groot, zeker bij landelijke peilingen, omdat ondanks de driehonderd miljoen inwoners een peiling met vijfhonderd tot duizend respondenten net als in Nederland met zestien miljoen inwoners ‘representatief’ wordt geacht.

De campagneteams van Obama die op pad worden gestuurd in battleground states als Ohio krijgen ondertussen de wind van voren. De mannen van de United Steelworkers, de vakbond van metaalarbeiders die zich publiekelijk achter Obama heeft geschaard, krijgen in persoonlijke gesprekken huis-aan-huis toch de opmerkingen waarvoor de Obama-campagne aanvankelijk zo bang was: blue collar kiezers blijven liever thuis dan dat ze voor de riskante, zwarte kandidaat Obama stemmen. Of, zoals één respondent het op CNN zei: ‘Zolang mijn tachtigjarige moeder leeft, mag een black boy geen president worden.’ Ondertussen denkt nog altijd een derde van de Amerikanen dat de toegewijde christen Obama moslim is of tenminste ooit moslim is geweest. Het is, verklaarde een deskundige op televisie, ‘politiek meer correct om iemand af te wijzen omdat hij moslim zou kunnen zijn dan omdat hij zwart is’.

Wat dat betreft heeft Obama nog een lange weg te gaan. ‘Evangelicals’, zei vice-president van de National Association of Evangelicals Richard Cizik eens over het in de laatste acht jaar meest invloedrijke deel van het electoraat, ‘hebben de Sovjet-Unie vervangen door de islam. Moslims zijn de tegenwoordige equivalenten van het evil empire.’

PETER VERMAAS

Advertenties

About this entry