Voor het leven (De Groene Amsterdammer, 24 oktober 2008)

De volgende president van de Verenigde Staten moet waarschijnlijk nieuwe rechters voor het Hooggerechtshof benoemen. Met Obama blijft het wankele evenwicht in stand. Met McCain zit progressief Amerika jarenlang in de tang.

DOOR PETER VERMAAS

NEW YORK – De machtigste man van de Verenigde Staten is niet altijd de president. Tot in detail schrijven de Nederlandse kranten over de verkiezingsrace, maar wie Anthony McLeod Kennedy is, zal de gemiddelde krantenlezer vooralsnog niet hebben meegekregen. Kennedy is sinds 1988 lid van het Hooggerechtshof en was de laatste jaren bij vrijwel iedere gevoelige uitspraak van het hof doorslaggevend. ‘Flipper’ wordt hij wel genoemd: zijn stem was bij de beslissingen in 2007 en 2008 steeds de vijfde, de swing vote, die in het negen leden tellende hoogste wetsprekende orgaan van de VS bepaalde wat de uitkomst van een dispuut werd.

Dan weer stemde hij mee met de vier overwegend progressieve leden van het hof, dan weer met de vier conservatieve leden. Zo hield de door Ronald Reagan aangestelde rechter een paar maanden geleden het voornemen van de staat Louisiana tegen om de doodstraf niet alleen van toepassing te verklaren op moordenaars, maar ook op kinderverkrachters. Met dat besluit stond hij aan de zijde van progressieve collega’s als Ruth Ginsburg en Stephen Breyer, beiden benoemd door de Democraat Bill Clinton. Maar vorig jaar stemde Kennedy mee met onder anderen de door George W. Bush benoemde rechters John Roberts en Samuel Alito toen een verbod op late abortus opnieuw bekrachtigd werd. En om nog eens een spraakmakend besluit te noemen: in 2000 was het Kennedy die ervoor zorgde dat Florida de hertelling van de stemmen voor de presidentsverkiezingen staakte, waarmee niet Al Gore maar George W. Bush president werd.

‘De kant die Kennedy op gaat, is de kant die Amerika op gaat’, concludeerde het tijdschrift The New Republic met reden.

De gematigde Kennedy (geen telg van de beroemde politieke familie) is 72 jaar oud en maakt een tamelijk dynamische indruk. Maar terwijl aan de conservatieve kant van de juridische scheidslijn de gemiddelde leeftijd van de rechters, vooral dankzij Bush’ recente benoemingen, gemiddeld op 61 jaar ligt, is dit aan de meer progressieve kant liefst 76 jaar. Vooral aan die zijde zullen de komende vier jaar, tijdens een presidentschap van Barack Obama of John McCain, rechters vervangen moeten worden. Ofwel omdat de voor het leven gekozen juristen komen te overlijden, ofwel omdat ze zich vrijwillig terugtrekken.

De Democraten hebben wat dat betreft het meest te verliezen: als Obama president wordt, kan hij het huidige evenwicht bestendigen, waarmee de rol van Anthony Kennedy als ultieme beslisser in stand blijft. Rechtsgeleerden houden er rekening mee dat drie oudere progressieve rechters bij een Democratisch presidentschap (en een Democratische meerderheid in de Senaat) snel hun vertrek zullen aankondigen, teneinde Obama gelijkgestemde opvolgers te laten benoemen. Maar als Obama toch nog een misstap maakt of de smear campaigns van John McCain en Sarah Palin opeens groot succes blijken te hebben, dan wacht liberaal Amerika donkere tijden. De volgende president zal de 88-jarige John Paul Stevens en de 75-jarige Ginsburg vrijwel zeker moeten vervangen.

Toen kiezers de Democratische presidentskandidaat John Kerry in 2004 vroegen waarom ze tegen Bush moesten zijn, antwoordde hij steevast: ‘Ik heb drie woorden voor u: The Supreme Court.’ En met die boodschap heeft de op andere fronten destijds weinig succesvolle senator gelijk gekregen: George Bush heeft niet lang na zijn herverkiezing met chief justice John Roberts (53) en met rechter Sam Alito (58) het Hooggerechtshof voor lange tijd naar zijn hand gezet. Roberts en Alito zijn niet gewoon conservatief, maar zelfs binnen de Republikeinse partij onversneden reactionair. Meestal kiezen presidenten kandidaten die zonder al te veel problemen op consensus in de Senaat kunnen rekenen, met als gevolg dat de Republikein Gerald Ford met de keus voor Stevens in 1975 uiteindelijk een van de meest liberale rechters aanstelde en de oude Bush in David Souter ook niet een echte conservatief benoemde. Maar George W. Bush, die al tijdens zijn verkiezingscampagnes streed tegen ‘activistische rechters’ – codetaal voor rechters die voor het recht op abortus zijn – vond dat met een in meerderheid Republikeinse Senaat niet zo nodig.

Barack Obama, die zelf constitutioneel recht doceerde aan de Universiteit van Chicago, stemde in de Senaat tegen beide benoemingen, John McCain stemde voor. De Republikeinse presidentskandidaat heeft in een vroeg stadium van de campagne laten weten dat hij Bush’ contrarevolutie in het Hooggerechtshof als president zal voortzetten en ‘rechters als Roberts en Alito’ zal aanstellen. Volgens zijn goede vriend senator Arlen Specter is McCain weliswaar ‘nooit echt in rechters geïnteresseerd geweest’, maar wilde hij met zijn toezegging vooral de conservatieve christenen tegemoet treden.

De benoeming van de twee rechters wordt door de meest conservatieve vleugel van de Republikeinse partij en christian right gezien als Bush’ grootste succes. Tijdens de conventie waar John McCain afgelopen zomer tot presidentskandidaat werd verkozen, was de mateloos impopulaire president hoegenaamd afwezig: dolblij waren campagnemanagers dat hij wegens orkaangevaar aan de golfkust het partijfeestje aan zich voorbij liet gaan. Maar veel Republikeinen lieten in Saint Paul, Minnesota, wel merken waar ze de president het meest dankbaar voor waren. Op buttons die honderden congresgangers op hun revers droegen stond ‘Thanks, W’, met daaronder foto’s van Roberts en Alito. Ook bij campagnebijeenkomsten van McCain en Palin worden deze buttons met grote regelmaat gesignaleerd.

De kwesties waarmee het Hooggerechtshof zich bezighoudt, raken aan het hart van de cultural wars die Amerika nu al zo lang in de greep heeft. Met de benoeming van Roberts en Alito verzekerde Bush zich voor de komende jaren van rechters die niet alleen individueel wapenbezit hoog in het vaandel hebben, maar ook fel tegenstander zijn van het door een liberaler hof in 1973 geaccepteerde recht op abortus.

Amerika bestaat uit ‘twee naties in oorlog’, schreef de prominente pro life-activist Richard John Neuhaus vorige week op de website LifeNews.com. Het ene deel van het land zou zich volgens hem concentreren op rechten en wetten, het andere deel op wat goed is en wat fout. Het ene deel ziet de wet als een machtsinstrument, het andere als een instrument om ‘een morele orde zoals weerspiegeld in een grondwet te bevestigen’. En geen andere kwestie, schrijft Neuhaus, is hierbij essentiëler dan de vraag of abortus legaal moet zijn. ‘Het gaat over het wezen van menselijk leven en gemeenschap.’ Op dat thema heeft het Hooggerechtshof, vindt hij, ‘keer op keer zijn autoriteit en daarmee onze constitutionele orde te grabbel gegooid’. En, benadrukt hij voor de zekerheid in zijn bijdrage: ondanks alle christelijke retoriek is Obama in alle opzichten pro choice en een ‘abortus extremist’ en kan McCain bogen op een stemgedrag dat consistent pro life is. (Wat overigens niet helemaal klopt, want anders dan George Bush is McCain wél voor het gebruik van embryo’s voor stamcelonderzoek.)

Maar terwijl de strijd tussen Republikeinen en Democraten over het recht op leven bij de laatste twee presidentsverkiezingen een centrale rol in de campagne speelde, leek het gevoelige thema met de financiële crisis, de oorlog in Irak en Obama’s roep om verandering deze keer ietwat ondergesneeuwd te raken. Door de keuze voor Sarah Palin als running mate heeft McCain niettemin een boodschap willen afgeven aan de bezorgde conservatieve Bush-stemmers. Veel rigoureuzer had dat niet gekund: Palin is zelfs tegen abortus bij incest of na verkrachting.

Afgelopen week kwam daar tijdens het laatste presidentiële debat verandering in. CBS-moderator Bob Schieffer vroeg McCain en Obama of ze als president rechters zouden benoemen die op het gebied van abortus op hun lijn zitten. McCain mocht eerst antwoorden en verklaarde dat hij inderdaad ‘Roe v. Wade’, het besluit over abortus uit 1973, wilde herroepen, maar dat hij rechters niet op grond van een ‘lakmoesproef’ over abortus zou willen aanstellen.

Dat was een voorzichtig antwoord dat Democraten nauwelijks gerust kon stellen. Maar nu dankzij het debat abortus en de religieus-culturele waterscheiding tussen rode (Republikeinse) staten en blauwe (Democratische) staten alsnog expliciet campagnethema’s lijken te worden, heeft McCain meteen alle registers opengetrokken. Via zogenaamde robo-calls, computergestuurde telefoontjes, wordt potentiële kiezers in een aantal belangrijke staten ingewreven dat Obama met zijn dubieuze contacten in Chicago (dominee Wright, ‘terrorist’ Bill Ayers en witteboordencrimineel Tony Rezko) in het verleden geen gelukkige hand van kiezen heeft gehad. Waarom zou het Amerikaanse volk hem dan wél de benoeming van rechters moeten toevertrouwen?

Wat niet helpt is dat Obama liever zo min mogelijk over het Hooggerechtshof praat. Volgens zijn campagneadviseurs zal hij gematigde rechters aanstellen, geen onversneden linkse activisten. Dat verhaal past het best in de boodschap die Obama nu al ongeveer een jaar probeert over te brengen: als president zal hij een einde maken aan het gescheiden Amerika, aan het land van blauwe staten en rode staten en de culturele oorlogen die op zoveel fronten tegelijk gevoerd worden. Obama wil dat rechters ‘empathie’ hebben, zich kunnen inleven in gewone mensen, heeft hij wel eens gezegd. Waarop McCain direct terugsloeg met de constatering dat dit riekte naar die vermaledijde ‘activistische rechters’ waar Bush nu juist mee wilde afrekenen. In het debat van afgelopen week hield Obama het nog meer in het vage: een lid van het Hooggerechtshof moet volgens hem ‘de capaciteit hebben om de Amerikaanse bevolking eerlijkheid en rechtvaardigheid te brengen’.

Veel vager kan het niet. Maar geloof voor één keer John Kerry: die drie woorden, ‘The Supreme Court’, zijn in 2008 minstens zo belangrijk als in 2004. © PETER VERMAAS / De Groene Amsterdammer

Advertisements

About this entry